Nieuwe huishoudentoeslag: leuker kunnen we het niet maken, wel ingewikkelder

Nieuwe huishoudentoeslag: leuker kunnen we het niet maken, wel ingewikkelder image
Afbeelding ‘Belastingdienst ’ van mystic_mabel (CC BY-SA 2.0)
28 jun 2013 | | 2437 keer bekeken
De commissie van Dijkhuizen heeft zich gebogen over een belastingstelsel dat eenvoudig, solide en fraudebestendig moet zijn en bovendien bijdraagt aan de verbetering van de concurrentiekracht van Nederland. Volgens Raymond Gradus dragen de nieuwste voorstellen zoals een huishoudentoeslag daar weinig aan bij. De invoering van deze toeslag maakt het stelsel alleen maar complexer en is een nivelleringsoperatie die niet tot meer werkgelegenheid zal leiden.

Vereenvoudiging

De recente aanvulling van de commissie Inkomstenbelasting en toeslagen genoemd naar haar voorzitter Van Dijkhuizen op de interimrapportage Naar een activerender belastingstelsel uit oktober 2012 is teleurstellend. Dat is jammer, omdat de interim-rapportage een aantal behartigenswaardige elementen bevatte. Zo stelde deze commissie een sociale vlaktaks voor. Daardoor zal het gros van de belastingplichtigen voortaan geconfronteerd worden met een vlaktakstarief van 37% (na verloop van tijd terug te brengen naar 34%) voor en vanaf een (belastbaar) inkomen van 60.000 euro geldt een tarief van 49% (na verloop van tijd terug te brengen naar 46%), waardoor slechts 1 op 13 belastingplichtigen met dit toptarief worden geconfronteerd. Ook wordt fiscale overbelening voor het eigen huis in belangrijke mate gemitigeerd doordat de hypotheekrente voortaan tegen het laagste tarief kan worden afgetrokken. Ook geeft dit rapport aan dat nieuwe hypotheekgevers voortaan moeten kunnen volstaan met 50 % aflossen, waardoor er meer flexibiliteit in de woningmarkt zal optreden. Helaas zijn de aanbevelingen terzijde gelegd door dit kabinet, maar het is nuttig dat deze opnieuw onder de aandacht worden gebracht.

Nieuwe aanbeveling

Nieuw in het eindrapport van de commissie-Van Dijkhuizen over het belastingstelsel zijn de aanbevelingen voor de introductie van een huishoudentoeslag en het tegengaan van fraude. Er wordt voorgesteld om de toeslagen voor huur, gezinnen en zorg te vervangen door een huishoudentoeslag, waarbij (vooralsnog) wordt uitgegaan van hetzelfde budget. De onderdelen voor wonen, zorg en kinderen worden in de huishoudentoeslag op dezelfde manier opgebouwd als in de huidige regelingen.

Weinig effectief

Echter deze bundeling levert weinig op. De bewerkelijke toetsing of alleenstaanden of gezinnen feitelijke huuruitgaven hebben blijft immers gewoon bestaan. Wel wordt het afbouwpercentage tussen de regelingen geüniformeerd. Op dit moment kent de zorgtoeslag een afbouwpercentage van circa 5% en de huurtoeslag een afbouwpercentage van 32% voor 40% voor eenpersoonshuishouden en 32% voor meerpersoonshuishoudens. De consequentie daarvan is dat de zorgtoeslag tot inkomens van 51.000 euro wordt verstrekt, terwijl huishoudens boven de 29.000 euro al geen recht hebben op deze huurtoeslag. Door in de nieuwe huishoudentoeslag straks uit te gaan van een afbouwpercentage van 15% zullen steeds meer mensen een huurtoeslag gaan ontvangen en dus met een hogere marginale druk geconfronteerd worden. Dit effect zal versterkt worden doordat de afbouw niet zoals op dit moment begint op het niveau van het sociaal minimum maar op het niveau van wettelijk minimumloon. Om de zaak budgettair rond te laten lopen zullen met name middeninkomens hun zorgtoeslag gaan verliezen.

