Meer grip op pensioenrisico met individueel pensioensparen dan met pensioenplannen Kamp

Combinatieslot van een kluis
Afbeelding ‘Bank Safe Combination’ van Todd Ehlers (CC BY-ND 2.0)
21 jun 2012 | | 1883 keer bekeken
In de Hoofdlijnennota van minister Kamp dragen werknemers grotendeels het financieel risico op een tegenvallend resultaat op hun pensioenbeleggingen en op een langere levensduur. Maar zij hebben weinig grip op deze risico’s. Wie de tegenvallers draagt is vooraf niet helder en door de voorgestelde waarderingsmethode vallen tegenvallers pas laat op. Dit brengt pensioenexpert Gaston Siegelaer tot de conclusie dat de risicobeheersing voor deelnemers beter is bij een systeem van individueel pensioensparen (een zogenoemde ‘defined contribution-regeling’).

Risico bij deelnemers

De Hoofdlijnennota van minister Kamp is een volgende stap in het proces dat door het Pensioenakkoord uit juni 2010 in gang is gezet. De belangrijkste boodschap van dat Pensioenakkoord is dat de pensioenrisico’s grotendeels bij de deelnemers zelf neergelegd moeten worden, omdat werkgevers niet meer het leeuwendeel van die risico’s willen dragen. Het gaat dan zowel om de risico’s van langer leven als de risico’s van tegenvallers in de beleggingen ten opzichte van de pensioenverplichtingen.

De Hoofdlijnennota schetst een regelgevend kader waarbinnen deze overheveling van risico’s naar deelnemers kan worden uitgewerkt in pensioencontracten tussen werkgevers en hun medezeggenschapspartners, te weten vakbonden en ondernemingsraden. Tevens kondigt de Hoofdlijnennota wijzigingen aan in het bestaande toetsingskader voor pensioencontracten met een uitkeringsgarantie, de zogeheten uitkeringsovereenkomsten, ook wel Defined-Benefitregelingen genoemd.

Een wereld zonder individueel pensioensparen?

Een opmerkelijk aspect van zowel het Pensioenakkoord uit 2010 als de Hoofdlijnennota is dat er met geen woord wordt gerept over beschikbare premieregelingen –ook wel aangeduid als Defined Contribution oftewel DC-regelingen (in de volksmond ‘individueel pensioensparen’). Het Nederlandse pensioenlandschap wordt weliswaar gedomineerd door Defined- Benefitregelingen, maar een DC-regeling komt bij uitstek tegemoet aan de wens om risico’s bij deelnemers neer te leggen. Het negeren van DC-regelingen is een schril contrast met de Pensions Outlook 2012 van de OESO die op 11 juni werd gepubliceerd. Deze bevat een hoofdstuk over DC-regelingen die als volwaardige pensioenregeling worden beschouwd naast de traditionele Defined- Benefit-regelingen.

Alle risico’s voor de deelnemer in beide typen regelingen

Als bij nieuwe pensioencontracten volgens de systematiek van de Hoofdlijnennota alle risico’s bij de deelnemers komen te liggen, valt daarmee één belangrijk onderscheidend aspect tussen collectieve regelingen en DC-regelingen weg. Dan worden de vraagstukken ten aanzien van risicoverdeling en risicobeheersing cruciaal in het onderscheid tussen beide typen pensioenregeling. Met risico bedoel ik in dit verband de kans op en mate waarin het bereikte pensioeninkomen voor de deelnemer afwijkt ten opzichte van zijn pensioenambitie.

Is helder wie wanneer de risico’s draagt?

Bij DC-regelingen is de risicoverdeling helder: een deelnemer draagt zelf de risico’s en krijgt zowel de meevallers als tegenvallers voor eigen rekening. Bij een collectieve regeling volgens de Hoofdlijnennota vindt een herverdeling over verschillende leeftijdscohorten plaats. Of elk leeftijdscohort voor de risico’s die het loopt, ook een fair aandeel in de meevallers krijgt, is op voorhand niet bekend. Er wordt ook niet op gestuurd en evenmin verantwoording over afgelegd aan toezichthouders of deelnemers. Transparantie hierover is dus een aandachtspunt.

