Macro-economische baten WK voetbal zijn verwaarloosbaar

Arjen Robben juicht na het maken van een doelpunt
Afbeelding ‘[WC2010] Uruguai vs Netherlands : 8’ van Crystian Cruz (CC BY-ND 2.0)
9 aug 2010 |
Het bod van België en Nederland voor de organisatie van de WK voetbal 2018/2022 heeft veel aandacht getrokken. Vooral de toekenning van juridische bevoegdheden aan de organiserende wereldvoetbalbond FIFA gedurende het evenement en de vermeende economische gevolgen van een eventuele organisatie trekken de aandacht. De Groningse econoom Sterken presenteert een historische analyse van het economische succes van de organisatie van de WK. Zijn conclusie luidt dat de organisatie van de WK voetbal het organiserende land in ieder geval geen extra economische groei (per hoofd van de bevolking) oplevert.

Vermeende economische effecten van sportevenementen

Er zijn twee soorten van economische gevolgen van het organiseren van een grootschalig sportevenement. De eerste soort is die van de bedrijfseconomische analyse van het project: wat is de netto-opbrengst of verlies voor de eigenaren van de organisatie? Deze kosten en opbrengsten kunnen worden onderverdeeld in de omzet gedurende het evenement en de kosten vooraf en achteraf van het respectievelijk investeren en onderhouden van de noodzakelijke infrastructuur. De omzet gedurende het evenement is veelal een klein deel van de totale kosten; de opbrengsten uit de verkoop van televisierechten, toegangskaarten en marketing zijn meestal voldoende om deze uitgaven te dekken. De haalbaarheidsdiscussie richt zich dan ook veelal op de kosten van de investeringen: stadions, wegen, vliegvelden, stadsvernieuwing, etc. Het economische risico van deze uitgaven is vele malen groter. Voor de meeste recente historische evenementen is per evenement een kosten-batenanalyse achteraf uitgevoerd. Het nadeel van een kosten-baten-analyse vooraf is veelal dat er een grote mate van subjectiviteit in schuilt. De sociale baten worden bijvoorbeeld door de organisatie veelal te optimistisch berekend. Bovendien verschilt de methodologie per analyse, waardoor een consistent historisch overzicht moeilijk te verkrijgen is.

De tweede soort van economische gevolgen heeft betrekking op de macro-economie. Heeft het organiserende land baat bij de organisatie omdat de groei van het inkomen per hoofd, al dan niet tijdelijk, hoger is? Hierbij kan men denken aan een uitbundige groei door een stijging van het consumentenvertrouwen, door de positieve gevolgen van de aanleg van infrastructuur, door een permanente toename van toerisme, door innovaties ten gevolge van de toeneming van de sportbeleving en een mogelijke verlaging van de kosten van de gezondheidszorg, etc. Heronder richten we ons op deze invalshoek en presenteren een historisch-consistent overzicht voor het WK voetbal.

De toekenning van de WK organisatie

Sinds 1930 (Uruquay) wordt het eindtoernooi van de WK voetbal georganiseerd. De eerste edities werden, soms controversieel, aan landen toegekend tijdens de vergaderingen van de FIFA. De eerste editie in Uruquay trok, vanwege de toenmalige bootreis van drie weken, slechts 4 Europese deelnemende landen. In 1938 werd de eindronde voor de tweede opeenvolgende editie in Europa (Frankrijk) gehouden, hetgeen tot een boycot van Argentinië en Uruquay leidde. Om toekomstige problemen te voorkomen heeft de FIFA na de Tweede Wereldoorlog het eindtoernooi bij toerbeurt in Latijns-Amerika en Europa georganiseerd en dus geen volledig open competitie van kandidaatstelling toegestaan. Pas voor de organisatie van 2002 heeft men besloten om een nieuw selectiesysteem te hanteren en alle landen aangesloten bij de FIFA de mogelijkheid tot organiseren in principe gunnen.

