Koopkracht van pensioeneuro’s gaat stilletjes onderuit

Boodschappen karretje dat op zijn kant op de grond ligt
Afbeelding ‘Shopping Cart’ van Rick Harris (CC BY-SA 2.0)
9 sep 2010 |
Groot is de verontwaardiging nu op de pensioenen gekort dreigt te worden. Vergeten lijkt dat de inflatie allang flink aan de koopkracht van pensioeneuro’s knaagt, stellen Henriëtte Prast en Jan Snippe. De pensioenfondsen komen gemiddeld dertig procent tekort op de balans om een koopkrachtgarantie te kunnen bieden. Indexeren voor inflatie kan alleen nog door aanzienlijke risico’s te nemen. Dat zou de pensioenuitkering weer minder zeker maken.

Pensioenuitkeringen houden inflatie niet bij

Het eerste wat de crisis blootlegt, is de aloude geldillusie. Mensen ervaren een daling van hun pensioen in euro’s anders dan een vermindering van de koopkracht door inflatie. De effecten van inflatie mogen echter niet worden onderschat. Als de inflatie tien jaar lang elk jaar 2 procent bedraagt – wat niet bijzonder laag is – is 100 euro vandaag na die tien jaar nog maar 82 euro waard. Bij 3 procent inflatie blijft er zelfs minder dan 75 euro van over. Dat de meeste mensen last hebben van geldillusie verklaart waarom uitblijvende indexaties van pensioenen maar weinig mensen lijken te deren, terwijl iedereen ongerust wordt nu de pensioenen mogelijk gekort moeten worden.

Geldillusie wordt in de hand gewerkt door de terminologie die in de pensioenwereld vaak gebruikt wordt. Neem het begrip nominale garantie: zo’n garantie klinkt geruststellend, maar is het helemaal niet. De belofte van een gegarandeerd pensioen in euro’s zegt immers niets over de koopkracht ervan – en dat is toch waar het om draait. Veel mensen vinden het vervelend geen garantie te krijgen. Denken dat je er een hebt, terwijl die feitelijk niet de zekerheid levert die je ervan verwacht, is echter veel vervelender.

De focus op nominale zekerheid is zo sterk, dat zelfs veel deskundigen er nauwelijks oog voor lijken te hebben dat veel pensioenfondsen al geruime tijd veel te weinig op de balans hebben om überhaupt reële zekerheid te kunnen bieden. Gemiddeld genomen komen zij inmiddels meer dan 30 procent tekort. Zij hebben weliswaar de ambitie om te indexeren, maar de kans om die ambitie waar te maken, bestaat alleen nog door aanzienlijke risico’s te nemen. De kans wordt echter steeds groter dat indexaties ook in de toekomst niet voldoende zullen zijn om de inflatie bij te houden. De meeste mensen lijken zich er nauwelijks zorgen over te maken. Pas nu een korting op de pensioenen in euro’s dreigt, is Leiden in last.

Selectief winkelen

Naast geldillusie legt de pensioencrisis ook een ander psychologisch verschijnsel bloot: mensen horen wat ze graag willen horen. Politici, vakbondsleiders en pensioenbobo’s maken er dankbaar gebruik van om niet met het water voor de dokter te hoeven komen. Sterker nog: zij lijken zich er zelf ook beter bij te voelen. Niets menselijks is hun vreemd. Maar al te graag klampen zij zich vast aan de hoop dat aandelenprijzen zich wel weer zullen herstellen en dat de rente niet zo laag zal blijven als nu. Selectief winkelen in de historie helpt dan. Als je maar een jaar of twintig terugkijkt, is de huidige rente inderdaad ‘historisch laag’. Als je wat langer terugkijkt, ziet het beeld er echter heel anders uit.

Ook op andere manieren wordt op sentimenten ingespeeld. Zo wordt de hoop op een hogere rente onder meer onderbouwd met de stelling dat markten niet altijd goede voorspellers zijn.

Die stelling doet het goed in het huidige tijdgewricht. Dat uit allerlei onderzoek blijkt dat de kans dat ‘deskundigen’ beter voorspellen slechts klein is, wordt daarbij liever vergeten. En als het slechte nieuws eenmaal verteld is, probeert men ervanaf te komen door de brenger ervan ‘dood te schieten’. Amper twee maanden geleden kreeg DNB uit allerlei hoeken, waaronder zelfs de Tweede Kamer, het verwijt niet snel genoeg te hebben ingegrepen bij DSB. Na de aankondiging van twee weken geleden dat pensioenen mogelijk gekort moeten worden, domineert echter het verwijt dat DNB onnodige onrust creëert, veel te snel ingrijpt en eigenlijk zelfs een groter probleem is dan de pensioencrisis zelf. De Tweede Kamer komt zelfs terug van reces en praat vervolgens meer over de communicatie dan over de problemen op zich.

Irrationaliteit en onwetendheid

Dat deskundigheid niet altijd helpt om irrationaliteit tegen te gaan, zagen wij hierboven al. Wij zien het ook in het pleidooi om pensioenfondsen te laten rekenen met een hogere rente, zodat hun dekkingsgraad stijgt en er niet hoeft te worden afgestempeld. Een hogere rekenrente is alleen verantwoord als je hogere rendementen verwacht. Dan moet je echter niet vergeten dat je daarvoor risico’s moet nemen. Als je de financiering van pensioenen riskanter maakt, moet je accepteren dat de pensioenen zelf onzekerder worden. Met andere woorden dat pensioenen omlaag moeten als het tegenzit. De pleidooien voor een hogere rekenrente zijn echter juist ingegeven door het verzet daartegen. Het motto zou moeten zijn: ‘hope for the best, prepare for the worst’. Helaas blijft het bij het eerste.

Zolang de irrationaliteit en de onwetendheid (of is het gewoon ontkenning?) niet onder ogen worden gezien en de tering niet naar de nering wordt gezet, worden de risico’s die wij lopen elke dag groter en worden de kansen op herstel elke dag kleiner. De kruik gaat zo lang te water tot zij barst.

Dit artikel is op 7 september 2010 verschenen in Schinkels Forum, een samenwerking tussen NRC Handelsblad en Me Judice.

Te citeren als

Henriëtte Prast, “Koopkracht van pensioeneuro’s gaat stilletjes onderuit”, Me Judice, 9 september 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.