Kan de deelnemer aan een collectieve regeling tijdig bijsturen en zo zijn risico beheersen?

Risicobeheersing bouwt voort op risicometing. Hoe gaat risicometing eruitzien als je de methodiek van de Hoofdlijnennota volgt? De Hoofdlijnennota introduceert een methode voor het bepalen van de waarde van pensioenverplichtingen waarbij wordt uitgegaan van de fictie dat de termijnrente (forward rate) voor kasstromen in de verre toekomst 4,2% bedraagt. Indien die veronderstelling niet uitkomt en de rente laag blijft, hebben de leeftijdscohorten in de jaren voorafgaande aan het leegraken van de collectieve pensioenpot dus geprofiteerd van een optisch aanwezige rijkdom. Hoe snel zie je dat de collectieve pensioenpot leeg raakt, zodat je op tijd maatregelen kunt treffen om bij te sturen? Omdat het pensioenfonds volgens de methodiek van de Hoofdlijnennota moet rekenen met een verhoogde disconteringsvoet ten opzichte van de marktwaarde van pensioenuitkeringen en met een 12-maands gemiddelde dekkingsgraad, zie je dat jaren te laat. Voor de individuele deelnemer betekent dit dat hij evenmin zicht heeft op het voor hem relevante risico, en al helemaal niet tijdig kan bijsturen.

Kan een deelnemer aan een DC-regeling tijdig bijsturen en zo zijn risico beheersen?

Bij een DC-regeling met een goede pensioenplanner (denk aan internettoepassingen) kan de deelnemer op basis van marktwaarde van de onderliggende beleggingen inzicht krijgen in hoeveel pensioeninkomen hij reeds heeft verworven, en of hij daarmee op koers ligt. Door middel van Life Cycle beleggingsprofielen wordt het risico voor de deelnemer automatisch afgebouwd naarmate de deelnemer de pensioendatum nadert. Het OESO-rapport noemt dit een doeltreffende vorm van risicobeheersing. De deelnemer kan tijdens de opbouw van pensioen desgewenst bijsturen met extra premiestortingen, voor zover de regeling dat toelaat, of met een aangepast risicoprofiel, danwel zich tijdig voorbereiden op uitstel van zijn pensioendatum met enkele maanden om daarmee tegenvallers te compenseren.

Complexiteit en ondoorzichtigheid zijn risicofactoren op zichzelf

De methodiek die de Hoofdlijnennota voorstelt voor het toetsingskader waarbinnen pensioenfondsen moeten opereren behelst een toename van complexiteit, zowel voor pensioenfondsen als voor deelnemers. Complexiteit is een risicofactor op zichzelf. Voor individuele deelnemers is niet direct inzichtelijk wat de consequentie van een bepaalde dekkingsgraad voor hun eigen pensioensituatie is. Deze hoeven een werkgever niet te beletten om te kiezen voor de route van de Hoofdlijnennota, maar vergen wel extra aandacht, bijvoorbeeld door extra expertise aan te trekken.

Conclusie

Er zijn diverse aspecten waarop men de methodiek van de Hoofdlijnennota kan vergelijken met een DC-regeling. Risicobeheersing is één aspect. Op basis van mijn analyse concludeer ik dat een beter grip op pensioenrisico gemakkelijker is te realiseren met een DC-regeling dat met de methodiek van de Hoofdlijnennota, zowel voor de werkgever als voor de deelnemers.

Te citeren als

Gaston Siegelaer, “Meer grip op pensioenrisico met individueel pensioensparen dan met pensioenplannen Kamp”, Me Judice, 21 juni 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.