De macro-economie van de WK voetbal

Op basis van de historische dataverzameling van nationale gegevens van het bruto binnenlands product en bevolkingsomvang van Maddison (zie www.ggdc.net), aangevuld met gegevens uit de IMF World Economic Outlook van Oktober 2009 zijn voor alle organiserende landen groeivoeten van het inkomen per hoofd geconstrueerd. Deze groeivoeten zijn verminderd met de groei van het wereldinkomen per hoofd van de bevolking ten einde de invloed van globale conjuncturele schommelingen te neutraliseren. In de tabel 1 staan de voor de wereldgroei gecorrigeerde groeivoeten van het inkomen per hoofd per organiserend land vermeld rond het jaar van de organisatie (t) (Japan en Korea, de organiserende landen in 2002, zijn apart vermeld). De tabel laat van 3 jaar voor de organisatie tot 3 jaar na dato de relatieve economische ontwikkeling zien.

Tabel 1: Groeivoeten van het inkomen per hoofd (gecorrigeerd voor de wereldgroei) rond het jaar van de WK

Tabel 1: Groeivoeten van het inkomen per hoofd (gecorrigeerd voor de wereldgroei) rond het jaar van de WK

(a) Ter verduidelijking: t-3 is drie jaar vooraf, t is in het jaar van de organisatie, t+3 is drie jaar na het WK.

Hoewel de varianties groot zijn, is het duidelijk dat er in ieder geval geen positieve invloed van de organisatie van de WK Voetbal op de groei van het inkomen per hoofd van de bevolking van het organiserende land is. In de laatste regels van de tabel staan de gemiddelden voor alle evenementen, de vooroorlogse en naoorlogse evenementen: deze regels vatten het beeld samen. Een natuurlijke vraag is of dit voor elk grootschalig sportevenement geldt. Een vergelijkbare analyse voor de Olympische Zomerspelen laat zien dat daarvan wel een licht positieve stimulans uitgaat (gegevens verkrijgbaar via e.sterken@rug.nl).

Breder effect

De FIFA wil met het toekennen van de eindronde van het WK het product voetbal en de wensen van de bonden met veel actieve voetballers eren. Economische overwegingen lijken, in tegenstelling tot het IOC, van een geringer belang te zijn. De verspreiding van de aandacht voor voetbal is zeker na 1998 een belangrijke component in de overweging van toekenning geweest. Een andere manier om het macro-economische succes van de organisatie van het WK te meten is derhalve wellicht een vergelijking tussen de ontwikkeling van het inkomen per hoofd van het land dat de organisatie van de eindronde verzorgt versus de ontwikkeling van landen die zich eveneens als kandidaat-organisator hebben opgeworpen en daadwerkelijk mee hebben gedongen in de bieding (dat zijn per evenement gemiddeld twee of drie landen). Hierdoor verdwijnt wellicht het effect dat de FIFA de ogen op een specifieke subgroep van landen gericht heeft. Tabel 2 laat de ontwikkeling van de groei van het inkomen per hoofd vanaf het jaar van organiseren tot 3 jaar na dato zien en toont aan dat de groei in het organiserende land tegenvalt.

Tabel 2: Extra groei van het inkomen per hoofd van de organiserende landen en andere kandidaatlanden

Tabel 2: Extra groei van het inkomen per hoofd van de organiserende landen en andere kandidaatlanden

Tot besluit

De organisatie van de eindronde van het WK voetbal is vanuit macro-economisch gezichtspunt niet aantrekkelijk. Wellicht is een verklaring van deze negatieve conclusie de eenzijdigheid van de investeringen (namelijk in voetbalstadions) ten opzichte van bijvoorbeeld de investeringen voor de Olympische Zomerspelen, waarvoor wel een licht positieve extra groei van het inkomen per hoofd gevonden wordt. De economische aandacht dient derhalve naar de bedrijfseconomische netto winstgevendheid voor de organiserende instanties uit te gaan en niet zozeer naar de uitstralingseffecten op de macro-economie. Dit alles wil niet zeggen dat er andere, niet-economische, overwegingen kunnen zijn om toch de organisatie van de WK Voetbal naar België en Nederland te proberen te halen.

Te citeren als

Elmer Sterken, “Macro-economische baten WK voetbal zijn verwaarloosbaar”, Me Judice, 9 augustus 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.