Lage olieprijzen zitten achter koersval op beurzen

platform
Afbeelding ‘Global Santa Fe Rig 140’ van Steven Straiton (CC BY 2.0)
27 aug 2015 | | 712 keer bekeken
De lage olieprijzen vormen een betere verklaring voor de wegzakkende beurskoersen dan de economische problemen in China. Dit stellen Joop Evers en Taco Dankers. De lage olieprijzen nopen Saoedische, Noorse en Russische overheidsfondsen tot desinvesteringen. Hetzelfde geldt financiele instellingen die verliezen moeten dekken op oliegerelateerde deelnemingen. Het resultaat is een daling in de beurskoersen, die soms in schokken komt, zoals deze week.

Dalende beurskoersen

In beurscommentaren wordt steevast de teruggang van Chinese economie aangewezen als de oorzaak van de huidige daling van de aandelenkoersen. Maar is die invloed wel zo groot? Is de impact van de ingestorte olieprijzen niet veel groter? In eerste instantie zijn lage olieprijzen goed voor de reële economie: consumenten krijgen ruimte om meer te besteden en de energetische productiekosten gaan omlaag. Evidente nadelen zijn de teruggang van investeringen in de energiesector. Maar de gevolgen via de financiële sector zullen groter zijn. Bijvoorbeeld in vorm van een algemene, geleidelijke koersval op de aandelenmarkten. We geven een update van ons eerdere artikel op dit forum van januari jl.

De uitbetalingen op verzekerde olieprijzen

Veel producenten krijgen een vaste prijs voor hun olie omdat zij hun productie verzekerd hebben via derivaten. Mexico bijvoorbeeld heeft zijn gehele olieproductie gehedged tegen 75 dollar per vat. Bij de huidige olieprijs van ongeveer 40 dollar moet een verzekeraar 35 dollar per vat aan de verzekerde bijbetalen. Voor de 4 miljoen barrels schalieolie productie komt dit neer op een bedrag van 140 miljoen per dag. Uiteindelijk moet de financiële sector daarvoor opdraaien.

De Amerikaanse Energy Information Administration (EIA) stelt dat een olieprijs van 90 dollar per vat de productiekosten van de meeste Amerikaanse energieproducenten slechts voor 75% dekt. Dit is inclusief de kosten van initiële investeringen. Weliswaar heeft men de productiekosten kunnen verlagen, maar de huidige prijs van 40 dollar is veel te laag. Zo moest de Amerikaanse investeringsmaatschappij KKR het afgelopen jaar in dit verband 5 miljard dollar afschrijven. Afschakeling van productie-eenheden dreigt, waarmee de met leningen gefinancierde investeringen waardeloos zullen blijken.

Zoals eerder op dit webforum en in het boek “Een duurzame fiscus ” (april 2015) is opgemerkt, hebben vele financiële instellingen eerder enorme papieren olieposities geaccumuleerd; immers olieprijzen zouden alleen maar kunnen stijgen. Reuters stelde toen dat de top-zes Wall Street banken in deze sector 3.9 triljoen aan derivaten zouden bezitten.

Noodzakelijke desinvesteringen

Saoedische, Noorse en Russische Souvereign Wealth fondsen hebben de laatste jaren de enorme oliewinsten geïnvesteerd in deelnemingen en in de aankoop van Amerikaanse en Europese staatsobligaties. De Saoedische en Russische overheden hebben 100 dollar per vat nodig om hun begroting sluitend te krijgen. Nu de olieprijs zover is weggezakt zijn, moeten deze fondsen wel desinvesteren. Hoe staat het met de financiële instellingen met hun oliegerelateerde deelnemingen? De enorme verliezen zal men hoe dan ook moeten financieren. Men zal geforceerd zijn deelnemingen in ook andere sectoren af te stoten. Dat gebeurt natuurlijk omzichtig met beleid, maar bij elkaar zal dit leiden tot een langdurige, versluierde verkoopdruk die ook de Chinese aandelen treft.

Er is weinig zicht op verbetering. De “onzichtbare hand” die markten via het prijsmechanisme in evenwicht zou brengen faalt. Lage olieprijzen blijken juist te leiden tot hogere productie, omdat men de inkomsten nodig heeft. De overproductie blijft en de opslagcapaciteit begint te knellen. Dit zal de prijs van olie verder onder druk zetten en zal ook olieproducenten als Shell, BP en anderen treffen.

Crisis op komst?

Er zijn ook andere negatieve factoren. Zoals de economische boycot tegen Rusland en de neergang van de Russische, Turkse, Zuid-Amerikaanse en (inderdaad) de Chinese economieën. In plaats van de faillissementen die zich in 2008 voordeden of werden afgewend, lijkt de op handen zijnde crisis zich nu te gaan manifesteren in een geleidelijke koersval: een sluipcrisis. Die zal ook de reële economie gaan raken. Of wordt het gezien de koersval van de laatste dagen toch nog een implosie?

Referenties

Taco Dankers, Joop Evers, “Nederlandse economie kwetsbaar voor lage olieprijs”, Me Judice, 8 januari 2015.

Joop. Evers, “Een duurzame fiscus: fiscaal werk maken van maatschappelijke duurzaamheid”, auteursplatform.sdu.nl, april 2015.

Te citeren als

Joop Evers, Taco Dankers, “Lage olieprijzen zitten achter koersval op beurzen”, Me Judice, 27 augustus 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.