Prestatieverbetering in onderwijs laat zich niet voorschrijven, wel afdwingen

Prestatieverbetering in onderwijs laat zich niet voorschrijven, wel afdwingen image
15 dec 2009 |
Scholen weten zelf het beste hoe onderwijs beter kan. Beloon scholen daarom voor prestatieverbetering in plaats van hen van bovenaf op te leggen hoe ze hun onderwijs moeten inrichten. Het ministerie van Onderwijs doet nog altijd het laatste, Amerikaanse ervaringen laten zien dat het eerste veel beter werkt, stelt econoom Jan Bouwens.

Lessen van commissie Dijsselbloem alweer vergeten

De parlementaire commissie Dijsselbloem concludeerde in 2008 dat het onderwijs verdronk in vernieuwingen die door een drammerige overheid werden bedacht en doorgevoerd. De vraag is of ons ministerie van Onderwijs en zijn adviesorganen de lessen van Dijsselbloem ter harte hebben genomen. Als we naar de oogst van de laatste weken kijken dan luidt het antwoord volmondig nee. Zo wil het CDA, gesanctioneerd door Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt, een taal- en rekentoets invoeren voor zittende en voor aankomend docenten. Dat lijkt een verstandige zet, maar is het niet.

Beloon gerealiseerde prestatieverbeteringen

In haar rapport “Naar doelmatiger onderwijs” verzucht de onderwijsraad: “het ontbreekt op dit moment aan empirische evidentie over hoe onderwijs doelmatiger kan.” Het probleem is dat de raad graag een advies wil geven over hoe scholen doelmatigheid kunnen bevorderen. En ja, dat is inderdaad onmogelijk, want onderzoeken spreken elkaar in dat opzicht voortdurend tegen. Maar de raad hoeft ook helemaal niet te adviseren hoe de scholen moeten handelen. Evenmin is er enige behoefte aan dat de het ministerie van Onderwijs voorschrijft wat de scholen moeten doen. Gegeven hun expertise, les geven, kunnen scholen zelf wel bedenken hoe ze onderwijs moeten verbeteren. Het is daarom veel beter om scholen te belonen voor gerealiseerde doelmatigheidsverbeteringen. Ook moeten scholen gestraft worden als zij slecht onderwijs geven. De Amerikaanse onderwijseconoom Brian Jacob wijst met zijn onderzoek de weg.

Het experiment in Chicago

We schrijven eind jaren negentig en het basisonderwijs in het Chicago-district bevindt zich in een deplorabele staat. Op dat moment werd in het 8 miljoen inwoners tellende district een systeem ingevoerd waarbinnen zowel leerlingen als scholen worden aangespoord hun prestaties te vergroten. Leerlingen moeten aan het einde van elk jaar van de basisschool een regionale test ondergaan willen ze worden toegelaten in het volgend leerjaar. Kinderen maken ook een eindtoets in groep 8. Als ze die niet halen stromen zij zonder ‘basisschooldiploma’ door naar het vervolgonderwijs. Scholen die ‘ongediplomeerde’ leerlingen afleveren worden eerst onder curatele gesteld en worden vervolgens opgeheven of geherstructureerd als verbetering uitblijft. Jacob stelt in zijn studie drie vragen: (1) leiden de tests tot betere resultaten; (2) in welke mate zijn resultaten toe te schrijven aan verbeterde testvaardigheid in plaats van betere reken- en taalvaardigheid; (3) zullen leraren en schoolbesturen leerlingen selectief laten deelnemen aan de tests.

Meer inzet

De resultaten van de studie tonen een verbetering met 20 procent (lezen) en 30 procent (rekenen). Deze vooruitgang ging niet ten koste van de kennis op andere gebieden dan rekenen en taal. Het bleek dat leerlingen meer inzet tonen over een breed scala aan onderwerpen. Vaker dan voorheen lieten scholen hun leerlingen (zonder test) zitten en leerlingen werden frequenter naar het speciaal onderwijs doorgeleid. We zien dit ook terug in de deelname aan Cito-toetsen in Nederland. Leerlingen waarvan de schoolleiding verwacht dat ze het gemiddelde ver naar beneden trekken, worden vaak onttrokken aan de Cito-toets.

Ondanks deze nadelen moet worden vastgesteld dat het systeem gemiddeld een enorme verbetering teweeg brengt over gehele leerlingenpopulatie. Dat is aanzienlijk beter dan de proces georiënteerde systemen die in verleden werden geprobeerd. Zo moeten we geen heil verwachten van ouders. Uit onderzoek weten we dat ouders geen niveauverhogend effect teweeg brengen, omdat zij gemiddeld meer op de sociale omgeving hameren dan op de inhoud. Het heil moet dus komen van de toezichthouder, in casu de onderwijsinspectie. Jacob toont aan dat we met de invoering van een systeem waarin we scholen en leerlingen sterker aanspreken op hun prestatie een enorme vooruitgang teweeg kunnen brengen. Het is de prikkel die werkt.

