Ouderen verdienen wat ze waard zijn

Ouderen verdienen wat ze waard zijn image
4 mei 2009 | | 3625 keer bekeken
Wie veel waard is, verdient een goed loon. Waarom zou dat voor ouderen niet gelden, vraagt econoom Paul de Beer zich af. Een hoog loon, lage baanmobiliteit en wat langer zoeken naar een nieuwe baan laten zich prima verklaren door het belang van met de jaren opgebouwde bedrijfsspecifieke kennis van ouderen.

Somberen over oudere werknemer

De afgelopen tien jaar is de arbeidsdeelname van 55-plussers in ons land verdubbeld. In geen enkel ander Europees land is het aantal werkende ouderen zo sterk gestegen. De hervormingen van de vut- en prepensioenregelingen en de veranderingen in de WAO hebben hun vruchten afgeworpen.

Reden tot tevredenheid, zou je zeggen. Niet voor de economen Lans Bovenberg, Bas Jacobs en Ruud de Mooij die op deze website betogen dat de arbeidsmarkt voor ouderen in ons land slecht werkt. 72 procent van de 55-64-jarigen zit al langer dan tien jaar in dezelfde baan en slechts één procent wisselt jaarlijks van baan. Daar komt bij dat in Nederland, veel meer dan in de Scandinavische landen, de lonen sterk stijgen met de leeftijd. Een niet-econoom zou denken dat dit een gunstig teken is: dat oudere werknemers lang in dezelfde baan blijven en steeds meer gaan verdienen, duidt er op dat zowel de werknemers als hun werkgever heel tevreden zijn met hun relatie. Te meer omdat het in de meeste CAO’s geen automatisme is dat het loon doorgroeit met de leeftijd, maar zich alleen voordoet als de werknemer naar een hogere schaal wordt bevorderd.

Voor economen is een arbeidsmarkt waarin iedereen op zijn plaats blijft zitten echter een slecht teken. Dat betekent dat de arbeidsmarkt voor ouderen op slot zit, zoals De Mooij in NRC Handelsblad van 23 april 2009 stelde. En dat komt weer doordat ouderen teveel verdienen in verhouding tot hun productiviteit. Door de strikte ontslagbescherming en genereuze ontslagvergoedingen in ons land kan hun baas hen alleen tegen hoge kosten ontslaan. Als oudere werknemers onverhoopt toch ontslagen worden, komen zij echter bijna niet meer aan de slag, omdat zij voor andere werkgevers te duur zijn.

Hoge productiviteit oudere als verklaring van hoog loon…

Cruciaal in de redenering is dat de lonen van ouderen hoger zijn dan hun productiviteit. Nu is de productiviteit van werknemers moeilijk te meten. Het is dan ook niet mogelijk het loon en de productiviteit direct met elkaar te vergelijken. Daarom veronderstellen economen doorgaans dat loon en productiviteit gelijk zijn, zoals de toonaangevende neoklassieke theorie voorspelt. Uit het feit dat het loonverschil tussen hoog- en laagopgeleiden toeneemt, concluderen economen dan ook dat hoogopgeleiden verhoudingsgewijs productiever zijn geworden, bijvoorbeeld ten gevolge van technologische ontwikkeling. Maar in het geval van ouderen komt deze veronderstelling hen blijkbaar niet van pas. Daarom weten zij ineens zeker dat het loon van ouderen te hoog is in verhouding tot hun productiviteit. Immers, in landen als Denemarken en Zweden stijgen de lonen veel minder met de leeftijd, stellen Bovenberg c.s.

... van lage baanmobiliteit…

Dat dit ook zou kunnen betekenen dat ouderen in Nederland simpelweg productiever zijn, komt niet bij hen op. Dit zou juist weleens kunnen komen doordat zij weinig van baan veranderen en zich steeds verder ontwikkelen in hun functie. Zij bouwen daarmee veel bedrijfsspecifieke vaardigheden op, die alleen van waarde zijn in hun huidige werk en niet bij een ander bedrijf. Daardoor verdienen ouderen in hun huidige baan meer dan zij elders kunnen verdienen. Het is dan begrijpelijk dat zij zelden van werk veranderen. Strikte ontslagbescherming stimuleert de werkgever juist om in zijn personeel te blijven investeren. Weliswaar nemen oudere werknemers relatief weinig deel aan scholing en training, maar in veel functies is informeel leren – van collega’s en al doende – waarschijnlijk veel belangrijker. Doordat oudere werknemers in Denemarken en Zweden vaker van baan wisselen en vaker ontslagen worden is er voor hen minder reden om in hun huidige functie te investeren. Het is daarom heel wel denkbaar dat zij minder productief zijn dan hun Nederlandse collega’s.

… en van langere zoekduur

Als oudere werknemers in hun huidige baan relatief productief zijn, verklaart dit ook waarom zij zo moeilijk weer aan de slag komen als zij hun werk verliezen. In een nieuwe functie moeten zij doorgaans met een beduidend lager salaris genoegen nemen, mogelijk zelfs onder hun uitkeringsniveau. Velen zoeken waarschijnlijk tevergeefs een baan op hun oude niveau. En wie bereid is tegen een lager loon te werken maakt zich juist verdacht tegenover zijn nieuwe werknemer: dan moet er wel echt iets met je mis zijn. Maar laten we dit probleem niet overdrijven: slechts 1,2 procent van de bevolking van 55-64 jaar is langer dan een jaar werkloos. Extra steun voor hen bij het vinden van een nieuwe baan is zeker gewenst. Maar deze kleine groep kansarmen kan toch geen reden zijn om de hele arbeidsmarkt van ouderen open te breken, de ontslagbescherming vergaand te versoepelen en loonschalen grondig te herzien. Alvorens we daartoe overgaan zouden Bovenberg c.s. toch met wat meer bewijsmateriaal moeten komen dan alleen hun interpretatie van een economische theorie.

* Een eerdere versie van dit artikel is verschenen in de Volkskrant.

Te citeren als

Paul de Beer, “Ouderen verdienen wat ze waard zijn”, Me Judice, 4 mei 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.