Strenge milieuregels en onderzoeksgeld basis voor groene technologie

Nederland loopt in vergelijking tot Duitsland en Groot-Brittannië zeker niet voorop in groene technologie als economische kracht, stellen Martijn Blom en Marisa Korteland op basis van een nieuw onderzoek. Maar Nederland onderscheidt zich wel gunstig met de gelden voor onderzoek naar groene energie. Strenge milieuregels moeten verdere ontwikkeling van groene technologie uitlokken.

Groene technologie in Nederland

Tal van bedrijven verdienen een goede boterham aan milieutechnologieën die bijdragen aan een schone en veilige leefomgeving. Deze zogenaamde cleantechbedrijven hebben een belangrijke en groeiende positie weten te verwerven in de mondiale economie. Hoe is dat in Nederland? Een recent onderzoek van CE Delft in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving laat zien dat de cleantech in Nederland een sector is van snel groeiende betekenis, maar dat we internationaal zeker niet tot de top behoren.

Om internationaal mee te kunnen tellen, moet de innovatie-prestatie van de sector aanzienlijk worden verbeterd. Dat kan door heldere keuzes te maken ten aanzien van innovatie-ondersteuning en een consistent marktstimuleringsbeleid. Successen op het gebied van waterzuiveringstechnologie en afvalverwerking bieden geen garantie voor nieuw succes, maar zijn succesvolle voorbeelden ter inspiratie voor toekomstige keuzes.

Segmenten

Nederlandse milieutechnologiebedrijven opereren in een grote variëteit aan bedrijfstakken en type activiteiten. De cleantechsector valt uiteen in zes technologiesegmenten:

  1. Energiesystemen
  2. Energiebesparing
  3. Duurzaam waterbeheer
  4. Grondstof- en materiaalefficiëntie
  5. Afvalwater
  6. Automotive

Binnen ieder segment richten cleantech-activiteiten zich op de gehele industriële waardeketen (R&D, engineering, bouw en installatie, en advies) met uitzondering van het toepassen van deze technieken.

De cleantechsector is op dit moment goed voor zo’n 5 miljard Euro aan toegevoegde waarde, bijna 1% van Nederlandse economie. De sector genereert 61.000 arbeidsplaatsen (voltijdsequivalenten). Hoewel het om een relatief jonge sector gaat, heeft er een zekere mate van professionalisering, consolidatie en schaalvergroting plaatsgevonden. Het kapitaalintensieve karakter van veel milieu- en energie-activiteiten vraagt om schaalgrootte en financiële draagkracht, hetgeen zichtbaar is aan een relatief aanzienlijke bedrijfsomvang. De groei van de productiewaarde in de periode 1996-2010 is gemiddeld 6% per jaar. De crisis heeft vanaf 2009 tot een terugval geleid, die ook wereldwijd zichtbaar is. Uit Figuur 1 blijkt dat de Nederlandse bedrijven in de grondstofefficiëntie, de zogenoemde circulaire economie, met spectaculaire twee-digit groeicijfers zijn gegroeid.

Figuur 1: Gemiddelde jaarlijkse groei per technologiesegment, 1996-2010

Figuur 1: Gemiddelde jaarlijkse groei per technologiesegment, 1996-2010
Bron: CBS Statline, eigen bewerking.

Groeiperspectief

Een aantal technologiesegmenten binnen cleantech heeft de potentie om grote(re) bijdragen te leveren aan de Nederlandse economie. Daarvoor moeten we vooral kijken naar de exportoriëntatie, innovatie-specialisatie en groeiverwachting van de mondiale afzetmarkten (zie Tabel 1). De achterliggende gedachte is dat Nederlandse bedrijven sterker kunnen profiteren van mondiale afzetgroei, als zij technologisch onderscheidend zijn en zich sterk richten op het buitenland.

Tabel 1: Kenmerken groeiperspectief Nederlandse cleantech-segmenten


Export aandeel 2010 Locatie-quotiënt patenten* 2009-2010 Groeiverwachting mondiale afzetmarkt tot 2015 (groeivoet in %)
Energiesystemen 16% 0,15 4,6%
Energiebesparing 6% 3,31 3,5%
Duurzaam waterbeheer 33% 1,96 3,6%
Afvalwater 50% 1,46 2,9%
Grondstoffenefficiëntie Nb 0,78 3,6%
Cleantech totaal 31% 0,82 4,0%

Noot: * Maat voor specialisatie van een land; <1: Ondervertegenwoordiging van het aandeel Nederlandse patenten t.o.v. EU-aandeel; >1: Een oververtegenwoordiging.

Geschat wordt dat ongeveer een derde van de productiewaarde gegenereerd wordt in het buitenland, hetgeen goed vergelijkbaar is met de Nederlandse Topsectoren. De exportoriëntatie verschilt echter sterk per technologiesegment: m.n binnen energiesystemen en energiebesparing constateren we dat er een meer aandacht voor exportkansen nodig is.

