Politiek en de vraag naar kernenergie: een wispelturige combinatie

Gebouw voor opslag nucleair afval
Afbeelding ‘COVRA’ van inyucho (CC BY 2.0)
24 nov 2010 |
Het huidige kabinet wil meer inzetten op kernenergie. In tegenstelling tot andere energiebronnen is de vraag naar kernenergie echter een wispelturige. Het sentiment kan zo maar omslaan als er ergens weer iets mis gaat waarmee omvangrijke investeringen opeens teruggedraaid moeten worden. De milieu-econoom Zoeteman vindt dat door de herindeling van ministeries de besluitvorming hierover uit het lood is, omdat het tegenspel tussen kernenergie en milieu binnen het kabinet weggeslagen is.

Hernieuwde belangstelling kernenergie

Nu de deur naar kernenergie in Europa en Nederland weer wordt opengezet zal blijken of de weerstand tegen kernenergie inmiddels aan kracht van argumenten heeft ingeboet. In het verleden zijn CDA en VVD altijd warme voorstanders van kernenergie geweest. Harry Langman, de VVD-minister van EZ, zag begin jaren zeventig Nederland net als Frankrijk en België graag volgebouwd met kerncentrales en participeerde in het Kalkar-project. De Kalkar-droom is vervlogen en het terrein is nu slechts als pretpark nog te bezoeken. Langman voorzag dat Nederland in 2000 zijn energiebehoefte voor 50 procent uit kernenergie zou dekken.

Argumenten van de regering om kernenergie te stimuleren waren de eindigheid van de fossiele brandstoffen. Door de eindigheid van deze bronnen zou vroeg of laat een prijsopdrijvende werking optreden. De wens tot diversificatie van energiebronnen en hun plaats van herkomst was dus groot. In de periode 1955-1972 investeerde de Nederlandse overheid NLG 1.3 miljard in het stimuleren van kernenergie waarna NLG 180 miljoen per jaar hiervoor beschikbaar was (Tweede Kamer, 1971-1972). Langmans opvolger, Ruud Lubbers, ook voorstander van kernenergie, volgde - mede door toenemend verzet van linkse partijen in het parlement die de milieubezwaren benadrukten - een gematigder koers. Hij bouwde het Kalkar-project af en zette in op de uraniumverrijkingsfabriek Urenco in Almelo. Hier stal de Pakistaan Abdel Khan nucleaire geheimen die Pakistan de mogelijkheid voor het maken van een kernbom gaven, waarna dit land deze geheimen weer doorverkocht aan Noord-Korea en mogelijk andere landen zoals Iran. Urenco, waarvan de Nederlandse staat voor éénderde aandeelhouder is, werd een commercieel succes en breidt zijn capaciteit nog steeds uit.

De schrik van Tjernobyl

Lubbers bracht Langmans grootse plannen terug tot het bijbouwen van drie kerncentrales, naast de bestaande centrales te Borssele en Dodewaard. Nadat in 1979 een kernramp dreigde bij het Amerikaanse Harrisburg leek het lot van kernenergie bezegeld en werden de plannen voor de drie kerncentrales op de lange baan geschoven. In de jaren tachtig werd door het kabinet Lubbers-I de kernenergie optie weer voorzichtig afgestoft, mede op initiatief van de VVD milieuminister Pieter Winsemius. Er zouden nieuwe centrales worden gebouwd in Borssele, naast de bestaande kerncentrale, bij Delfzijl en op de Maasvlakte. Als in 1986 de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl plaatsvindt, is het echter over en uit voor kernenergie in Nederland.

Kernenergie wint recent aan belang en krijgt langzamerhand in brede kring de status van een duurzame energievorm. De reactoren zijn veel veiliger geworden. Dat moet ook wel want 25 jaar na het ongeluk in Tsjernobyl is het gebied rond de rampplek – een gebied dat groter is dan Nederland - nog steeds ongeschikt om landbouw te bedrijven.

Langdurige opslag noodzakelijk

In de jaren zeventig “doken er nog wel eens vaatjes met radioactief afval in de Noordzee op. Die tijd is voorbij,” aldus Lubbers (in Uitkijk, 12 januari 2006). Verder wordt het kernsplijtingsafval in Frankrijk opgewerkt tot opnieuw te gebruiken brandstof waardoor er een kleiner volume overblijft van hoogradioactief afval dat veilig moet worden opgeslagen. In Nederland doet de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) dit in een betonnen bunker met 170 centimeter dikke wanden te Vlissingen voor een periode van 100 jaar. Er is nog geen ‘blijvende’ oplossing gevonden. Blijvend betekent volgens de COVRA “tot het moment dat het radioactieve materiaal is vervallen en er een blijvend veilige situatie is.” Dat is geen overbodige luxe. Het gaat daarbij om opslag van ‘een paar verhuisdozen per centrale per jaar’, evenwel gedurende 100.000 jaar. Het oudste bouwwerk dat wij kennen zijn de Ggantija tempels op Malta die circa 5500 jaar oud zijn en daarmee nog de piramides in Gizeh in leeftijd overtreffen. Dit illustreert de ongebruikelijk lange tijdsduur waarover bij kernenergie bestuurlijke besluiten moeten worden genomen.

