Te laag eigen vermogen houdt banken onnodig kwetsbaar

trap
Afbeelding ‘Scale mobili’ van Finizio (CC BY-ND 2.0)
13 dec 2013 |
De grote Nederlandse banken houden een veel te laag eigen vermogen aan, omdat ze zich meer zorgen maken over boekhoudkundige grootheden als de winst per aandeel dan hun solvabiliteit. Hun beperkte solvabiliteit maakt banken onnodig kwetsbaar en dat is maatschappelijk gezien zeer ongewenst, stelt em. hoogleraar ondernemingsfinanciering Piet Duffhues. De overheid moet banken dwingen het eigen vermogen in het balanstotaal sterk te vergroten. Het is onbegrijpelijk dat deze eis niet eerder op tafel is gelegd.

Verbazing

Wie zich verdiept in de vermogensstructuur van de belangrijkste Nederlandse banken kan zich niet anders dan verbazen over de beslissingen van het banktopmanagement terzake. Deze beslissingen hebben ertoe geleid dat de samenstelling van de passivazijde van de bankbalans relatief steeds meer vreemd vermogen is gaan bevatten terwijl de activazijde steeds meer risico ging bevatten. Tot dat vreemd vermogen behoren niet alleen de spaargelden die aan de banken zijn toevertrouwd en de vele gewone obligatieleningen die zijn uitgegeven maar ook de achtergestelde al dan niet perpetuele leningen die zijn uitgegeven. Deze beslissingen staan op gespannen voet met de inzichten van het vakgebied van de ondernemingsfinanciering zoals die zijn gegroeid gedurende de laatste halve eeuw.

Geen aandelenuitgifte

Een centraal thema in het financieringsbeleid van de banken was het als het even kan vermijden van aandelenuitgiftes, onderhands of openbaar. De argumentatie voor dit beleid berust voorzover bekend op het bezwaar dat de winst per aandeel verwatert wanneer nieuwe aandelen worden uitgegeven. Dit traditionele argument dat in de literatuur uit de jaren zestig van de vorige eeuw stamt, is zwak maar helaas wel persistent. Door tijdig aandelenvermogen aan te trekken hadden banken gemakkelijk kunnen bereiken dat hun financiele weerstandsvermogen veel beter zou zijn geweest toen in 2007/2008 de financiele crisis uitbrak en het risicodraagvlak van de banken tekort schoot. Tijdige aandelenuitgiftes zouden de ernst van de crisis in belangrijke mate hebben gemitigeerd. Door dit na te laten, komt dit in feite neer op een mismanagement van de vermogenssstructuur van banken. Als het ware alsof er na het bekende Modigliani/Miller (1958) theorema geen hogere wijsheid is gegroeid dan de conclusie van die publicatie die neerkomt op ‘’capital structure doesn’t matter’.

Aandeelhouders zouden bij initieel meer eigen vermogen in de bankbalans ook veel gemakkelijker het doelwit zijn geweest voor het afboeken van de grote verliezen die in 2008 en later optraden aan de activazijde van de bankbalansen. Het is een raadsel waarom bankbestuurders het zover hebben laten komen en daarmee de financiele positie van de banken en hun slagkracht enorm hebben verzwakt.

Bovendien hebben banken inmiddels een uitgebreide set van nieuwe regels van de wetgever en de toezichthouder (DNB) over zich heen gekregen die de kostprijs van hun dienstverlening drastisch verhoogt en daarmee potentiele kredietnemers treft met name in het MKB. Niet onbegrijpelijk is dan ook dat deze kredietnemers klagen over hun lot als slachtoffers van de bancaire crisis.

Alternatieven

Aan het vinden en creëren van alternatieve financieringsbronnen zoals kredietunies en crowd funding (vergelijk Duffhues en Roosenboom, 2011, en het rapport van de Commissie De Swaan voor de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, juni 2011) wordt door de grote gevestigde banken voorzover kan worden beoordeeld slechts lippendienst bewezen. Er is geen sprake van warme ondersteuning. Soms is zelfs sprake van regelrechte tegenwerking. Kredietunies bestaan in het buitenland reeds lang in meer dan 100 landen. Inmiddels hebben de Tweede Kamer en de Minister van Financien in november 2013 beslist dat er ook in Nederland als het even kan kredietunies dienen te komen. Een wetsontwerp is in voorbereiding. Over crowd funding valt her en der te lezen dat dit fenomeen hoewel kwantitatief nog onbeduidend zich meer en meer vestigt in delen van de samenleving. De idee van crowd funding blijkt velen aan te spreken.

