Jeugdwerkloosheid in barre tijden

Jeugdwerkloosheid in barre tijden image
24 nov 2009 |
Met het oplopen van de werkloosheid komt er bijna vanzelf veel aandacht voor de arbeidsmarktpositie van jongeren. Dat is niet verwonderlijk want in slechte tijden stijgt de jeugdwerkloosheid altijd sneller dan gemiddeld. En, zodra goede tijden aanbreken daalt de jeugdwerkloosheid sneller dan gemiddeld en verdwijnt de aandacht als sneeuw voor de zon.

Jaren '80 leverde geen 'verloren generatie'

De beweeglijkheid van werkloosheid onder jonge mannen over de afgelopen 35 jaar is duidelijk te zien in Figuur 1. Er is een enorme piek in de jeugdwerkloosheid in het begin van de jaren tachtig en er zijn kleinere pieken in 1994-96 en 2004-05. Ook in 2009 stijgt de jeugdwerkloosheid weer snel en hiermee is er opnieuw aandacht voor de vraag of er een “verloren generatie” zal ontstaan. Jongeren die de arbeidsmarkt betreden in een situatie van hoge werkloosheid komen moeilijk aan de bak, verliezen hun vaardigheden, worden daardoor minder aantrekkelijk voor werkgevers en gaan verloren voor de arbeidsmarkt. Maar, is dat eigenlijk wel zo?

Als een hoge jeugdwerkloosheid zou leiden tot een verloren generatie dan had dat het geval moeten zijn voor de generatie die het begin van de jaren tachtig de arbeidsmarkt betrad. Wat is er met die generatie gebeurd? In Figuur 2 worden ontwikkelingen in de werkloosheid en werkgelegenheid van twee cohorten weergegeven, het cohort jonge mannen dat in de periode 1980-85 15-24 jaar oud was en een ouder cohort, dat in dezelfde periode 25-39 jaar oud was. Een groot deel van het jongere cohort (weergegeven met doortrokken lijnen) betrad de arbeidsmarkt in een periode van sterk oplopende werkloosheid, het oudere cohort (weergegeven met stippellijnen) deed dat in de jaren zeventig toen de arbeidsmarkt nog betrekkelijk krap was.

Om een indruk te verkrijgen van het fenomeen “verloren generatie” bekijk ik met tussenpozen hoe het beide instroomcohorten is vergaan. Figuur 2a laat zien dat in de jaren tachtig de werkloosheid in het jongere cohort veel sneller steeg dan in het oudere cohort. De werkgelegenheid van het jongere cohort is ook veel lager dan die van het oudere cohort maar dat komt omdat veel jongeren nog op school zaten. De situatie 10 jaar later wordt weergegeven in figuur 2b, 20 jaar later in figuur 2c en 25 jaar later in figuur 2d. Duidelijk is te zien dat de werkloosheidskloof langzaam wordt gedicht. Tien jaar later, in het begin van de jaren negentig is er nog wel een verschil in werkloosheid en werkgelegenheid, twintig jaar later is die kloof verdwenen. Vijfentwintig jaar later is de werkgelegenheid onder het jaren tachtig instroomcohort zelfs hoger dan die onder het jaren zeventig instroomcohort.

Kortom, er is geen reden om van een verloren generatie te spreken. Het duurde wel geruime tijd voor de effecten van het betreden van een arbeidsmarkt met veel werkloosheid verdwenen waren maar van permanente “schade” lijkt geen sprake te zijn.

Het ontbreken van een verloren generatie is geen uniek Nederlands verschijnsel. In OECD rapporten wordt wel zorg uitgesproken over de stijgende jeugdwerkloosheid maar wordt ook gesteld dat voor de meeste jongeren de negatieve effecten van een vroege werkloosheid tijdelijk zijn en in de loop der tijd vervagen. Per slot van rekening is werkloos worden in een krappe arbeidsmarkt veel meer een negatief signaal van tekortschietende vaardigheden dan werkloos worden in een ruime arbeidsmarkt, wat een kwestie van pech kan zijn. De OECD meldt overigens ook dat Nederland in vergelijking met andere landen een gunstige uitgangspositie heeft omdat voor de crisis de jeugdwerkloosheid relatief laag was èn lager dan 10 jaar geleden.

Activerend beleid met verplicht karakter

Betekent dit dan dat er geen behoefte is aan beleid om iets aan de jeugdwerkloosheid te doen? Internationaal vergelijkende studies naar de effectiviteit van actief arbeidsmarktbeleid – scholing, training, werkervaringsprojecten – gericht op jongeren geven weinig reden tot vreugde. Veel studies laten zien dat er kleine effecten zijn die ook nog niet eens altijd positief zijn. Van activerend beleid met een verplichtend karakter is nog het meeste succes te verwachten. In dit opzicht is de per 1 oktober j.l. van kracht geworden Wet Investeren in Jongeren (WIJ) die het verstrekken van een bijstandsuitkering aan jongeren van 18 tot 27 jaar koppelt aan het accepteren van een werk- of leeraanbod zo gek nog niet.

Ik wil het probleem van de jeugdwerkloosheid zeker niet bagatelliseren maar vraag me toch of er niet te weinig beleidsmatige aandacht wordt besteed aan de andere zijde van het leeftijdspectrum, de ouderen. Voor ouderen geldt dat ze niet snel een baan kwijt raken, maar wanneer dat gebeurt komen ze niet snel weer aan de slag. De werkgelegenheid onder mannen in de leeftijd van 55-64 als percentage van de bevolking was in 2008 gestegen tot 63% van de bevolking van een dieptepunt van 42% 15 jaar geleden. Die stijging zou best eens voorbij kunnen zijn. Ouderen die hun baan nu kwijt raken zullen gaan behoren tot een verloren generatie ook al omdat met het aantrekken van de arbeidsmarkt eerst de jongeren aan de beurt komen.

Figuur 1 Werkloosheid mannen 15-24 jaar en 25-54 jaar (% van de beroepsbevolking); 1974-2008

Werkloosheid mannen 15-24 jaar en 25-54 jaar(% van de beroepsbevolking); 1974-2008

Bron: OECD Labor Force Statistics; de gegevens t/m 1986 en daarna zijn niet helemaal vergelijkbaar vanwege het hanteren van een andere werkgelegenheidsdefinitie. De gegevens voor 2009 zijn eigen inschattingen op basis van gegevens van het CBS en hebben betrekking op de situatie medio 2009.

Figuur 2 Werkloosheid en werkgelegenheid van mannen (werkloosheid in % van de beroepsbevolking, werk in % van de bevolking); cohort analyse

Werkloosheid en werkgelegenheid van mannen (werkloosheid in % van de beroepsbevolking, werk in % van de bevolking); cohort analyse

Bron: OECD Labor Force Statistics

* Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad op 17 november 2009.

Te citeren als

Jan van Ours, “Jeugdwerkloosheid in barre tijden”, Me Judice, 24 november 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.