Binnen cleantech is sprake van hogere innovatie-output (aandeel geregistreerde patenten binnen de EU) dan men op basis van de omvang van Nederlandse economie zou verwachten. Zelfs in absolute zin behoort Nederland tot de top-10 van groene innovatie-landen (zie figuur 2)

Figuur 2: Ranglijst octrooiaanvragen, OESO-landen, 2009- 2010

Figuur 2: Ranglijst octrooiaanvragen, OESO-landen, 2009- 2010
Bron: OESO

Omdat de Nederlandse bedrijven al in sterke mate kennis-georiënteerd zijn en relatief veel patenteren, kan men naar de mate van specialisatie kijken. Nederlandse bedrijven zijn dan minder gespecialiseerd in het aanvragen van groene patenten dan de EU-27. Ook hier zijn er technologiesegmenten die wel een sterke vertegenwoordiging in de Nederlandse patenten kennen: duurzaam waterbeheer, afvalwater en energiebesparing (verlichting). Onderverdeeld naar de technologieën zijn in Tabel 2 de segmenten gepresenteerd met de hoogste innovatie-output. De innovatie-output is gemeten in locatie-quotiënt, waarbij een quotiënt van meer dan 1 als criterium is aangehouden.

Tabel 2: Technologiesegmenten met hoge innovatie-output, in aflopende volgorde, 2005-2010

1 Verlichting
2. CO2-opslag en –afvang
3. Niet-fossiele energietechnologie (biobrandstoffen, bio-ketens en energie uit afval)
4. Technologieën voor verbetering output efficiency (warmtekracht koppeling)
5. Waterzuiveringstechnologie
6. Bodemhersteltechnologie
7. Zon-PV (m.n. laatste jaren)

Telt Nederland mee?

Al met al zou uit deze uit deze analyse de conclusie getrokken kunnen worden dat Nederland niet bijster goed voor de dag komt. Rapporten van Roland Berger en K-Matrix duiden op aanzienlijk betere innovatieprestaties en grotere bijdrage van cleantech aan de economieën van Duitsland en Groot-Brittanië. Enige voorzichtigheid bij een vergelijking tussen landen is wel geboden, omdat er geen internationale standaard is voor de afbakening van cleantech is. Bovendien ontbreekt een consistente monitoringmethode voor het verzamelen van economische statistieken gericht op cleantech-activiteiten.

Belangrijker dan dit meetprobleem is dat op deelsegmenten Nederland wel degelijk sterk onderscheidende technologische profielen kent. De specialisatie van technologieën en kennis in deelsegmenten (verlichting, CCS, water, afval) alsmede de kennisvoorsprong ten opzichte van Europese en snelgroeiende economieën bieden daarmee een goede basis om positieve mondiale groeiverwachtingen voor de komende jaren waar te maken. Mondiale uitdaging op het gebied van duurzaamheid zal de komende jaren eerder toe- dan afnemen. Naar onze inschatting worden deze exportmogelijkheden niet in de volle breedte onderkend. Het publiek-gefinancierde energieonderzoek in Nederland - basisinput voor veel cleantechpatenten - is echter wel een sterke troefkaart.

Conclusies en aanbevelingen

Innovatie- en exportpotentieel vormen belangrijke sleutels voor het stimuleren van cleantech in Nederland. Het is belangrijk om de sector niet te breed te definiëren en in te zetten op technologische speerpunten. Naar voorbeeld van het topsectorenbeleid is maatwerk vereist om aan te sluiten bij (technologische) expertisevelden met een internationale dimensie zoals: waterbouw gericht op adaptatiemaatregelen tegen klimaatverandering, afvalwater (waterzuiveringstechnologiëen), grondstof- en materiaalefficiëntie (recycling). Welke expertisevelden onderscheidend zijn moet nauwkeurig worden vastgesteld en aanvullend zijn op het huidige topsectorenbeleid.

Het creëren van een thuismarkt is relevant gebleken voor de economische ontwikkeling van diverse segmenten, waaronder grondstofefficiëntie, afvalwater en waterbouw. De geografische liggging van Nederland, maar ook het overheidsbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van publieke aanbestedingen, zijn hierin medebepalend gebleken. Teneinde te kunnen profiteren van de mondiale groei in cleantech is er meer nodig om de exportoriëntatie en het innovatiepotentieel te verbeteren:

  • Trekkracht door dynamische aanscherping van milieubeleid blijft de beste garantie op succes voor innoverende en internationale opererende ondernemingen. Bedrijven moeten voortdurend uitgedaagd worden het uiterste uit zich zelf te halen binnen strenge wetgeving en effectieve financiële prikkels die duurzame technologieën aantrekkelijk maken. Milieubeleid heeft een first-mover voordeel opgeleverd voor Nederlandse successectoren als water, afval en recycling.
  • Een samenhangende internationaliseringsagenda voor de verschillende segmenten is wenselijk.
  • Duwkracht blijft essentieel in de vorm van voldoende publieke financiering voor energieonderzoek. Nederlands energieonderzoek is op veel terreinen leidend en (nog steeds) onderscheidend ten opzichte van Aziatische massaproductielanden als China. Stimulering van innovatie door overheidsbeleid is cruciaal voor groeiende export en over het algemeen exporteren innoverende bedrijven meer.

Te citeren als

Martijn Blom, Marisa Korteland, “Strenge milieuregels en onderzoeksgeld basis voor groene technologie”, Me Judice, 24 september 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.