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is er nauwelijks vooruitgang geboekt in de bereidheid van banken om het eigen vermogen te versterken. Zeer onlangs nog publiceerde Roëll in het FD van 28 november een artikel waaruit blijkt dat bankiers hun financieringskennis drastisch dienen op te frissen. Oud-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Vries heeft daar ook al op gewezen (FD van 30 november).

Nog recenter is het artikel van Van den Brink ook in het FD van 11 december. Deze auteur meent dat financieringsspecialisten in hun commentaren de activazijde van de bankbalansen verwaarlozen. Daarmee doet hij geen recht aan het inzicht dat te allen tijde een simultane optimalisatie van activa en passiva moet plaats vinden. De passivazijde van de banken is niet aangepast aan de voortdurend toegenomen risico’s van de activazijde.

Kredietcrisis is een solvabiliteitscrisis

Om dit te verduidelijken lijkt het nuttig om een aantal zaken op een rij te zetten. Banken zijn in beginsel onderworpen aan dezelfde wetten van financieel verkeer als produktie- en handelsondernemingen. Dat houdt in dat zij in beginsel niet straffeloos hun vermogensstructuur kunnen verwaarlozen. Toch is dat gebeurd en is dat het acute probleem van vele banken, ook in Nederland en Belgie. Er wordt zeer veel geschreven over de kredietcrisis van banken. In werkelijkheid verdient het de voorkeur om te schrijven over de solvabiliteitscrisis van banken omdat dit de kern is van de huidige problemen: het risicodraagvlak is te klein.

Daarmee beweer ik dat de hedendaagse bancaire problemen die aanvankelijk het karakter droegen van een liquiditeitscrisis, niets anders zijn dan uit de hand gelopen vermogensstructuurproblemen. In concreto: banken hebben veel te weinig eigen vermogen. Ook de aanvulling met perpetuele achtergestelde leningen heeft niet kunnen verhinderen dat de solvabiliteit van banken tekort is gaan schieten. Het verdient dan ook aanbeveling dat banken hun vermogensstructuur op de kortst mogelijke termijn herstellen om te komen tot acceptabele verhoudingen tussen eigen en vreemd vermogen. Daarmee kan alle aandacht worden gericht op de sanering van de activazijde van de bankbalansen waar nu eenmaal de kern van de problemen ligt.

Weg voorwaarts

De beste methode om dat doel in de gegeven situatie te bereiken is heel klassiek: het uitschrijven van aandelenemissies of van verplicht converteerbare obligatie-emissies. Helaas zal dat vereisen dat de uitgifteprijs van de nieuwe aandelen relatief laag zal zijn ten opzichte van de koersniveau’s van de aandelen van begin 2007. Dat maakt deze oplossing niet populair maar wel effectief voor ondernemingen die nu eenmaal in financiële moeilijkheden verkeren. De risicopremie in de aandelenprijs en in de marktprijs van het vreemd vermogen van de bank zal naar verwachting dalen als gevolg van de kapitaalversterking. De noodzaak om zeer hoge spaarrentes aan te bieden zal afnemen omdat alternatieve financieringsbronnen weer beschikbaar komen. De ‘cost of capital’ voor de bank zal met andere woorden dalen. Zowel de kostenvoet van het eigen als van het vreemd vermogen zullen afnemen. De markt zal deze en andere (zoals de verbeterde concurrentiepositie) voordelen inzien. Deze komen in belangrijke mate neer op een ‘wealth re-transfer’ van de verschaffers van vreemd vermogen naar de aandeelhouders nadat eerder het omgekeerde heeft plaats gevonden door een te vergaande financial leverage die voor de aandeelhouders van de bank zeer duur heet uitgepakt. De markt zal vanwege deze voordelen aan deze oplossing willen meewerken en de aandelen uit de emissie kopen. Belangrijk is dat empirische ondersteuning voor deze verwachte positieve marktreactie is vastgesteld in een Duitse studie van Jostarndt, 2008 die overigens niet op banken maar op produktie-ondernemingen in financiële moeilijkheden betrekking had.