Sturen op manier van onderwijs geven gevaarlijk

Ik ken geen onderzoek naar onderwijseffectiviteit dat zo’n enorme vooruitgang documenteert als dat van Brian Jacob. Integendeel, de onderzoeken die zich richten op de effectiviteit van didactiek spreken elkaar tegen. De Nieuw-Zeelandse onderwijsdeskundige John Hattie bekeek 800 papers waarin het heil van gekozen onderwijsmethoden werd onderzocht. Hattie beschrijft dat de uitkomsten weinig houvast bieden voor aanbevelingen omtrent betere en slechter onderwijssystemen. We zijn derhalve nog lang niet toe aan het uitvaardigen van voorschriften over hoe onderwijs beter kan. Niet voor niets luidt een van de conclusies van ‘de commissie Dijsselbloem’ (p. 130): “Bij de keuze van de oplossingen, met name waar het ging om de didactische vernieuwingen, is nauwelijks aandacht voor de wetenschappelijke onderbouwing. ” In tegenstelling tot de 800 studies van Hattie, kijkt Jacob niet naar de gekozen methode maar naar het effect van een prestatieprikkel. Door scholen zelf te laten kiezen kunnen we dus effecten bereiken van een omvang die zijn weerga niet kent.

Sluit slecht presterende scholen

In Nederland laat de kwaliteit van de basisschoolleraren te wensen over terwijl het aantal leerlingen dat het schoolsysteem binnenkomt met een taalachterstand stijgt. Omdat scholen niet uit eigen beweging verbeteringen zullen doorvoeren, maar zij wel de kennis hebben om verbeteringen te realiseren, zijn sterke externe prikkels nodig die de leerling (samen met zijn ouders) en de schoolleiding een direct belang geven om reken- en taalvaardigheid te verbeteren. Dat betekent dat we in Nederland moeten overwegen een systeem in te voeren waarin leerlingen niet over kunnen gaan naar de volgende klas tenzij zij een minimum taal- en rekenniveau hebben bereikt. Scholen die structureel slecht scoren, kan men beter sluiten. Als we het accent leggen bij de doelmatigheid van het onderwijs, ontstaat vanzelf minder ruimte in de agenda van de leraar om aandacht te besteden aan andere zaken dan onderwijs. Dit is precies wat de onderwijsraad wil.

Ook de opleiding tot leraar beter

In een systeem waarin de basisschool beter moet presteren kan de opleiding tot leraar (PABO) niet achter blijven. De PABO kan in dit systeem niet meer af komen met een docent die slecht kan rekenen of schrijven. De basisschool zal zo’n leraar weigeren aan te nemen! De HBO-instelling die zulke slechte kwaliteit aflevert, zal geen docenten meer aan de scholen kwijtraken en daar kan de overheid de betrokken HBO op aanspreken door uiteindelijk het budget in te trekken. Sterker we zien nu reeds dat de universiteiten de plaats innemen van de HBOs. De universitaire opleiding tot basisschoolleraar van de Universiteit van Utrecht is een doorslaand succes. Als de HBOs niet voortmaken, verliezen zij hun marktpositie!

Conclusie

Scholen moeten zich niet laten voorschrijven hoe ze onderwijs dienen te verbeteren. We mogen scholen wel opleggen dat ze zich moeten verbeteren. Er zit heus voldoende deskundigheid in het onderwijs om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Wat ze missen, zijn de juiste prikkels.

Referenties:

Jacob, Brian, ‘Accountability, incentives and behavior: the impact of high-stakes testing in the Chicago Public Schools’, Journal of Public Economics, Volume 89, Issues 5-6, June 2005, Pages 761-796

Hattie, John, ‘Visible Learning: A synthesis of over 800 meta-analyses relating to achievement’, Routledge; 1 edition (Dec 24 2008).

Naar doelmatiger onderwijs, rapport onderwijsraad d.d. 13 november 2009

Rapport ‘Tijd voor Onderwijs’ (“rapport Dijsselbloem”), Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 007, nr. 6, verschenen in boekvorm bij SDU in 2008.

Te citeren als

Jan Bouwens, “Prestatieverbetering in onderwijs laat zich niet voorschrijven, wel afdwingen”, Me Judice, 15 december 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.