Argumenten voor en tegen in een rustige tijd

Bij complexe vraagstukken zoals het inzetten van kernenergie kan het soms helpen om alle argumenten voor en tegen op een rijtje te zetten. Een dergelijk exercitie is ooit op verzoek van de Volkskrant uitgevoerd (De ArgumentenFabriek, 2009). Bij een dergelijk onderzoek worden argumenten verzameld op basis van groepsinterviews met deskundigen. Het gewicht van de argumenten blijft daarbij buiten beschouwing. Een samenvatting van de verdeling van de argumenten is weergegeven in Tabel 1.

Tabel 1. Overzicht argumenten voor en tegen kernenergie

Argumenten Voor Tegen
Economie 3 3
Milieu 3 3
Volksgezondheid 1 3
Energiebeleid 1 1
Veiligheid 3 4
Politiek 3 1
Ethiek 1 1
Totaal 15 16

Noot: bewerkt op basis van in opdracht van De Volkskrant door De ArgumentenFabriek uitgevoerd onderzoek in 2009.

Een eenduidige conclusie valt uit dit overzicht niet eenvoudig te trekken, tenzij men zou willen constateren dat de afweging gaat tussen gezondheidsrisico’s en geopolitieke overwegingen. Een gedegen studie die de verschillende argumenten doorvertaalt in kosten is door het Massachusetts Institute for Technology (MIT) uitgevoerd (Beckjord, et al., 2003, blz. 37-47). De kosten van kernenergie zijn sinds 1970 jaarlijks sterk gestegen door aanvullende eisen, grote vertragingen in de bouw en aanvullende eisen voor de beveiliging, de opslag van het afval en de ontmanteling van oude centrales. Momenteel wordt rekening gehouden met een investering van ca € 5 miljard en een kostprijs die tientallen procenten boven die van kolen- en gascentrales ligt. Wil kernenergie economisch gerechtvaardigd zijn dan zullen de kosten volgens deze MIT studie nog fors moeten dalen. Een recentere analyse van Socolow en Alexander (2009) brengt hen tot de conclusie dat de risico’s van het kiezen voor grootschalige mondiale inzet van kernenergie de komende 10 jaar hoger zijn dan die van het eventueel vertragen van de bestrijding van klimaatverandering. Juist als er geen voor de hand liggende ontwikkelingsrichting bestaat, spelen sentimenten van het moment een grote rol in de besluitvorming. Als er een tijd lang ongelukken uitblijven neemt bij de bevolking het bewustzijn van het risico en daarmee de weerstand af. Er hoeft echter maar één groot kerncentraleongeluk te gebeuren of een terroristische aanslag met kernmateriaal en de stemming kan omslaan. Op het vlak van ernstige ongevallen is het vrij rustig de laatste tijd zoals Tabel 2 laat zien.

Tabel 2. Belangrijke nucleaire ongevallen in de periode 1950-2010

Periode Aantal ongevallen Directe doden Kosten (mln US$ 2006)
1950-1960 2 233 78+
1960-1970 1 3 22
1970-1980 2 0 4,100
1980-1990 9 53 11,021
1990-2000 3 2 691
2000-2010 2 5 152

Bron: Books (2010)

Blijft medialuwte voortduren?

Juist door de luwte in de media over de risico’s van kernenergie en de stijgende vraag naar CO2-vrije energieopwekking kan kernenergie aan een comeback beginnen. Maar de vraag moet wel gesteld worden hoe duurzaam deze oplossing is. Als er een nieuw groot incident optreedt, zal de publieke opinie, weer omslaan. Of zoals Socolow en Alexander (2009) stellen ‘Safety makes all plants mutual hostages’. Hoe groot is de kans op een ernstig ongeval? Veel van de circa 450 kerncentrales die nu in de wereld in bedrijf zijn worden oud. Net als in Nederland worden kerncentrales die voor 30 jaar zijn ontworpen in de ons omringende landen 40-50 jaar in bedrijf gehouden. De kans dat daarmee ongelukken gaan gebeuren neemt toe. Ieder gaat ervan uit dat landen met kernenergie zich net zo voorbeeldig gedragen als de lidstaten van de EU. Dat kan een illusie blijken. Nu Pakistan en Noord-Korea over een kernwapen beschikken, nota bene door toedoen van het zo veilige Nederland, laat zich het risico van een rampzalig scenario raden. En dan zijn er ook nog misdadige groepen en organisaties die de wereld afstropen voor geld en macht en in hun potentieel gebruik van geweld niet onderdoen voor de politiemiddelen van staten. Daarbij wordt geen enkel middel, hoe gruwelijk ook, geschuwd, bovendien gratis gebruik makend van de enorme kracht van de media om zaken snel te verspreiden en uit te vergroten.

