Pluriform onderwijs is probaat middel tegen tunnelvisie economen

Pluriform onderwijs is probaat middel tegen tunnelvisie economen image

Afbeelding: Painless saving, Banksimple

23 okt 2015 | | 569 keer bekeken |commentaar
De kritiek op het economieonderwijs groeit. Ewald Engelen pleitte onlangs nog om de eenzijdige en eenvormige visie van economen aan te pakken. Waarheidssprekers heeft het vak nodig. Maar hoe vorm je die? Joris Tieleman neemt de handschoen namens SIREN op en stelt dat pluriform onderwijs de sleutel vormt tot het opleiden van kritische economen.

Geen zelfkritiek

Tijdens de Socrateslezing hield Ewald Engelen een vlammend betoog (zie Me Judice, 2015). Voornaamste boodschap: de economische wetenschap is te eenzijdig en te ondoordacht tewerk gegaan. Hierdoor zijn blinde vlekken ontstaan, waardoor de economische wetenschap in afnemende mate in dienst is komen te staan van de maatschappij. Sterker nog, zij is hierdoor medeverantwoordelijk geworden voor het faciliteren van de grootste economische crisis in bijna honderd jaar.

Engelen signaleert een gebrek aan een kritisch geluid onder economen. Via een lange rij citaten schetst hij een beeld van de economische discipline die als een kudde lemmingen in saamhorigheid richting de afgrond sprintte, een economische discipline die geen tegenspraak duldde, en een economische discipline die vervolgens perplex stond toen in 2008 het financiële systeem volkomen onverwacht in elkaar donderde.

Maar hoe leid je kritische economen op?

Het is jammer dat Engelen de volgende stap niet zet. Want hoe kunnen we ervoor zorgen dat de economische faculteiten niet alleen jaknikkers produceren, maar dat ook critici binnen de economie weer de ruimte krijgen? Dat ook zelfreflexiviteit weer bovenaan de agenda komt te staan? En dat de economie weer wordt benaderd op een wijze die recht doet aan al haar complexe facetten?

Wij zijn ervan overtuigd dat de sleutel hiervoor in het onderwijs ligt. De economie speelt een centrale rol in de maatschappij en de manier waarop de economie begrepen wordt is dan ook van eminent belang. In het academisch onderwijs wordt het fundament gelegd voor ons economisch denken. Een bredere blik in het economische onderwijs is dan ook noodzakelijk om de groupthink-taferelen zoals die van voor de crisis te voorkomen. Om Keynes te parafraseren: kennis van diversiteit in benaderingen en zienswijzen is een voorwaarde voor de emancipatie van de geest.

Pluriform onderwijs

Wij willen onderwijs waarin de student de middelen krijgt kritisch naar denkbeelden en assumpties van anderen te kijken, maar ook in staat is zichzelf kritisch onder de loep te nemen. Alleen dit leidt tot werkelijk begrip en gefundeerde wetenschap. Deze middelen worden aangereikt door pluralistisch onderwijs, dat aandacht besteedt aan de context van economische fenomenen en bovendien oog heeft voor de fundamenten van het economisch denken zelf. Waar het vermogen tot zelfkritiek verdwijnt, ligt wetenschappelijke willekeur op de loer.

Leeg onderwijs

Mijn opleiding bevatte een flink aantal vakken gespeend van enige feiten. Wij leerden theorie die niet werd toegepast, en bovendien vaak theorie zonder enige context. Zo hebben wij in de vakken micro-economie, zowel in de bachelor als in de master, nooit echte data in handen gehad. Dat leidt alleen maar af, was de gedachte. Zo leerden we public economics, terwijl niemand in de klas wist hoe groot ons overheidsbudget eigenlijk is, wat de inkomstenbronnen van de overheid zijn en waar het geld aan wordt uitgegeven. Laat staan dat we institutionele economie kregen. Zo leerden we internationale economie, de theorie van de handel, zonder enig idee van de interactie tussen macht, economische belangen, en politiek. Daar had de politieke economie wat aan kunnen toevoegen.

Zo leerden we micro-economie, zonder dat de instituties werden geschetst die het kader en fundament van deze markten vormen, en zonder iets mee te krijgen over de psychologische grenzen aan rationaliteit, beschreven door de gedragseconomie. Zo kregen we de momenteel dominante neoklassieke synthese zonder een idee te hebben van wat daaraan vooraf ging: geschiedenis van het economisch denken ontbrak, en van de klassieken kregen we niet veel meer mee dan één citaat over een (overigens onzichtbaar) lichaamsdeel. Een nogal karige samenvatting van de intellectuele rijkdom die bijvoorbeeld klassieke denkers als Smith, Ricardo en Malthus ons hebben nagelaten.

De micro-economische principes die we leerden in de kernvakken en ‘toepasten’ in vakken als public economics en transporteconomie, werden nooit vergezeld door ook maar een kleine wetenschapsfilosofische achtergrond. Wel kregen we bedrijfseconomie, maar de tegenstelling tussen het beeld van centralistisch geleide bedrijven (die intern feitelijk planeconomieën zijn) en de atomistische visies die alle andere vakken ons boden (waarin de wereld werd neergezet als één grote verzameling markten) werd nooit benoemd, laat staan verkend.

Kortom, we leerden geen tegenstellingen opmerken, we leerden de grenzen van onze theorieën niet zien. En we leerden geen vragen stellen, zelfs wanneer die vragen voor het oprapen lagen.

Vragen stellen

Maar goed, hoe leer je dat, vragen stellen? Hoe leer je op je eigen discipline te reflecteren? Misschien valt er toch iets op te steken van die andere sociale wetenschappen, waar de studenten kritisch zijn tot het iedereen de oren uitkomt. In het meest gebruikte sociologietekstboek bijvoorbeeld worden van het begin af aan bij elk thematisch hoofdstuk in een pagina of twee de grootste stromingen rond dat thema tegen elkaar afgezet. Hierdoor wordt in een oogopslag duidelijk op welke verschillende manieren er in grote lijnen naar het onderwerp kan worden gekeken, waardoor de verschillende conclusies ook zichtbaar worden gemaakt. Mocht u even uw kopie van het eerstejaarsboek Samenlevingen niet bij de hand hebben, dan wordt deze benadering ook mooi inzichtelijk gemaakt in het kopje theoretisch pluralisme op de Wiki-pagina Sociologie.

Relativering

Hetzelfde geldt voor de politicologie, de antropologie en de psychologie. In deze opleiding worden studenten ervan bewust gemaakt dat op elk theoretisch perspectief wel wat valt af te dingen, dat hetzelfde fenomeen ook vanuit een heel andere hoek kan worden gezien, en er dan volledig anders uit kan zien. Zulk theoretisch pluralisme geeft een stuk relativeringsvermogen mee, en geloof het of niet, een meervoud aan theorieën kan een veel nuchterder benadering van de werkelijkheid opleveren dan het leren van één theoretisch model. Wanneer je als student maar één perspectief leert kennen, bestaat het gevaar dat dat perspectief vroeger of later geen theoretisch gereedschap meer voor je is, maar een dogma.

Alleen door een diverse en pluralistische benadering kan het economisch onderwijs recht doen aan de veelzijdigheid die de economie vandaag de dag kenmerkt. Op deze manier kan zij teruggebracht worden naar haar belangrijkste missie; mensen op een open, diverse en kritische wijze leren nadenken over de economie.

Te citeren als

Joris Tieleman, “Pluriform onderwijs is probaat middel tegen tunnelvisie economen”, Me Judice, 23 oktober 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.