Kapitalisme versterkt democratie

Kapitalisme versterkt democratie image
6 okt 2008 |
Macro-economisch onderzoek laat een duidelijk positief verband zien tussen economische groei en democratie. Dus: meer welvaart leidt tot meer democratie. Er is dan ook weinig aanleiding om aan te nemen dat we het einde van het kapitalisme naderen, integendeel: het kapitalisme is springlevend.

Europese politici vragen zich openlijk af of we het einde van het op de Verenigde Staten gebaseerde kapitalistische model naderen. Zo kondigde de Franse president Sarkozy in Toulon op 25 september jl. het faillissement van het marktdenken aan: ”Het idee dat de markt altijd gelijk heeft, was een waanzinnig idee''. De in de jaren negentig weggedrukte gedachte van het Rijnlandse model –sterke markt en sterke overheid- doet zijn rentree in Europa. Of toch niet? Immers in het oosten zien we dat juist de landen met de grootste economische groei er een autoritaire staat op nahouden. Moeten we in deze landen het nieuwe kapitalistische model herkennen dat de rest van de wereld tot voorbeeld strekt? Om antwoord te geven op deze twee vragen maak ik gebruik van het onderzoek van de Harvard-econoom Robert Barro. In zijn werk heeft hij gekeken naar de determinanten van economische groei en naar de relatie tussen democratie en economische groei.

In 1997 publiceerde Barro een onderzoek waarin hij de groei-ervaringen van 80 landen vergelijkt over een periode van 25 jaar. Zijn doel was de determinanten van economische groei te identificeren. De factoren die economische groei bepalen zijn in volgorde van belang: opleiding, gezondheid, lage overheidsbemoeienis, weinig kinderen per gezin, internationale handel, lage corruptie en lage inflatie. Overheden beïnvloeden opleiding en gezondheid in belangrijke mate. We zien in deze rij geen factor terug die ons stimuleert het Rijnlandse model te omarmen. Immers, op de derde plaats vinden we overheidsbemoeienis terug: negatief! De achtergrond hiervan is dat de investeringsruimte voor particulieren afneemt bij toenemende inkomensherverdeling. Verder geldt binnen het Rijnlandse model een sterke invloed van medewerkers op de bedrijfsvoering. Zo hebben vakbonden in Duitsland veel invloed op het ondernemingsbestuur omdat ze deel uitmaken van de Raad van Commissarissen. Zo’n keuze suggereert dat vakbonden verstand hebben van consumentenmarkten en ook dat ze geen verschil maken tussen belangen van collega’s in Duitsland en (toekomstige) collega’s in Azië. Als we ons op deze argumenten baseren kunnen we weinig heil verwachten van een eventuele Europa-brede adoptie van het Rijnlandse model. Sarkozy vindt 25 jaar onderzoek naar wereldwijde groei-ervaringen tegen zich.

Maar hoe zit het dan met de autoritaire regimes? Ook daarin heeft Barro onderzoek gedaan. Een publicatie van zijn hand uit 1999 laat een overtuigend verband zien tussen economische groei en democratie. Dus: meer welvaart leidt tot meer democratie. Opleiding is eveneens een factor van belang ter verklaring van democratie. Democratie wordt sterk gestimuleerd met het verdwijnen van inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen. Het is heel belangrijk voor een democratie dat er een rijke middenklasse bestaat. Democratische waarden nemen af naarmate een land sterker op religieuze waarden leunt. De uitkomsten die Barro hier demonstreert wijzen erop dat naarmate er een grotere en vooral rijkere middenklasse ontstaat we democratische waarden in het land zullen zien groeien. De landen die we thans sterk zien groeien hebben uitgezonderd Singapore nog geen grote rijke middenklasse. Echter zo gauw de rijkere middenklasse zich buiten steden als Shanghai en Peking gaat vestigen zullen we naar verwachting ook in China een sterkere gang naar democratie zien. We hebben zo’n beweging ook al waargenomen in bijvoorbeeld Zuid Korea alwaar met de vorming van een rijke middenklasse de democratie zich vestigde. Singapore vormt een uitzondering op de uitkomsten die algemeen gelden.

Concluderend. Op basis van de recente geschiedenis is er weinig aanleiding aan te nemen dat we aankijken tegen het einde van het kapitalisme. Omarming van het Rijnlandse model verstikt economische ontwikkeling omdat investeringsmiddelen bij herverdeling van geld worden geconsumeerd. Ook de democratie is niet dood. In tegendeel, we zien de welvaart in met name Azië toenemen. De groei gaat gepaard met de vorming van een rijke middenklasse. Naarmate deze zich in die landen sterker vormt zullen ook daar democratische waarden in belang toenemen. Kapitalisme en democratie gaan hand-in-hand.

Voor meer informatie

Referenties:

Robert J. Barro, Determinants of democracy, Journal of Political Economy, 1999, vol. 107, no. 6, pt. 2;

Robert J. Barro, Determinants of Economic Growth: A Cross-Country Empirical Study. Cambridge, Mass.: MIT Press, 1997.

Te citeren als

Jan Bouwens, “Kapitalisme versterkt democratie”, Me Judice, 6 oktober 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.