Ratingbureaus waaien met alle winden mee

Ratingbureaus waaien met alle winden mee image
15 aug 2011 |
Ratingbureaus als Standard & Poor's zaten er in aanloop van de crisis naast met hun te hoge ratings en zitten er nu weer naast met hun lage ratings, stelt Paul de Grauwe. Hun geloofwaarheid is nul en zo zouden hun persberichten ook moeten worden behandeld. Het kwalijke is dat het geloof in de ratingbureaus de bewegingen van euforie en depressie in de financiële markten versterkt.

Slecht nieuws

De financiële markten zijn in rep en roer. Dit begon met de afwaardering van de kredietwaardigheid van de Amerikaanse overheid, door ratingbureau Standard & Poor’s. Vorige week volstond een gerucht over een mogelijke afwaardering van de Franse overheid om opnieuw de lont in het kruitvat te steken. Dit machtsvertoon van de ratingbureaus heeft de discussie over de geloofwaardigheid van deze instellingen opnieuw aangewakkerd.

Als je het mij vraagt, is die geloofwaardigheid nul. Dat was al duidelijk vóór de beslissing van Standard & Poor’s om ook de Amerikaanse overheid aan te pakken. Het merkwaardige is dat de Angelsaksische pers geen moeite had met de opeenvolgende afwaarderingen van Europese landen. Toen heette het dat de regeringen van die landen fout zijn en dat de ratingbureaus slechts de boodschappers zijn van het slechte nieuws. Nu de Verenigde Staten worden aangepakt, bestaat een grote consensus dat de ratingbureaus falen.

Die ratingbureaus falen inderdaad, zowel in Amerika als in Europa. Het falen van deze instellingen is niet zomaar een verkeerde inschatting hier en daar. Het is systematisch.

Hoge ratings

Tijdens de periode van hoogconjunctuur, toen op de markten optimisme en euforie de boventoon voerden, waren ook de ratingbureaus optimistisch en euforisch. Een van de effecten hiervan was dat in die periode meer dan 60 procent van de uitgiften van obligaties – inclusief rommelobligaties – de rating ‘AAA’ kreeg. Dit is te vergelijken met een professor die aan meer dan 60 procent van zijn studenten een tien zou geven. Dan zouden we zeggen dat er iets verkeerd is met de manier van quoteren van de professor.

Na de crash, toen de ratingbureaus hun grove fouten inzagen, maakten ze massale fouten aan de andere kant van de balans. Ze begonnen systematisch de activa die ze tot voor kort de beste score hadden gegeven af te waarderen.

Om terug te komen bij onze professor – die zou na een tijdje hebben geconstateerd dat zijn scores geflatteerd zijn en zou daarom hebben besloten om het volgende cohort studenten te bestraffen met onvoldoendes. We zouden vinden dat deze professor een onbetrouwbare scoringsmethode gebruikt. Op een goede universiteit zou de professor worden afgedankt. De ratingbureaus gedragen zich op dezelfde wijze als mijn hypothetische professor.

Het probleem van de ratingbureaus is in feite nog erger dan dat van de professor. Als de ratingbureaus in de periode van economisch optimisme geflatteerde ratings uitdeelden, had dit tot gevolg dat dit optimisme werd aangewakkerd. Euforie en systematische onderschatting van de risico’s leidden tot zeepbellen en uiteindelijk tot een crash. Na de crash, toen pessimisme de grondtoon werd op de financiële markten, hadden de systematische afwaarderingen door de ratingbureaus tot gevolg dat het pessimisme, en zo ook de financiële crisis, werd aangescherpt. De ratingbureaus droegen dus bij aan de excessen in de financiële markten, zowel aan de excessen naar boven als de excessen naar beneden.

Je zou voor minder je geloofwaardigheid verliezen. Helaas is dat dus niet gebeurd. De ratingbureaus zijn machtiger dan ooit. Dat was de laatste dagen duidelijk, door de paniekerige reacties op louter geruchten dat een afwaardering van de Franse overheid op komst was.

Destabiliserende invloed

Die macht blijkt ook door de invloed die de ratingbureaus hebben in de eurozone. Daar wachten regeringen in angst op de oekazen van deze kredietbeoordelaars. Meer nog dan in de Verenigde Staten hebben de ratingbureaus bijgedragen aan de destabilisatie van de financiële markten in de eurozone.

Ik zeg niet dat de eurozone geen problemen heeft, maar de ratingbureaus hebben deze problemen uitvergroot. Het gevolg daarvan is dat die problemen moeilijker kunnen worden opgelost. Met hun ratinggedrag hebben de bureaus het algemene wantrouwen onnodig versterkt, vooral ten aanzien van de zuidelijke eurolanden. Het is vandaag de dag moeilijk geworden om dat wantrouwen te keren.

Waarom hebben de ratingbureaus zo veel macht behouden, ondanks het feit dat hun incompetentie toch duidelijk zou moeten zijn voor iedereen? Het antwoord is dat de overheden, en vooral de Europese overheden, systematisch gebruikmaken van de ratings die deze instellingen rondstrooien.

De Europese Centrale Bank (ECB) maakte in het recente verleden haar liquiditeitspolitiek afhankelijk van de waarderingen van de ratingbureaus. De toezichthouders schatten de risico’s van financiële instellingen en pensioenfondsen in op basis van de ratings van de kredietbeoordelaars. Soms dwingt de regelgeving tot verkoop van activa, als deze onder een minimale rating vallen. Zelfs het Europese noodfonds komt in gevaar. De Europese leiders hebben de voorwaarde ingebouwd dat het fonds minstens een ‘AAA’ moet halen.

Het zal geen verwondering wekken dat de ratingbureaus een buitensporige macht hebben verkregen op de toestand in Europa.

Huiswerk

Een belangrijke ingreep om de macht van de ratingbureaus te verminderen, bestaat erin dat de ECB, de Europese toezichthouders en het Europese noodfonds hun eigen huiswerk doen. Ze dienen te bedanken voor de diensten van instellingen die hebben bewezen dat ze geen betrouwbare risico-evaluaties kunnen uitvoeren. Als overheidsinstanties de diensten van de ratingbureaus niet meer gebruiken, zal vanzelf de invloed van deze kredietbeoordelaars dalen.

Nog veel meer voorstellen circuleren om de macht van ratingbureaus te beknotten – onder meer het oprichten van een Europees ratingbureau. Ik verwacht daar niet veel van, al was het maar omdat ik niet geloof dat het label ‘Europees’ zal leiden tot betere beoordelingen. Het probleem van ratingbureaus is niet dat ze Amerikaans zijn. Het probleem is dat ratingbureaus worden bevolkt door mensen van vlees en bloed die onderhevig zijn aan dezelfde bewegingen van euforie en depressie die ook aanwezig zijn op de financiële markten. De ratingbureaus voegen geen nieuwe informatie toe. Wat ze wel doen, is het versterken van de bewegingen van euforie en depressie.

De beste manier om dit mechanisme te breken, is om de diensten van deze instellingen niet meer te gebruiken. De overheidsinstanties moeten hierin het voortouw nemen.

* Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad van 12 augustus j.l.: Flickr.

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Te citeren als

Paul de Grauwe, “Ratingbureaus waaien met alle winden mee”, Me Judice, 15 augustus 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.