Staat trapt in eigen valkuil met redden van banken

Staat trapt in eigen valkuil met redden van banken image
1 jul 2010 |
Het zijn overheden die met ondoordacht beleid het financiële systeem op hol hebben doen slaan. Het vuur werd niet bestreden, maar verder aangewakkerd. En nu zijn het overheden die banken redden – ten koste van de belastingbetaler en ten gunste van de belegger, stelt hoogleraar Accounting Jan Bouwens. De ervaringen tonen dat politici en ambtenaren geen kei zijn in bankzaken, met desastreuze gevolgen.

Amerikaanse overheid stimuleerde risico nemen

De innovatieve Amerikaanse overheid meende het huizenbezit te moeten stimuleren. Hiertoe werden zogeheten Government Sponsored Enterprises (GSE’s) ingezet, waarvan Freddie Mac and Fannie Mae de bekendste zijn. Deze bedrijven mochten leningen verstrekken en inkopen onder staatsgarantie. Het gevolg was dat bij de twee genoemde banken in 2002 reeds 1.780 miljard dollar aan leningen uit stond.

Voor ‘commerciële’ banken bood de GSE de mogelijkheid om kapitaaleisen te omzeilen. Dat werkte als volgt: laat een bank voor 100 miljoen dollar leningen à 6 procent verstrekken. De bank heeft dan de keuze de leningen aan te houden, of deze aan een GSE door te verkopen. In het eerste geval bepaalden de Bazel-regels dat de bank 4 miljoen dollar eigen vermogen moest aanhouden tegenover de leningen. In het tweede geval hoeft slechts 1,6 miljoen dollar eigen vermogen te worden aangehouden. Daar tegenover staat dat de bank aan de GSE 0,2 van de 6 procent rente moet afdragen, met de garantie dat, mochten de woningbezitters hun verplichtingen niet nakomen, de GSE en dus de Staat garant staat. Door deze deal houdt de bank dus 2,4 miljoen kapitaal vrij dat opnieuw 25 keer kan worden beleend.

Marktfalen genegeerd

De Amerikaanse overheid maakte twee fouten. Ze creëerde een zee aan kredietfaciliteiten voor kredietonwaardige burgers, en ze schreef ongedekte cheques door zich garant te stellen voor de leners. Banken zijn massaal ingegaan op deze voor hen risicovrije kredietfaciliteit. Zij wisten deze faciliteiten verder te sublimeren tot het systeem zichzelf opblies in kredietonwaardigheid.

Het bij wet georganiseerde toezicht heeft het bankfalen genegeerd. Al in maart 2007 waren er onmiskenbare marktsignalen als prelude op het nakende falen van Lehman Brothers en Merrill Lynch; de toezichthouder deed niets.

Europese toezichthouders spraken bijna smalend van een louter Amerikaans probleem. Toen er geen uitweg meer bestond, lieten Amerikaanse overheden Lehman in september 2008 failliet gaan.

Om de systeemschok te dempen, moesten de overheden reageren. De jaren dertig hebben ons immers geleerd dat het financiële systeem overeind dient te blijven en dus werden de meeste banken gered onder het Troubled Asset Relief Program. Deze wet vrijwaart de aandeelhouders van de bank van enig offer doordat de overheid leningen en garanties verstrekt om de bank te helpen haar verplichtingen na te komen.

Onderzoek van de Tilburgse econoom Laurence van Lent en zijn collega Ahmed Tahoun laat zien dat naarmate parlementsleden meer belegden in de banken, zij in de beslissende overheidscommissies (van Senaat en Huis van Afgevaardigden) met succes als eerste ‘hun’ banken wisten te redden.

Belastingbetaler verliest van belegger

Overheden hebben er wereldwijd voor gekozen het belang van aandeelhouders boven dat van de belastingbetaler te stellen. Voor de belastingbetaler is het gunstig als de overheid goede bezittingen in een gezonde bank onderbrengt en de slechte bezittingen samen met de schuldeisers van de banken verzamelt in een bad bank. Echter, de vorming van een bad bank benadeelt de institutionele belegger – in Nederland onder meer de pensioenfondsen – die geld tegoed heeft van de banken.

De vraag is echter: is het beter de belastingbetaler of de belegger voor deze stroppen te laten betalen?

Bestuursvoorzitter van ABN Amro Gerrit Zalm heeft onlangs vastgesteld dat ondanks de kapitaalinjecties en de verwerving van ABN Amro door de Nederlandse overheid tegen 30 miljard euro we niet moeten verwachten dit bedrag bij benadering terug te zien. Zou het niet logisch zijn geweest om van de oorspronkelijke aandeelhouders te eisen geld bij te storten bij dreigend faillissement van de bank? Ook de laatste plannen van Barack Obama laten de aandeelhouder ongemoeid.

De overheid beschikt over een slecht governance-instinct. Bij ING werd door de regering een arbeidsdeskundige aan de raad van commissarissen toegevoegd. Bij ABN Amro trad in april een raad van commissarissen aan van wie slechts een deel bekend is met bankieren; twee leden bezetten zes commissariaten/adviesfuncties. We weten uit onderzoek dat mensen met veel commissariaten slecht toezicht houden.

Marktwerking op hol

Kortom, het ingrijpen door overheden heeft de marktwerking van het financiële systeem op hol gebracht. Vervolgens werden banken gered ten koste van de belastingbetaler en ten gunste van de belegger.

Nu krijgen de markten de schuld voor speculaties tegen landen als Griekenland en Hongarije. Begin juni verdubbelde het tarief waartegen banken aan elkaar geld uitlenen. Banken houden staatsobligaties van landen met enorme schulden.

Je kunt natuurlijk wachten die landen te disciplineren, maar dan komt de rekening eenvoudig met woekerrente via de banken door. De overheid kan niet aan de krachten van de markt ontkomen.

Dit artikel is op 30 juni 2010 verschenen in Schinkels Forum, een samenwerking tussen NRC Handelsblad en Me Judice.

Te citeren als

Jan Bouwens, “Staat trapt in eigen valkuil met redden van banken”, Me Judice, 1 juli 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.