Kabinet verhoogt wegenbelasting onder de noemer tol

tunnel
Afbeelding ‘Tunnel Vision’ van Michiel S. (CC BY-NC-ND 2.0)
22 apr 2015 | | 292 keer bekeken
De door het kabinet voorgestelde ‘tijdelijke tol’ voor financiering van de aanleg van de verlengde A15 en de Blankenburgverbinding is een verkapte verhoging van de wegenbelasting. Tijdelijk staat mogelijk voor 25 jaar en of de projecten dankzij de tol versneld worden uitgevoerd is helemaal niet duidelijk. Beter is het de projecten simpelweg uit publieke middelen te financieren. Dit stelt Bas van Holst.

Tol tot op de cent nauwkeurig bepaald

Het kabinet heeft begin april definitief besloten bij de ingebruikneming van de verlengde A15 en Blankenburgverbinding de wegenbelasting te verhogen tot dat een bedrag van ruim 0,6 miljard euro is opgehaald. Er is nog weinig weerstand tegen dit besluit. Dat komt mogelijk omdat gekozen is voor de bewoording ‘tijdelijke tol’ om nieuwe schakels in het wegennet versneld mogelijk te maken.

De toekomstige gebruikers van deze wegen betalen naar verwachting rond 25 jaar tijdelijk extra wegenbelasting onder de noemer tol om een verbetering van de achterlandverbinding van de Rotterdamse haven en de regionale bereikbaarheid versneld mogelijk te maken. Hoeveel sneller is onduidelijk.

Tol moet de schatkist ruim 0,6 miljard euro opleveren, de Blankenburgverbinding € 315 miljoen en de verlengde A15 € 287 miljoen. Deze bedragen moeten bijeen worden geschraapt met een toltarief dat al tot op de cent nauwkeurig is vastgesteld, voor beide schakels € 1,18 voor personenauto’s en € 7,11 voor vrachtauto’s. De kosten van inning zijn inbegrepen maar mogen niet meer dan 20 procent zijn. Al met al een ongekende precisie, afgeleid van een verkeersmodel. Het kabinet vindt het blijkbaar niet van belang dat de nieuwe wegen met tol niet optimaal worden gebruikt, buiten de spits mogelijk zelfs slechts in geringe mate.

Wie dan leeft, wie dan zorgt

De verlengde A15 zal, als alles meezit, tussen 2019 en 2021 in gebruik kunnen worden genomen, de Blankenburg volgt later, mogelijk tussen 2022 en 2024. Versnellen en tijdelijk zijn blijkbaar rekbare begrippen.

‘Na ons de zondvloed” zal het kabinet hebben gedacht, er volgen nog genoeg kabinetten om te bepalen dat verbeteringen van het wegennet dienen te worden bekostigd uit het MIRT en niet ten laste moeten worden gebracht van een selecte vooral zakelijke groep gebruikers van een enkele schakel die bereid zijn voor een stukje reistijdwinst te betalen.

Klassiek bekostigen zou maatschappelijk gezien weleens verstandiger kunnen zijn. Een handvat om een beroep te kunnen doen op voortschrijdende inzichten kan worden gevonden in een recente studie van het CPB over het prijsbeleid voor personenauto’s. Het CPB laat zien dat de baten van prijsbeleid niet altijd opwegen tegen de kosten.

Referenties

CPB/PBL, 2015, Maatschappelijke kosten en baten prijsbeleid personenauto’s, Den Haag

Holst, Bas van, 2013, Bestaande kosten-batenanalyses infrastructuur kunnen overnieuw, Me Judice.

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2015, Ministerraad stemt in met financiering twee nieuwe wegen, Nieuwsbericht, Den Haag.

Te citeren als

Bas van Holst, “Kabinet verhoogt wegenbelasting onder de noemer tol”, Me Judice, 22 april 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

In de media