Meer huurtoeslagen

Ook synchroniseert van Dijkhuizen de inkomens- en vermogensbegrippen tussen de toeslagen. Hierbij is het nodige op te merken. Op dit moment wordt bij de inkomenstoets van de huurtoeslag ook het inkomen van kinderen boven de 23 jaar en inwonende ouders meegeteld. Bij de vraag of vanuit de overheid ondersteuning voor de huur nodig is gaat het logischerwijs om alle inkomens die op dit huisadres wonen en niet alleen om de hoofdkostwinner en de partner. Van Dijkhuizen wil die toets laten vervallen, waardoor meer mensen een huurtoeslag krijgen. Ook wil hij de vermogensgrens, waar boven geen recht is op een toeslag, voor de huurtoeslag optrekken van 21.000-42.000 naar 100.000-122.000 euro afhankelijk van de gezinssituatie. Dit lijkt logisch, maar is het niet omdat mensen met huurtoeslag geen vermogen hebben uit een huis en daardoor kan de grens eenvoudigweg lager worden vastgesteld. Ook hiervan is wederom de consequentie dat mensen meer huurtoeslag gaan ontvangen. Bij zoveel meer mensen meer in de huurtoeslag is het straks onontkoombaar om straks uit te gaan van een normhuur. Van Dijkhuizen heeft evenwel deze variant niet nader onderzocht. Bovendien is een dergelijke stelselwijziging gecompliceerd en zal een lang invoeringstraject vergen.

Geen werkgelegenheidswinst

Omdat deze omzetting naar een huishoudentoeslag vooral een verschuiving is, geeft het CPB aan dat de voorgestelde wijziging “de financiële prikkels om al dan niet te gaan werken nauwelijks beïnvloedt.” Met andere woorden (substantiële) werkgelegenheidswinst van deze operatie is er in tegenstelling tot de door Van Dijkhuizen voorgestelde afvlakking van de tariefstructuur niet te verwachten. Bovendien draagt een dergelijke operatie niet bij een vermindering van fraude zoals Van Dijkhuizen zelfs ook opmerkt. Deze fraude hangt in belangrijke mate samen met een voorlopige uitkering van de toeslagen. Dit kan echter worden aangepakt door maatregelen zoals de rechtstreekse uitkering van de zorgtoeslag aan zorgverzekeraars en betere koppeling van de diverse bestanden.

Ingewikkeld en ineffectief

Resumerend lijkt de operatie van Dijkhuizen tot invoering van een huishoudentoeslag een ingewikkelde nivelleringsoperatie om toeslagen (in het bijzonder de zorgtoeslag) weg te halen bij mensen met een inkomen net boven modaal en neer te laten slaan bij de toeslagen (in het bijzonder de huurtoeslag) rond het minimumloon. Naast de maatregelen uit het Regeerakkoord en de in discussie zijnde inkomensafhankelijke kinderbijslag zijn wederom de middeninkomens de klos. En dat zouden we niet moeten willen.

Referenties:

Beetsma, R., L. Bovenberg, K. Caminada, E. Dijkgraaf, S. Eijffinger, R. Gradus, 2012, “Elke Nederlander gebaat bij sociale vlaktaks”, Me Judice, 24 januari 2012.

Commissie inkomstenbelasting en toeslagen (2012). Naar een activerender belastingstelsel: interimrapportage.

Commissie inkomstenbelasting en toeslagen (2013). Naar een activerender belastingstelsel, eindrapport.

* Dit artikel verscheen in verkorte vorm eerder in het Financieele Dagblad van 28 juni 2013.

Te citeren als

Raymond Gradus, “Nieuwe huishoudentoeslag: leuker kunnen we het niet maken, wel ingewikkelder”, Me Judice, 28 juni 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.