Keuzevrijheid onverstandig in D66-plan pensioenen

Keuzevrijheid onverstandig in D66-plan pensioenen image

Afbeelding ‘Maze Puzzle (Blender)’ van FutUndBeidl (CC BY 2.0)

20 mei 2016 | | 624 keer bekeken
Als het aan D66 ligt mag iedereen straks zijn eigen pensioenfonds kiezen en viert keuzevrijheid hoogtij. Volgens Raymond Gradus gooit D66 daarmee zand in de ogen van de kiezers omdat zij de kracht van collectieve regelingen – de organisatie van solidariteit - negeert en blind is voor de gedragseconomische nadelen die een dergelijk systeem oproept. Tot slot roept het D66 de paradox in het leven dat de overheid juist een grotere rol krijgt en niet een kleinere.

Plan D66

Onlangs bracht het D66-kamerlid Steven van Weyenberg de notitie Baas over eigen pensioen naar buiten. Het is te waarderen dat D66 op dit belangrijke onderwerp duidelijkheid probeert te verschaffen. Een aantal voorstellen zoals individuele pensioenrekeningen verdient zeker overweging (zie bijvoorbeeld Bovenberg en Gradus (2015)). Toch bevat deze notitie een aantal elementen die onwenselijk zijn en in mijn ogen het paard achter de wagen spannen van een pensioenhervorming.

Belangrijkste element in het voorstel is dat werknemers voortaan hun eigen pensioenfonds moeten kiezen. De koppeling met het verplichte pensioenfonds van de werkgever of sector wordt losgelaten. Een dergelijk voorstel heeft echter een aantal belangrijke nadelen. Zo wordt de mogelijkheid om de solidariteit te organiseren en de risico’s te delen binnen de groep deelnemers aan een pensioenregeling aanzienlijk verminderd. Met andere woorden, er zal averechtse selectie plaatsvinden. Nu is D66 zich daarvan bewust en stelt “dat er een goede regulering moet komen, waarbij de toezichthouders een grote rol spelen” maar op de extra administratieve lasten wordt niet ingegaan.

Organisatie solidariteit

Het is tot bepaalde hoogte inderdaad mogelijk om solidariteit te combineren met keuzevrijheid. Zo zou men zich kunnen laten inspireren door het ‘zorgverzekeringsmodel’, waar om risicoselectie te voorkomen, verevening plaatsvindt om pensioenfondsen met veel slechte risico’s te compenseren. Eerder hebben D66-jongeren samen met de jongerenorganisaties van de PvdA en VVD een dergelijk voorstel gedaan. Op die manier wordt het effect van averechtse selectie voor een deel geneutraliseerd. Nadeel is wel dat het vereveningssysteem tot een nog complexer pensioenstelsel zal leiden en daarmee praktisch lastig uitvoerbaar is.

Wie zit te wachten op keuzevrijheid?

Belangrijker misschien nog is de vraag in hoeverre mensen op een dergelijke keuze zitten te wachten. Onderzoek van Netspar geeft aan dat daadwerkelijk slechts een kwart van de werknemers een pensioenfonds wil kunnen kiezen (zie van Dalen en Henkens (2016)). D66 stelt dat er “een gezonde markt van pensioenfondsen” komt, maar dit veronderstelt dat de deelnemers van pensioenfondsen een rationele kosten-batenafweging maken. Modern gedragseconomisch onderzoek geeft echter aan dat de meesten over weinig financiële kennis beschikken en niet rationeel kiezen. Als de meeste mensen niet rationeel kiezen zullen sommige aanbieders van pensioenproducten een sterke marktpositie krijgen en monopoliewinsten gaan opstrijken.

Afschaffing doorsneesystematiek verder weg met meer marketing

Nu is er veel te zeggen voor een ander voorstel uit de notitie namelijk de afschaffing van de doorsneesystematiek. In een moderne arbeidsmarkt past het inderdaad niet dat mensen die steeds van baan wisselen te maken hebben met allerlei impliciete afdrachten die de waardeoverdracht van pensioenen compliceren. Het in een pennenstreek daarvan opheffen betekent dat er een einde komt aan de subsidiëring van de pensioenen van ouderen door jongeren. Van de ene op de andere dag hoeven jongeren dan ook niet meer te rekenen op deze impliciete overdrachten. Een compensatieregeling – de notitie laat in het midden hoe die er uit moet zien[1] – lijkt onontkoombaar en een forse stijging van marketing- en transactiekosten als gevolg van het D66-plan is daarbij allerminst behulpzaam.[2]

Bij de uitvoering van de compensatieregeling zullen pensioenfondsen en de sociale partners een belangrijke rol spelen en eerdere dossiers met een overgangsregeling zoals VUT/prepensioen geeft aan dat men daar goed toe in staat is. Met het D66-voorstel zal echter de cruciale rol die de partners spelen in het Nederlandse pensioenmodel, overboord gezet worden. Door te veronderstellen dat individuen dit gaan overnemen strooit men de kiezer zand in de ogen.[3] Een bepalende rol zal uiteindelijk worden overgenomen door de overheid, die in het bijzonder een verplichte basispensioenpremie voor werkenden moet vaststellen, zodanig dat een redelijk pensioen haalbaar is. Gezien het verplichtende collectieve karakter betekent dit ook een aanzienlijke oploop van de collectieve lasten. Het D66-voorstel betekent dus dat de rol van de overheid onnodig groot wordt en dat pensioenen speelbal kunnen worden van de politiek.

* Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in Het Financieele Dagblad van 20 mei 2016.

Voetnoten:


[1] Voor een mogelijke compensatieregeling zie Gradus en Vijverberg (2014)

[2] In een internationale vergelijking van een aantal landen waar een vrije pensioenkeuze is, geeft het CPB (2015, blz. 4) aan dat “vrije keuze van uitvoerder blijkt niet altijd te resulteren in lage kosten, efficiënte uitvoering en productinnovatie”.

[3] Zo veronderstelt men bijvoorbeeld dat het mogelijk is om zelfstandigen te gaan verleiden tot deelname aan een pensioenfonds. Dit kan echter niet vanwege 'averechtse selectie'-problemen en in lijn met het jongerenvoorstel en de opmerking dat men ‘de witte vlek van ZZP’ers gaat invullen’ moet worden aangenomen dat een verplichting en een basispremie (uiteindelijk) noodzakelijk zijn.

Referenties:

Bovenberg, A.L., en R. Gradus (2015), “Reforming Dutch occupational pension schemes”, Journal of Economic Policy Reform 18:3, 244–25.

CPB (2015), Internationale vergelijking van pensioenstelsels: Denemarken, Zweden, Chili en Australië, CPB Notitie , 12 juni 2015

Dalen, H. van, en K. Henkens (2016), “De vermeende zucht naar keuzevrijheid in pensioen”, Me Judice, 29 maart 2016.

Gradus, R., en L. Vijverberg (2014), “Stappen zetten naar een moderner pensioenstelsel”, Tijdschrift voor Openbare Financiën 46:2 54-63.

Te citeren als

Raymond Gradus, “Keuzevrijheid onverstandig in D66-plan pensioenen”, Me Judice, 20 mei 2016.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

In de media