Neem drempels voor arbeidsparticipatie weg

Neem drempels voor arbeidsparticipatie weg image
17 jun 2010 |
De meeste politieke partijen zijn het er over eens dat solidariteit niet alleen het ondersteunen van mensen die aan de kant zijn komen te staan betekent, maar vooral het verhinderen van inactiviteit. Om de arbeidsparticipatie te verhogen door het voorkomen van inactiviteit zijn nog veel drempels weg te nemen, stellen Marcel Canoy, Martin van der Ende en Mathijn Wilkens. Drempels variëren van het gevangen zitten in arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor jongeren tot het vastlopen van ouderen in een te hoog betaalde baan.

Doel is helder, de weg ernaar toe niet

De meeste politieke partijen zijn het er over eens dat de traditionele Nederlandse verzorgingsstaat en het kostwinnersmodel ingeruild moeten worden voor een participatiesamenleving. Dit betekent in eerste instantie het voorkomen van inactiviteit, vervolgens het behouden van activiteit en wanneer inactiviteit toch optreedt, een systeem dat gericht is op een spoedige terugkeer naar de arbeidsmarkt.

Over dit doel mag dan redelijke consensus zijn, zo niet over de weg erheen. Hoewel al het nodige gebeurd is (aanscherpen vervroegd pensioen, WAO, bijstand) zijn er nog tal van instituties die niet passen in een participatiesamenleving.

Voorkomen van inactiviteit begint op school en bij de opvoeding. ‘Voorkomen is beter dan genezen’, is op het gebied van de arbeidsmarkt wel erg op zijn plaats. Het is duur en ingewikkeld om iemand bij de maatschappij te betrekken als die op zijn pakweg 30ste een jaar werkloos is zonder dat hij relevante kwalificaties heeft. Een gesubsidieerde baan is dan een noodoplossing die – in aller belang – beter voorkomen kan worden.

Instituties die inactiviteit aanmoedigen passen ook niet in de maatschappij van de toekomst. Dit pleit bijvoorbeeld voor het versneld ontmantelen van de zogeheten aanrechtsubsidie (de heffingskorting voor samenwonenden) waarmee de overheid vrouwen onvoldoende stimuleert in hun eigen inkomen te voorzien. Ook het aanscherpen van de Wajong is hoognodig, omdat niemand echt gelooft dat we 400.000 permanent arbeidsongeschikte jongeren hebben. Bij de huidige regeling lopen Wajongers die werk accepteren het risico weer arbeidsongeschikt te raken en hun Wajong-uitkering voorgoed kwijt te zijn.

Inactiviteit onder ouderen

Ook op het gebied van het behouden van activiteit is nog een wereld te winnen. Ten eerste willen we ouderen niet nodeloos snel afschrijven. Dit pleit voor het flexibiliseren van de pensioenleeftijd, het aanmoedigen van werknemers om hun vaardigheden voortdurend op peil te houden en het verplichten van werkgevers om dit te ondersteunen.

Ten tweede is het almaar met leeftijd stijgende loonpad niet meer van deze tijd. Het aanpassen van het loongebouw is niet simpel, maar op lange termijn overkomelijk en in Scandinavië al jarenlang gemeengoed. Een transitiefase op weg naar lonen die weer in verhouding staan tot productiviteit is nodig. De aanscherping van het vervroegd pensioen heeft aangetoond dat er nog veel rek in de arbeidsmarkt voor ouderen zit. Dat biedt kansen om met alle mogelijke middelen aan het werk te houden.

Publiekprivate samenwerking

Een andere manier om activiteit zinvol te behouden is om publiekprivate samenwerkingen op te zetten. Private middelen zijn beschikbaar doordat sociale partners geld stoppen in opleiding- en ontwikkelingsfondsen. Op jaarbasis gaat dit al snel over zo’n 700 miljoen euro. Die fondsen kunnen worden gebundeld met publieke middelen om de aansluiting tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt te verbeteren. Zo worden fondsen beter benut en wordt het beroepsonderwijs effectiever.

Als mensen toch onverhoopt voor hun pensioen inactief zijn geworden is het in ieders belang om ze zo snel mogelijk te begeleiden richting arbeidsmarkt. Naast allerlei vormen van activerend arbeidsmarktbeleid doet zich een andere mogelijkheid voor. Gemeenten krijgen in toenemende mate verantwoordelijkheden op het gebied van de uitvoering van werk en inkomen, zoals nu het geval is bij de bijstand en het aanbieden van werk of school aan jongeren tot 27 jaar. Maar hoe goed zijn gemeenten in re-integratie? Sinds de gemeente verantwoordelijk is voor de bijstand, is er enig afschuifgedrag richting Wajong.

Samenwerking tussen uitzendbranche en gemeente biedt een goede kans. Uitzendbureaus zijn gespecialiseerd in het plaatsen van werklozen. Gemeentes kunnen hun nieuwe verantwoordelijkheden waarmaken door samen op te trekken met de uitzendbranche. Zo’n samenwerking kan ook oplossingen bieden voor mensen die geen regelmatig werk hebben, geen recht hebben op een uitkering en regelmatig onder het minimum inkomensniveau verkeren.

De afgelopen decennia stonden in het teken van curatief sociaal beleid. Mensen die om wat voor reden dan ook aan de kant waren komen te staan, konden rekenen op financiële ondersteuning. Over deze vorm van solidariteit kan men uiteraard van mening verschillen. Het is wel in ieders belang als veel zwaarder ingezet wordt op het verhinderen van inactiviteit. Bouw instituties af die inactiviteit stimuleren en tuig samenwerkingsverbanden op om de krachten van publiek en private partijen te bundelen opdat iedereen die daartoe in staat is zinvol kan participeren in de samenleving.

* Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad van 8 juni 2010.

Te citeren als

Marcel Canoy, “Neem drempels voor arbeidsparticipatie weg”, Me Judice, 17 juni 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.