Parlementair onderzoek nodig naar effecten Europese miljardengaranties

Parlementair onderzoek nodig naar effecten Europese miljardengaranties image
Afbeelding ‘Studentenprotest 21/01/11’ van Thijs Kuipers (CC BY-NC-SA 2.0)
Op de miljardengaranties die ons land via de ECB en de Europese noodfondsen heeft afgegeven zal ook volgens de Tilburgse economen Verbon en Hollanders een beroep op worden gedaan. De lessen van de RSV-enquête zijn nog steeds niet geleerd: massale overheidssteun wordt zonder noemenswaardige parlementaire controle getolereerd. De risico's voor de Nederlandse belastingbetaler zijn enorm. Het is slechts wachten op een nieuwe parlementaire commissie die de schuldencrisis gaat onderzoeken.

Massale overheidssteun

De commissie-De Wit heeft zich gebogen over de besluitvorming over steun aan de financiële sector in 2008, maar heeft de recente besluitvorming over Europese steun en garanties aan banken en zwakke eurolanden buiten schot gelaten. Deze laatste posten bedragen inmiddels meer dan 20 procent van het nationaal inkomen en zijn daarmee omvangrijker dan de steunmaatregelen die van de kredietcrisis dateren. Als we alle maatregelen bij elkaar optellen (inclusief bijvoorbeeld hypotheekgaranties) bedraagt het totaal aan steun en garanties meer dan 1.000 miljard euro. Het is daarom bizar dat dit kabinet bij de aanstaande bezuinigingsoperaties voorbij gaat aan de gevolgen van deze massale steun.

Overheidssteun is van alle tijden. Als private partijen in de knel komen, springt de overheid in de bres. Zo steunde de overheid in de jaren zeventig het scheepsbouwbedrijf Rijn-Schelde-Verolme (RSV). Ondanks die steun ging RSV in 1983 failliet. De parlementaire enquêtecommissie-Van Dijk concludeerde niet lang daarna dat er te lang was doorgegaan met de steunverlening en dat de Tweede Kamer onvoldoende toezicht had gehouden. Bovendien had de toenmalige verantwoordelijke minister, Van Aardenne, in 1980 de Kamer ernstig misleid over de verliezen van het concern.

Nieuw RSV-debacle

De commissie-De Wit over het overheidsoptreden tijdens de kredietcrisis lijkt dus wel een kopie en trekt dezelfde soort conclusies als de toenmalige commissie-Van Dijk. Een van de aanbevelingen van de commissie-Van Dijk was dat er een commissie moest worden ingesteld die moest voorkomen dat er, net als bij de RSV, enorme bedragen aan overheidssteun zonder noemenswaardige parlementaire controle in een bodemloze put verdwijnen.

Wij weten niet of die commissie ooit actief is geweest, maar bij de steunoperaties in september 2008 om het bankroet van systeembanken te voorkomen, was ze in geen velden of wegen te bekennen. Door de steun aan ABN Amro (30,2 miljard) en ING (32,8 miljard) steeg de overheidsschuld direct van 45 naar ruim 58 procent. Die ongekende stijging had dus niets met inflexibele arbeidsmarkten of met te lage pensioenleeftijden van doen, maar alles met ongecontroleerde steunverlening, waarvan in ieder geval bij ABN Amro de commissie-De Wit bevestigde dat het verkregen bezit veel minder waard is dan de aankoopprijs.

Europese miljardengaranties

Buiten het gezichtsveld van de commissie-De Wit zijn de garanties gebleven die zijn afgegeven aan de Europese noodfondsen EFSF/EFSM (63 miljard) toen het Stabiliteitspact een dode letter bleek. Deze garanties vormen geen steunverlening aan landen, maar dat wordt het wel als de garanties daadwerkelijk worden aangeroepen. Daarnaast is er nog de steun die de Europese Centrale Bank (ECB) aan de bankensector en probleemlanden verleent. De ECB koopt obligaties van probleemlanden op en geeft soepele leningen aan probleembanken. Gammele banken strompelen zo voort met verkapte overheidssteun. Wie loopt het risico bij deze financiële trapezeact? De eurolanden zijn, via hun centrale bank, aandeelhouder van de ECB, en staan daarmee de facto garant; voor Nederland gaat het daarbij om een blootstelling van 74 miljard.

..die waarschijnlijk worden aangesproken

De garanties via de Europese noodfondsen en de ECB kunnen op enig moment aangeroepen worden en dat zal ook gebeuren. Portugal, Griekenland en Ierland zijn feitelijk insolvabel, het eigen vermogen van 4 procent van banken stelt weinig voor en als de werkloosheid oploopt, zullen wanbetalingen op de huizenmarkt onvermijdelijk blijken. Hoe hoog de kosten uiteindelijk oplopen, is onzeker. Mochten deze landen echt failliet gaan, dan zal dat met daarbij komende kosten voor het in stand houden van banken en de woningmarkt de Nederlandse belastingbetalers zo'n 12 miljard euro per jaar kosten. Als dan ook Spanje en Italië in de problemen komen, loopt de rekening nog hoger op.

Kabinet is blind voor risico's

Het kabinet negeert deze risico's. Bij de ECB-operaties staat de Nederlandse politiek zelfs feitelijk buitenspel. De overheid zoekt nu haar kracht in schijnoplossingen als gekortwiekte ontwikkelingssamenwerking, nullijnen en selectief winkelen in het Pensioenakkoord (versnelde verhoging pensioenleeftijd).

Waarschijnlijk komt er binnenkort een nieuwe parlementaire commissie die het overheidsoptreden in de schuldencrisis gaat evalueren. Het treft dat er weer een Van Dijk (SP) in de Kamer zit, alsmede een Van Dijck (PVV), dus dat moet dan maar de commissie-Van Dijk/Van Dijck worden, als een eerbetoon en herinnering aan de oude commissie-Van Dijk.

Referentie

Hollanders, D., en H.A.A. Verbon, 2012, De risico's en kosten voor de belastingbetaler in de krediet- en schuldencrisis, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 44(2); 96-102.

* Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant van 18 april 2012.

Te citeren als

David Hollanders, Harrie Verbon, “Parlementair onderzoek nodig naar effecten Europese miljardengaranties”, Me Judice, 18 april 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.