Pleidooi voor een poldermodel in de financiële wereld

Pleidooi voor een poldermodel in de financiële wereld image
Afbeelding ‘Free Market My Ass!’ van freemarketmyass (CC BY-SA 2.0
19 nov 2008 | | 2458 keer bekeken
Onverantwoord gedrag van topbestuurders van grote financiële instellingen ligt aan de basis van de kredietcrisis. Het feit dat toezichthouders zich te sterk hebben aangepast aan de heersende subcultuur heeft het onverantwoordelijke gedrag gerechtvaardigd. Om de ratio terug te laten keren in een ogenschijnlijk irrationeel handelende financiële wereld wordt op deze plaats een pleidooi gehouden voor een poldermodel in de financiële wereld.

Nu de kredietcrisis een steeds grotere bedreiging vormt voor de lonen en de werkgelegenheid, is er een interessant debat ontstaan onder economen over de vraag in welke mate de overheid moet ingrijpen in de economie. Naast het liberale idee dat vrije markten over het algemeen goed functioneren, en het meer socialistische idee dat de overheid een leidende rol dient te spelen in een aantal strategische sectoren, is er echter nog een derde positie denkbaar. Deze houdt in dat een overlegeconomie moet worden gecreëerd, waarin alle belangrijke belangengroepen in de financiële wereld verantwoordelijkheid nemen voor hun functioneren in het grotere geheel van de maatschappij. Daar het idee van een overlegeconomie in de wereld van arbeid en de daar aan gekoppelde sociale zekerheid op enig succes kan bogen, moet sterk worden overwogen om een vergelijkbaar instituut te ontwikkelen voor de financiële wereld.

Een overlegeconomie heeft als belangrijkste doelstelling de verschillende belangengroepen te confronteren met de schadelijke gevolgen op de lange termijn van een beleid dat slechts het korte termijn eigenbelang najaagt. Een platvorm voor overleg vraagt van de deelnemers om een idee te ontwikkelen van wat als gemeenschappelijk belang voor de lange termijn moet worden gezien. Daar onverantwoorde posities minder goed verdedigbaar zijn, zal herhaalde discussie de diverse partijen steeds rationeler maken. Zo ontstaat een gezamenlijke interpretatie en begrip van de situatie (cultuur), en daaruit afgeleide normen voor gedrag (instituties) die rationeler is dan de verzameling subculturen die in het andere geval op informele wijze ontstaan en dan het feitelijke gedrag bepalen van de actoren in de diverse hoeken van de financiële wereld.

Verlies van controle bij marktpartijen

De afgelopen weken is het steeds duidelijker geworden dat veel hoofdrolspelers in de financiële wereld wisten dat ze erg veel risico namen, en dat dit vroeg of laat fout moest gaan. In vele interviews die de afgelopen jaren zijn gegeven, rijst onvermijdelijk het beeld op van een automobilist die de macht over het stuur is kwijt geraakt, maar weigert te gaan remmen (Middelkoop, 2007; Smit, 2008). In een interview in de NRC van 8 november zegt Morris Tabaksblatt– niet de eerste de beste in ondernemingsland! – dat hij de problemen al een tijdlang heeft zien aankomen. Op de vraag waarom hij er niets tegen heeft gedaan, zegt hij dat hij al snel merkte dat er niet serieus op zijn waarschuwingen werd gereageerd. Toen is hij gestopt met waarschuwen, om te voorkomen dat hij niet meer in deze kringen zou worden geaccepteerd. Deze reactie illustreert precies waar de schoen wringt: geen persoonlijke verantwoordelijkheid nemen, omdat dit ten koste gaat van de eigen status. Op de vraag van de journalist wie hij heeft gewaarschuwd voor onverantwoord gedrag antwoordt Tabaksblatt: dat zeg ik niet, want ik moet nog langer mee in deze wereld!

Verlies van controle bij de overheid

In de tweede plaats zien we dat toezichthouders zijn meegegaan met de masculiene subcultuur, zoals die zich vooral in de Verenigde Staten heeft ontwikkeld. De onthullingen van de bestuurders van de “credit rating agencies” tegenover het Amerikaanse Congres spreken boekdelen (1). Ook de schuldbekentenis van Alan Greenspan dat hij nu enorm spijt heeft van zijn beleid, zegt veel over de gegroeide cultuur: wij ‘geloofden’ in de vrije markt. Het afschaffen van de wetgeving moest welvaart voor allen brengen; wetgeving die juist was bedoeld om de Great Crash en de Great Depression van de jaren dertig niet meer terug te laten keren. Het lijkt erop dat Greenspan ziende blind is geweest. Hij is in een subcultuur opgegroeid waarin het denken van economen op onrealistische wijze wordt gestructureerd. Indien we met een open geest kijken naar de vooronderstellingen van de neoklassieke theorie, zoals alle academisch opgeleide economen deze via tekstboeken voorgeschoteld krijgen, dan is het rationeel om de theoretische uitkomsten niet zonder meer als toepasbaar op de reële wereld te verklaren.

