Meten is vergeten: over rendementsdenken

20 mrt 2015 | | 991 keer bekeken
Beoordelen van prestaties in het onderwijs leent zich meer voor een kwalitatieve toets dan het aflopen van een aantal kwantitatieve indicatoren. Want afgaan op indicatoren zoals het percentage afstudeerders alleen betekent het vergeten van de rest. De uitdaging zit in het goed organiseren van een subjectieve beoordeling in plaats van het proberen verbeteren van de indicatoren. Dit stelt Bart Nooteboom.

Rendement

Er is ophef over rendementsdenken maar daar ligt een misverstand. Rendement gaat over een afweging van kosten en opbrengsten. Natuurlijk maak je die. Het zou raar zijn als je het niet deed. Het probleem zit hem in de vaak slechte meetbaarheid van de opbrengsten waar het werkelijk om gaat. Kosten zijn wel gemakkelijk meetbaar en dus krijgt dat de aandacht.

De belangrijkste aspecten van kwaliteit zijn vaak het slechtst meetbaar, vooral in cultuur (onderwijs, wetenschap, kunst, media) en sociale activiteiten (zorg). En dan richt men zich op ondergeschikte aspecten die wel meetbaar zijn. En dat geeft perverse prikkels en vernietigt kwaliteit.

Onderwijs

In het onderwijs gaat het dan bijvoorbeeld om percentage afstudeerders. Dat kun je verhogen door de eisen te verlagen, maar dat is niet de bedoeling. Opbrengst zoals het opbouwen van een kennissamenleving, een basis voor wetenschappelijk onderzoek, kwaliteit van oordeel en argumenten in de democratie, onderhoud en overdracht van cultureel erfgoed, levenswijsheid, inzicht in mensen met hun denken en voelen, voeding van diversiteit en tolerantie, het belang daarvan voor relaties, enz. Moeilijk meetbaar dus verwaarloosd.

Of de meting betreft hoe studenten de lessen ervaren. Was de docent duidelijk, interessant, bevlogen, en stemde hij zijn les af op de actualiteit? Dat is van belang, ongetwijfeld, en moet een rol spelen, maar het is niet het belangrijkste. Als studenten het college goed konden beoordelen hadden ze zoveel kennis dat ze het college niet meer nodig hadden.

Onderzoek

In het onderzoek gaat het dan om aantallen publicaties gewogen met de ‘kwaliteit’ van een tijdschrift gemeten naar gemiddeld aantal citaten per artikel, of het aantal citaten van de wetenschapper. Ook hier: die metingen zijn wel relevant, maar zijn een imperfecte weergave van waar het om gaat: hoe origineel het onderzoek was, en hoe gedegen de techniek en methode. De meting leidt tot een overdaad aan publicaties, verwaarlozing van onderwijs, concentratie op modieuze onderwerpen, verwaarlozing van wat echt nieuw en daardoor minder herkenbaar is, bedrog met data, plagiaat, en het bouwen van citatie-circuits.

Zorg

In de zorg gaat het dan om het aantal sterfgevallen per ziekenhuis (dat dan gecorrigeerd moet worden voor de leeftijd en ziektegeschiedenis van patienten), de vraag naar ervarings-aspecten zoals het comfort van de wachtkamer, de wachttijd, of de dokter goed communiceerde, zijn witte jas schoon was en hij geen drankkegel had. Ook hier: dat is wel relevant maar niet het belangrijkste. Er ontstaan steeds langere ‘lijstjes’ van steeds ingewikkelder metingen, die hun doel voorbijschieten: het doel om het voor patienten inzichtelijker te maken.

Een oplossing die gezocht wordt is om de zorg op te sluiten in protocollen van behandeling (de 30.000 ‘Diagnose Behandel Combinaties’). Dat moet dan de kwaliteit garanderen, en kan men kijken waar tegen de laagste kosten aan die protocollen wordt voldaan. Maar de beroepspraktijk laat zich niet altijd op die manier opsluiten. Die is daar vaak te rijk, afhankelijk van context en veranderlijk voor. Als je daar onvoldoende ruime voor geeft breek je motivatie, doeltreffendheid en eigen verantwoordelijkheid van de artsen af.

‘Meten is weten’ is het adagium, maar hier is meten meer vergeten wat van waarde is. Er is een verschuiving van wat echt belangrijk is naar wat meetbaar is. ‘Vluchtmeting’ noem ik dat.

Kwalitatieve toets

Wat te doen? Naast meting van uitkomsten waar dat mogelijk en relevant is, een meer kwalitatieve beoordeling van processen die uitkomsten produceren, door mensen die dat kunnen beoordelen (een inspectie, zoals we vroeger hadden), en in discussie tussen uitvoerders en beoordelaars, in visitaties met ‘peer review’. Dat gebeurt ook in onderwijs en wetenschap, en bij ziekenhuizen. Dat is kostbaar maar nodig om de tekortschietende metingen te corrigeren en aan te vullen. Daar geldt ook rendement. De kosten zijn nodig voor een betere opbrengst van beoordeling.

Te citeren als

Bart Nooteboom, “Meten is vergeten: over rendementsdenken”, Me Judice, 20 maart 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.