Maximering zittingsduur raakt 1 op de 5 commissarissen

Maximering zittingsduur raakt 1 op de 5 commissarissen image
Afbeelding ‘boardroom’ van Bride of Frankenstein (CC BY 2.0)
22 mrt 2016 | | 353 keer bekeken
De voorstellen van de Monitoring Commissie om de zittingsduur van commissarissen te maximeren kunnen ingrijpende gevolgen hebben volgens berekeningen van Mijntje Lückerath. Het treft namelijk 20 procent van de zittende commissarissen en zij zullen afscheid moeten nemen van hun RvC als het voorstel er door komt. Uit de cijfers blijkt dat er voldoende aanwas is aan commissarissen en men zou toch van de commissie een betere onderbouwing wensen in het besef dat de prestaties van een RvC van meer elementen afhankelijk zijn dan alleen de zittingstermijn.

Kritiek maximering zittingsduur

Wim van den Goorbergh betoogt op Me Judice (17 maart 2016) dat het voorstel van de Monitoring Commissie om de zittingsduur van commissarissen te verkorten van twaalf jaar naar acht jaar, onvoldoende onderbouwd is. Hij verwees daarbij ook naar mijn oratie uit 2014 waarin ik de effectieve zittingsduur als één van mijn negen bouwstenen voor High Performing Boards heb opgenomen. In aanvulling op de waardevolle bijdrage van Van den Goorbergh wil ik in deze bijdrage inzicht geven waar we het nu eigenlijk over hebben. Hiervoor heb ik van de 436 commissarissen die in augustus 2015 actief waren bij de 84 Nederlandse beurs NVs de gemiddelde zittingsduur berekend, alsmede de gemiddelde zittingsduur van de hele RvC waarin zij actief zijn. Daarnaast heb ik een eerste snelle analyse van de correlatie tussen ondernemingsprestaties en zittingstermijnen gemaakt. Allereerst zal ik echter de achterliggende gedachten uit mijn oratie van 2014 bespreken.

Effectieve zittingsduur?

De juiste balans voor een aantal bouwstenen van High Performing Boards is niet eenvoudig te bepalen, vooral omdat de kwaliteit van toezicht kan veranderen naarmate men langer zitting heeft in een RvC. Het is onwaarschijnlijk dat commissarissen op elk moment gedurende hun zittingstermijn even effectief zijn. Alhoewel aan de ene kant waardevolle kennis over de onderneming toeneemt hoe langer een commissaris in de RvC zit, is er aan de andere kant gevaar voor een afnemende effectiviteit en onafhankelijkheid bij te lang betrokken commissarissen (Huang, 2013; Forbes en Milliken, 1999). In de huidige Nederlandse Code is bepaald dat commissarissen maximaal twaalf jaar in de RvC zitting mogen nemen. In de Engelse Code (B.1.1) is bepaald dat onafhankelijke commissarissen die langer dan negen jaar in de Board zitten na deze negen jaar als niet-onafhankelijk worden gezien, zelfs als ze dat daarvoor formeel nog wel waren. Het is een arbitraire grens maar geeft wel aan dat er in de visie van de Financial Reporting Council (de FRC) een wijziging plaatsvindt in de objectiviteit van de commissaris nadat deze een aantal jaar betrokken is geweest bij de onderneming, de bestuurders en de besluitvorming. Daarnaast stelt de UK Code (B.2.3.) dat iedere benoeming na een periode langer dan zes jaar op rigoureuze wijze geëvalueerd moet worden en dat daarbij vooral het belang voor ‘een progressieve vernieuwing’ van de RvC in gedachte moet worden gehouden.

