Oud in Nederland: alleen, zonder hulp of verzorging

Oude vrouw
Afbeelding ‘Happy Planet 1’ van Patrick Doheny (CC BY 2.0)
8 feb 2012 | | 3135 keer bekeken
Het aantal ouderen neemt veel sterker toe dan het aantal verzorgenden, of het nu gaat om betaalde krachten, familie of bekenden. Het gat tussen behoefte aan en aanbod van hulp en verzorging groeit snel en lijkt op geen enkele manier overbrugbaar. Oud worden in Nederland gaat daarom heel vervelend worden, stelt Frits Tjadens.

Hulp aan ouderen

Vergeleken met andere Europese landen heeft Nederland een klein aandeel 65-plussers met een zeer ernstige beperking in het dagelijks functioneren gedurende de laatste zes maanden of langer. Deze groep senioren heeft veel behoefte aan zogeheten ADL-zorg: hulp bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen, zoals bij het opstaan, aan- en uitkleden, eten en drinken, de toiletgang, wassen.

Nederlandse familieleden zijn in het algemeen weinig actief in het geven van dit soort hulp. Het gaat met name om 50- of 65-plussers die deze zorg verlenen. ADL-zorg is dus vooral partnerzorg op hoge leeftijd: de lamme leidt de blinde. Dat heeft te maken met onze cultuur: niet alleen gaat het om iets dat relatief moeilijk te flexibiliseren is, het is ook intieme zorg die grenzen tussen personen doorbreekt. Daarbij wonen en werken de kinderen veelal elders en zijn dus ook niet snel in de buurt. En omdat ouderen anderen niet met deze zorg kunnen (het sociale netwerk is vaak beperkt) of willen (hier belast je de kinderen niet mee, die zijn druk met hun eigen leven) belasten, maar zelf ook krakkemikkig zijn, hebben we de zorgverlening. Maar die zorg loopt niet goed. Waarom niet? Daar zijn twee oorzaken voor: de harde en de zachte solidariteit, geld en personeel.

Budgettaire problemen

Het SCP rekent op verdubbeling van zorgkosten tot 2030; de OESO op verdriedubbeling tot 2050. Dat betekent – naast pensioenen en leeftijdgebonden gezondheidskosten – fors toenemende spanningen tussen collectieve inkomsten en uitgaven, want de uitgavenstijging valt samen met krimp van de potentiële beroepsbevolking van 15-64 jaar. Verhoging tot 67 jaar als pensioenleeftijd is daarvoor een magere oplossing. Naar het zich laat aanzien zijn we nog maar bij het begin van de bezuinigingen en blijft de crisis nog jarenlang voelbaar. Dus wordt naast de btw ook de zorg aangepakt: hogere eigen bijdragen, vermogenstoets, smaller pakket. Want niet alleen het Rijk, maar ook provincies en gemeenten zitten tot hun nek in de schulden. En of we willen of niet: de samenleving polariseert: het maatschappelijk middenveld, het draagvlak onder de AWBZ, valt weg. Dat samen is een zorgwekkend scenario. Premies zullen omhoog schieten, de dekking omlaag.

Elke tiende vrouw

Bovendien neemt tussen nu en 2050 in Nederland het ‘hulppotentieel’, het aantal mensen tussen 15 en 79 jaar dat voor elke 80-plusser potentieel paraat staat, met 250 procent (van 20 tot 8 personen) af. En dat wat er is, vergrijst, net als de samenleving en net als de werkenden in de zorg. Wat betekent dat? Laten we eens rekenen.

Op dit moment werkt circa 1,8 procent van onze potentële beroepsbevolking in de ouderenzorg. Dat is niet zo veel en als we geld hadden zou dat misschien best geleidelijk kunnen groeien. Maar er zijn twee personen per fte nodig. Een stijging van vraag en kosten van bijna 300 procent betekent dus ook een verdriedubbeling in FTEs, en in personen die bovendien vrijwel allemaal vrouw zijn en al wat ouder.

Feitelijk hebben we in 2050 dus 9 procent van de vrouwelijke potentiële beroepsbevolking nodig, maar omdat die tot 2050 met 7 procent slinkt moeten we corrigeren, dus hebben we elke tiende vrouw in de ouderenzorg nodig. En dan hebben we het nog niet over de ziekenhuizen, de gehandicaptenzorg, de GGZ, de kindzorg, enzovoorts. Is dat haalbaar? Volgens Calibris kunnen we de 12.000 extra mensen voor de zorg uit het regeerakkoord al niet halen en de ontgroening leidt tot verdere krimp van de instroom in de sector. Of al deze getallen nu precies kloppen of niet, de trend is onmiskenbaar. Langer en productiever werken per werkende in de zorg is daarom het parool. Dat helpt bovendien op de arbeidsmarkt waar de competitie om schaars personeel scherper wordt.

Maar op enig moment loopt dat spaak bij oudere werkenden. Bovendien zal dat niet het fundamentele probleem oplossen, want de vraag is of al die uren betaald kunnen worden. En die oplossing is bovendien niet van toepassing op familieleden. Laten we daar eens naar kijken, want in discussies over zorgstelsels en budgetten en arbeidsmarkten nemen we daarover vaak van alles aan, zonder daar expliciet naar te kijken. Toch is dit het fundament onder elk zorgstelsel.

Straks een op de vijf mensen overbelast

De familie dus, de ‘mantelzorg’: nu al zijn volgens het SCP 450.000 mensen overbelast, 3,3 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder en ook nu geldt dat dit merendeels vrouwen zijn (en dit aantal is sinds 2001 al met 50 procent toegenomen). Bij verdriedubbeling van de vraag wordt dat dus zeker drie keer zo veel, 10 procent. Omdat het ‘hulppotentieel’ per 80-plusser zoals gezegd met 250 procent afneemt, is die 10 procent nog een stevige onderschatting en komen we uit op 25 procent. Dit terwijl familienetwerken dunner worden door echtscheidingen en een dalend kindertal per ouder(paar). Mannen leven weliswaar wat langer (om voor hun even oude vrouw te zorgen) wat voornoemde effecten wat matigt, maar maken niet het fundamentele verschil.

Als we nu even niet denken aan het feit dat deze mensen ook ouder worden en vaker, meermaals en dubbel moeten zorgen, kunnen we positief blijven: het totale effect in 2050, als deze ‘informele solidariteit’ op dit niveau gehandhaafd blijft, is dat 20 procent van de mensen ouder dan 15 overbelast is door zorg voor een naaste. Dat is dus niet haalbaar.

Er is dus niet meer publiek geld en er is weinig kans dat er voldoende hulptroepen zullen zijn, (publiek) betaald of als familielid. Electoraal een ‘catch 22’: de ‘grijzen’ gijzelen de ‘groenen’ in onze democratie door hun aantal en denken niet aan de kinderen, zie ook de recente discussie rond verlaging van de pensioenen. Er is geen ontkomen aan: Zwitserleven is een fata morgana; de aankomende pensioen-ingrepen zijn nog maar het begin: oud zijn gaat vervelend worden, en na de crisis helemaal. De eerste babyboomers hebben feest gevierd maar voor de rest: het feestje is over. Voor mensen die straks oud worden geldt: tegen de tijd u zorg nodig heeft, dan is die er niet meer.

Te citeren als

Frits Tjadens, “Oud in Nederland: alleen, zonder hulp of verzorging”, Me Judice, 8 februari 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.