Naar een rationelere cultuur

West Europa kwam gedurende de negentiende eeuw steeds meer tot het inzicht dat de enorme schommelingen in de werkgelegenheid en het achterblijven van de loonontwikkeling bij de economische groei niet langer als een natuurverschijnsel moesten worden gezien. In Nederland bijvoorbeeld, groeide dit besef niet alleen bij arbeiders, maar ook bij werkgevers en liberale en confessionele partijen. De diverse maatschappelijke groepen en politieke partijen groeiden steeds meer toe naar een consensus over de noodzaak van een permanente overlegstructuur waarin plaats is voor alle relevante belangen. Zelfs bij ernstige conflicten, zoals de spoorwegstaking van 1903, werd niet gezocht naar een antwoord op de vraag wie de winnaar en wie de verliezer was van het conflict. Na afloop van de staking reageerden de ‘winnaars’ - overheid en werkgevers - met het nemen van vervolgstappen in het lange proces van ontwikkeling van de verzorgingsstaat. Op deze wijze kregen de Nederlanders de problematiek van de menselijke rivaliteit steeds meer onder de knie. Dit heeft geleid tot langdurige sociale vrede, hetgeen een goede basis blijkt te zijn voor aanhoudende groei van de productiviteit (zie Keizer, 2008).

Deze vondst – permanent overleg tussen alle betrokkenen – kan natuurlijk ook op de financiële wereld worden toegepast (2). De financiële markten, mits goed ingebed in instituties, kunnen minder fragiel en stabieler worden en meer open staan voor alle groepen in de samenleving. Daartoe moeten alle belanghebbende groepen, waaronder de overheid, hun belangen expliciet maken en in overlegforum bijeenkomen. Als belanghebbenden valt bijvoorbeeld te denken aan de spaarders, de beleggers, de pensioengerechtigden, de banken en de werknemers. Het dient uit te monden in de formulering van de gewenste cultuur en meer specifiek van een serie van gedragscodes, die het gedrag van de diverse partijen globaal aangeeft.

Neoklassieke economen veronderstellen dat actoren rationeel zijn, en vrije markten zullen in de praktijk de minder rationele participanten wegselecteren, ten gunste van de rationelere. Keynesiaanse economen veronderstellen dat het in de menselijke natuur besloten ligt om gedurende een langere bloeiperiode steeds minder rationeel te worden. De overheid dient daarom door stringente wetgeving de financiële markten in toom te houden. De huidige crisis laat zien dat vele marktpartijen zich in de loop van de tijd steeds meer onverantwoord zijn gaan opstellen. De crisis laat ook zien dat dit ook geldt voor de overheid, inclusief de centrale bank als belangrijkste toezichthouder.

Tot slot

De socioloog De Swaan benadrukt in zijn Me Judice bijdrage dat naast de vrije markt en de overheid plaats moet zijn voor levende sociale verbanden. Een overlegeconomie is nu de structuur waarbinnen deze verbanden zich kunnen manifesteren. Zonder een dergelijk platform vormen zich subculturen, waarin irrationele personen bevestiging vinden van hun irrationele gedrag. Dat geldt voor marktpartijen zowel als voor overheidsorganen. De economische sociologie laat zien dat dominante marktpartijen en de voor hen belangrijke overheidsafdelingen een subcultuur vormen. Door cultuurvorming zichtbaar en controleerbaar te organiseren, en maatschappelijk verantwoord gedrag te institutionaliseren in een context waarin alle belangen een rol spelen, kan er een systeem ontstaan dat beter functioneert. Indien, zoals dat met arbeidsmarkten ook het geval is, er toch grote problemen ontstaan, is er in ieder geval geen probleem van autoriteit en legitimiteit, en zullen de negatieve gevolgen alleen daarom al veel minder ernstig zijn.

Voetnoten:

(1) Deze agencies zijn particuliere instellingen; geen overheid. Echter, is dit feit des te schrijnender. Een taak waar de overheid sterk bij betrokken had moeten zijn, wordt gewoon aan particulieren overgelaten, die zich lieten betalen voor positieve beoordelingen.

(2) Er zijn nog wel sporen van overlegeconomie in de huidige structuur te vinden. In de huidige Bankraad van De Nederlandsche Bank zijn diverse maatschappelijke groeperingen vertegenwoordigd, waaronder de vakbonden en de werkgeversorganisatie. Helaas lijkt deze Raad niet te functioneren.

Referenties:

Keizer, P., 2008, “The Concept of Institution: Context and Meaning”, Utrecht University School of Economics.

Middelkoop, W., 2007, Als de dollar valt, Nieuw Amsterdam Uitgevers.

Smit, J., 2008, De prooi - Blinde trots breekt ABN AMRO, Prometheus Amsterdam.

Swaan, A. de, 2008, De vrije markt is een waanidee, Me Judice, jaargang 1, 3 november 2008.

Te citeren als

Piet Keizer, “Pleidooi voor een poldermodel in de financiële wereld”, Me Judice, 19 november 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.