De effectieve zittingstermijn kan zowel per commissaris onderzocht worden als voor de gehele RvC. Commissarissen die al lang in een RvC zitten zullen na verloop van tijd een hoger niveau hebben van bedrijfsspecifieke kennis en -vaardigheden en hierdoor zal zijn of haar effectiviteit ook toenemen. Daarnaast zal een RvC die langer bij elkaar is, elkaar beter hebben leren kennen waardoor de samenhang verbetert en ook het effectief gebruik van elkaar kennis en vaardigheden toeneemt. Daar staat tegenover dat een RvC waar personen al langer bij elkaar zitten een gemeenschappelijke visie hebben ontwikkeld op de uitdagingen en beschikbare oplossingen van een onderneming. Commissarissen die relatief nieuw zijn in een RvC kunnen daarnaast ook nieuwe perspectieven inbrengen en zullen, zeker in het begin, vooral hun eigen expertise en achtergrond benadrukken bij het bespreken van agendapunten. (Forbes en Milliken, 1999)

Een recente studie onder de 1500 S&P ondernemingen, waarin de gemiddelde zittingstermijn van de gehele RvC werd berekend, suggereert ook dat de effectiviteit van commissarissen [1] een omgekeerde U-curve is. (Huang, 2013) De waarde en de kwaliteit van de besluitvorming, zoals M&A, financiële verslaggeving, de beloning- en vervanging van bestuurders en innovatie blijken mede afhankelijk te zijn van een niet-lineaire relatie met de gemiddelde zittingstermijn van de RvC. Dit impliceert dat commissarissen onder andere door 'on-the-job learning’ de bedrijfswaarde verbeteren tot een bepaald punt, waarna de toegevoegde waarde na een omslagpunt juist weer afneemt. Gemiddeld genomen lag dit omslagpunt op een gemiddelde zittingstermijn van negen jaar. (In de US is er geen maximum zittingstermijn voor commissarissen, dit leidt soms tot extreem lang zittende commissarissen. De gemiddeld zittingsduur is daarmee gemiddeld langer dan bijvoorbeeld in Nederland.) Opvallend uit Huangs’ onderzoek is overigens dat het omslagpunt anders is voor ondernemingen met meer behoefte aan toezicht, namelijk zeven jaar, dan voor ondernemingen met meer behoefte aan advies, namelijk elf jaar. Dit bevestigt de gedachte dat de onafhankelijkheid afneemt na verloop van tijd, zoals bepaald in de Engelse Code, maar dat dit vooral effect heeft voor ondernemingen waar de toezichtstaak leidend is.

Gemiddelde zittingstermijnen voor Nederlandse commissarissen

De Commissie van Manen heeft voorgesteld de maximale zittingstermijn van commissarissen terug te brengen van twaalf jaar naar acht jaar, omdat zoals de commissie dat formuleert:

De zittingstermijn van commissarissen van driemaal een periode van vier jaar in beginsel (te) lang is om met gepaste afstand toezicht te houden op het bestuur van de vennootschap. Door een lange zittingstermijn kan de commissaris te veel vergroeien met de vennootschap, wat kan leiden tot minder scherpte in het door de commissaris uitgevoerde toezicht.

Wat zou dit betekenen voor de huidige samenstelling van RvCs van Nederlandse beursondernemingen? Ik heb hiervoor de samenstelling van de RvCs per 31 augustus 2015 genomen (de datum waarop ik jaarlijks de Female Board Index bepaal).

Tabel 1: Zittingsduur van commissarissen in Nederlands, peildatum augustus 2015

Gemiddelde Minimum Maximum Mediaan
Man(n=343) 5,1 0,1 29,3 4,4
Vrouw(n=93) 3,2 0,2 10,4 2,3
Totaal(n=436) 4,7 0,1 29,3 4,2

Bron: Mijntje Lückerath, Female Board Index

De 436 commissarissen zaten gemiddeld op dat moment 4,7 jaar in de RvC. Het minimum was 0,1 jaar, en het maximum 29,3 jaar. De mediaan ligt op 4,2 jaar. De helft van alle commissarissen zit dus korter dan 4,2 jaar in de RvC. De 93 vrouwelijke commissarissen zitten gemiddeld bijna 2 jaar korter in de RvC, namelijk 3,2 jaar ten opzichte van 5,1 jaar voor de 343 mannelijke commissarissen.