Hoe moeilijk is het immers om een kerncentrale die al twintig jaar in bedrijf is te bezetten? Hoe moeilijk is het een flinke bom op een kerncentrale te laten vallen, waarbij het hart van de centrale niet eens beschadigd hoeft te raken om paniek te zaaien. Hoe moeilijk is het om een kernafval transport lang te traineren of een wagon met een grote helikopter van de rails te lichten en op een regeringsgebouw te laten vallen?

Ik ben het dan ook niet eens met Ruud Lubbers als hij oordeelt dat kernenergie langzamerhand de status van duurzame energie heeft veroverd (zie Uitkijk, 12 januari 2006). Dat geldt misschien voor de meest moderne centrales in landen met de meest ideale regeringen en met de meest ideale burgers. Als onze buurlanden een kernafvaltransport in november 2010 van La Hague naar Gorleben, moeten veiligstellen met een leger van 20.000 politieagenten wegens tienduizenden die protesteren, is zelfs onze samenleving nog niet duurzaam te noemen. Kernenergie is pas duurzaam als de samenleving waarin het toegepast wordt zelf duurzaam is geworden. Duurzaam betekent dat de problemen van de huidige bewoners niet worden afgewenteld naar toekomstige, nog niet levende generaties. Huidige generaties moeten de verantwoordelijkheid nemen voor het eigen handelen. Voor kernenergie wil dat naar mijn mening zeggen dat het kernafval binnen het bestaan van de generatie die ervan profiteert ook weer onschadelijk wordt gemaakt, ofwel kan worden getransmuteerd tot niet meer radioactieve stoffen.

CDA en VVD zijn sinds 2008 met een offensief begonnen om kernenergie als een serieuze optie voor de Nederlandse energievoorziening naar voren te schuiven. Het tij is daarvoor gunstig, al zijn er naar mijn mening weinig wezenlijk andere argumenten dan vroeger. Energiebedrijf Delta zette in juni 2009 de procedure in gang voor de bouw van een tweede kerncentrale bij Borssele, mede om de discussie in ons land op scherp te zetten. In september 2010 volgde een aanvraag van Energy Resources Holding, ook voor een nieuwe centrale te Borssele. Daarmee lijkt de periode Langman teruggekeerd. Mijn verwachting is echter dat nieuwe ongelukken in de wereld niet uit zullen blijven. En dat de bevolking zich in dat geval nog heftiger dan vroeger tegen kernenergie zal keren. Het hebben van kerncentrales is een veel groter sociaal risico dan dat van alle stromingsbronnen zoals wind, zon en aardwarmte bij elkaar.

Het einde van de tegenkrachten

Dit soort dilemma’s vergt een evenwichtige besluitvorming en ik vrees dat het kabinet Rutte snelheid van besluitvorming prefereert boven een evenwichtig besluit. Het kabinet Rutte heeft in de opstelling van de overheid naar de samenleving enkele fundamentele herschikkingen aangebracht. Het heeft gekozen voor versterking van de economische structuur en het wegnemen van tegenwerkende krachten die een balans van belangen kunnen bewerkstelligen. Een voorbeeld is dat natuur en de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit, de zogenaamde countervailing powers voor de landbouw, met Landbouw zijn meeverhuist naar Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Ook het kernenergiebeleid van VROM, belangrijke partij bij de vergunningverlening rond kerncentrales, is daar weg gehaald en geheel bij EL&I geconcentreerd. Volgens een persbericht (Rijksoverheid, 2010) wordt “om het energiebeleid krachtig uit te kunnen voeren de integrale verantwoordelijkheid voor het energiebeleid belegd bij het ministerie van EL&I”. Even dacht PvdA-kamerlid Diederik Samson er een stokje voor te kunnen steken door in een kamervraag te stellen dat dit in strijd zou zijn met het IAEA-verdrag over nucleaire veiligheid. Maar minister Verhagen denkt daar anders over. (Financieele Dagblad, 18 november 2010) Een oude wens van CDA en VVD om ons land snel te kunnen verrijken met meer kerncentrales lijkt daarmee in vervulling te gaan. Het energie- en landbouwbeleid kunnen nu zonder veel tegenspel door EL&I worden doorgevoerd. Dat belooft weinig goeds voor een open opstelling van de rijksoverheid naar bezwaren vanuit de samenleving.

Referenties

Beckjord, E.S. et al. (2003), The Future of Nuclear Power, Cambridge: MIT.

Books L.L.C. (2010), Nuclear Accidents, Memphis, TN.

Rijksoverheid, (2010) Taakafbakening energie en klimaatbeleid, persbericht 5 november.

Socolow, R.H. en A. Glaser (2009), Balancing risks: nuclear energy & climate change, Dædalus, Fall issue ,1-14.

Tweede Kamer, (1971-1972) Nota inzake het kernenergiebeleid, kamerstuk nr 11761: inyucho

Te citeren als

Bastiaan Zoeteman, “Politiek en de vraag naar kernenergie: een wispelturige combinatie”, Me Judice, 24 november 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.