Er zijn slechts kleine verschillen tussen AEX, AMX en lokale fondsen. De commissarissen bij AEX-fondsen zitten gemiddeld 4,9 jaar in de RvC, bij de AMX is dit 4,4 jaar en bij de lokale fondsen 4,8 jaar.De verdeling van de 436 commissarissen over de zittingsduur is als volgt weer te geven in figuur 1.

Figuur 1: 436 commissarissen verdeeld naar zittingstermijn, peildatum augustus 2015


Bron: Mijntje Lückerath, Female Board Index

Uit figuur 1 blijk dat 80% van alle commissarissen korter dan acht jaar in de RvC zit, 20% zit echter langer dan acht jaar in de RvC en zou dus op basis van het nieuwe voorstel de RvC moeten verlaten. Dit betreft 87 commissarissen. Opvallend is dat een aantal commissarissen meerdere functies zouden moeten afstoten omdat in meerdere RvCs langer dan acht jaar zitten. De huidige maximale termijn van twaalf jaar wordt door 3% van de commissarissen overgeschreden. Het betreft hier veertien commissarissen. Daarnaast geldt voor 31% van de commissarissen - die nu in hun tweede termijn zitten (4-8 jaar) - dat dit meteen hun laatste termijn wordt. Het gaat hier om 135 commissarissen. Onder de huidige regels zouden zij hierna nog eenmaal herbenoemd kunnen worden

Gemiddelde zittingstermijn per RvC

De gemiddelde zittingsduur per RvC – dus de gemiddelde zittingstermijn van alle commissarissen in die RvC - is ook 4,7 jaar. De RvC met gemiddeld het meeste aantal jaren ervaring in de RvC is Hunter Douglas (14,5 jaar) wat mede veroorzaakt wordt door de langstzittende commissaris (29,3 jaar). De RvC met gemiddeld de minste ervaring in deze RvC is Flow Traders (0,1 jaar). Met uitzondering van Hunter Douglas hebben verder alle andere RvCs een gemiddelde zittingsduur van minder dan negen jaar. Een kwart van de RvCs (26%) heeft een gemiddelde zittingsduur van alle commissarissen tussen de vier en vijf jaar (zie figuur 2).

Figuur 2: Gemiddelde zittingstermijn per hele RvC van 84 beursondernemingen, peildatum 2015


Bron: Mijntje Lückerath, Female Board Index

Relatie met rendement

De belangrijkste vraag is natuurlijk of er een moment te bepalen is wanneer een RvC als collectief minder effectief wordt als gevolg van de lange zittingstermijnen van zijn leden, het moment van de daling in de omgekeerde U-curve. En als dat moment te bepalen is, is er dan ook een moment te bepalen dat deze daling zover doorzet dat de lange termijn waarde creatie van de onderneming meer gebaat zou zijn bij een nieuwe commissaris, zelfs als we weten dat dit betekent dat deze persoon enige tijd nodig heeft om effectief te worden (de opgaande lijn in de U-curve). Net zoals in het onderzoek van Huang in de VS is het daarom verstandig onder andere te kijken naar de gemiddelde zittingstermijn van de RvC als collectief.

Hierbij dient bij voorbaat een waarschuwing. Alhoewel een hogere gemiddelde zittingstermijn van de collectieve RvC een indicatie kan zijn van lang zittende commissarissen, kan het gemiddelde ook beïnvloed worden door uitschieters: bijvoorbeeld een RvC met een commissaris die 10 jaar zit en een commissaris die 1 jaar zit, komt op een gemiddelde van 5,5 jaar; een RvC met een commissaris die 5 jaar zit en een commissaris die 6 jaar zit, komt ook op een gemiddelde van 5,5 jaar. Hier is dus geen verschil zichtbaar, terwijl de RvC wel degelijk anders is opgebouwd. De spreiding is in het eerste voorbeeld veel groter, maar toch zou ook dit niet perse de effectiviteit van de RvC hoeven te vergroten. Nadere analyses over de spreiding binnen de RvC of een optimaal aftreedschema zijn dus noodzakelijk.

Een partiële analyse tussen de gemiddelde zittingsduur van de RvC als collectief en het rendement op het eigen vermogen (ROE), toont in ieder geval geen correlatie en ook geen omgekeerde U-curve. Figuur 3 toont de spreiding van de gemiddelde zittingsduur voor de gehele RvC (de horizontale as), afgezet tegen het ROE dat deze onderneming in 2014 heeft behaald (de verticale as). De lijn door de puntenwolk toont een eventueel verband, aangezien deze vrijwel vlak loopt, is er geen relatie tussen de twee variabelen aangetoond. [2]

Figuur 3: Gemiddelde zittingstermijn per RvC en rendement (ROE), 84 beursondernemingen

Tot slot

Wim van den Goorbergh stelde onlangs dat eerst eens onderzoek gedaan moet worden naar het beoogd effect van de verkorte zittingsduur. Dat is een conclusie die ik van harte ondersteun. De gemiddeld lage zittingsduur voor zowel de individuele commissarissen als de gemiddelde RvC doet vermoeden dat er voldoende nieuwe aanwas in RvCs plaatsvindt, een enkele uitzondering daargelaten. De vervanging van 20 procent van de zittende commissarissen is een forse wijziging in de aard van de huidige samenstelling van RvCs, dus los van de personen om wie het nu concreet zou gaan. Dat is een beslissing die niet meer valt terug te draaien. Aan de andere kant herken ik ook de ook breed gedragen mening dat de huidige twaalf jaar te lang is en dat herbenoeming te vaak een automatisme is.

Als alternatief zou ik daarom willen vorstellen dat de Commissie toch hier het voorbeeld van de UK Code volgt:

  • Commissarissen die langer dan negen (of acht) jaar commissaris zijn worden als niet-onafhankelijke commissaris gezien, dit heeft in ieder geval een beperkend effect op het aantal commissarissen dat langer dat acht jaar commissaris omdat er maar één commissaris niet-onafhankelijk mag zijn. Een nadeel is dat bij een goed opgebouwd aan- en aftreedrooster er toch commissarissen na acht jaar moeten aftreden omdat een voorganger al gebruikt heeft gemaakt van deze uitzondering.
  • Iedere herbenoeming wordt op rigoureuze wijze geëvalueerd, waarbij het belang voor ‘een progressieve vernieuwing’ van de RvC in gedachte moet worden gehouden.

Daarnaast moet in Nederland het gevoel van diskwalificatie verdwijnen als commissarissen hun termijn van twaalf jaar niet volmaken. Commissarissen die de moed hebben om na acht jaar te concluderen dat een vernieuwing beter is voor de onderneming, verdienen respect in plaats van het impliciete verwijt dat ze waarschijnlijk niet voldeden.

Tot slot is het instellen van twee termijnen van vijf jaar een mogelijk compromis. De maximale termijn wordt daarmee terugbracht van twaalf jaar naar tien jaar, maar heeft minder grote gevolgen dat het terugbrengen naar acht jaar. Bij een volgende herziening kan dan bezien worden of dit voor de nodige vernieuwing heeft gezorgd en in de tussentijd kan nader onderzoek uitwijzen of er een ideale opbouw van een Raad van Commissarissen bestaat.

Voetnoten:

[1] Ook Huang (2013) refereert met de term Board Tenure aan de zittingstermijn van de outside directors, derhalve de commissarissen.

[2] Nader onderzoek met als afhankelijke variabele langetermijnwaardecreatie kan wellicht een ander beeld schetsen maar is nu niet uitgevoerd.

Referenties:

Huang, S. (2103), Zombie Boards: Board Tenure and Firm Performance, (July 29, 2013).

Forbes, D.P. & F.J. Milliken, (1999), Cognition and corporate governance. Understanding boards of directors as strategic decision making groups, Academy of Management Review, vol. 24, p. 489-505

Lückerath-Rovers, M., 2014, Bouwstenen voor High Performing Boards, Inaugurele rede, Tilburg University.

Te citeren als

Mijntje Lückerath-Rovers, “Maximering zittingsduur raakt 1 op de 5 commissarissen”, Me Judice, 22 maart 2016.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

In de media