Voorzover mogelijk kunnen hybride vormen van vreemd vermogen het Tier 1-capital mede versterken zoals door het aantrekken van nieuw vermogen in de vorm van Coco’s maar daar moet niet het accent liggen. Diverse banken hebben deze mogelijkheid overigens reeds benut

Voor de middellange en lange termijn geldt dat de fractie van het eigen vermogen in het balanstotaal via regulering drastisch zou moeten worden verhoogd boven de huidige niveau’s. Banken zijn nu eenmaal risicofabrieken geworden. De vermogensstructuur moet aan deze nieuwe situatie alsnog worden aangepast. De huidige vermogensstructuur van banken kan als ‘verziekt’ worden gekwalificeerd omdat de kapitaalsversterking al veel eerder had moeten plaats vinden gezien de risicovolle activiteiten van deze instellingen. Het is onbegrijpelijk dat toezichthouders deze eis niet eerder op tafel hebben gelegd.

Wat resteert is de vraag waarom banken een grote aversie hebben om het eigen vermogen te vergroten. Dat heeft alles van doen met misplaatst risk management en te grote focus daarbinnen op een boekhoudkundige grootheid als de winst per aandeel. Banken die dagelijks worden geconfronteerd met de schommelingen in de prijzen van financiële vermogenstitels zouden beter moeten weten dan het krampachtig vasthouden aan het waarheidsgehalte van boekhoudkundige grootheden. Ook Boot en Van Wijnbergen hebben gewezen op het manco bij banken om de solvabiliteit gepaste aandacht te geven (HFD 2 december 2013). Van de Brink meent dat daar niet het hoofdprobleem ligt en beperkt ten onrechte het concept ‘risicomanagement’ tot de activazijde van de bankbalans: de keuze van een vermogensstructuur is echter bij uitstek een keuze van risicomanagement. Van Eykelenburg (2013) meent dat de academische wereld met haar kritiek op de banken geen recht doet aan de wetenschap. Ik sluit af. De financiering van het MKB is een van de slachtoffers van de misvattingen bij bankiers over wat een gezonde vermogensstructuur voor banken inhoudt.

Dit artikel is een bewerkte versie van een publicatie in Het Financieele Dagblad van 9 december 2013.

Referenties

Boot, Arnoud, en Sweder van Wijnbergen (2013), Dwing banken tot grotere buffer, NRC-HB , 2 december.

Brink, Van den (2013), Discussie richt zich op verkeerde kant van de bankbalans, Het Financieele Dagblad, 11 december.

Duffhues, Piet, (2008), ‘De verziekte vermogensstructuur van banken’, Me Judice, Tilburg University, Jrg 1, 13 augustus.

Duffhues, Piet (2008), Banken zijn risicofabrieken, Het Financieele Dagblad, 28 augustus.

Duffhues, Piet, en Jacques Sijben (2008), Emissies bieden bank nodige rust, Het Financieele Dagblad, 16 september.

Duffhues, Piet, en Peter Roosenboom (2011), Ondernemingsfinanciering nu en in de toekomst, blz. 1-22; (Opgenomen in het rapport Naar een gezonde basis: bedrijfsfinanciering na de crisis, Advies van de Expertgroep bedrijfsfinanciering, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, 96 blz.

Duffhues, Piet (2013), Banken wars van aantrekken eigen vermogen, Het Financieele Dagblad, 9 december.

Eykelenburg, Carel van, Overdaad aan ijdele hoogleraren in het bankendebat doet geen recht aan de wetenschap, Het Financieele Dagblad, 10 december.

Timmermans, Koos (2013), Zeker kunnen buffers hoger, maar tegen welke prijs? Het Financieele Dagblad, 13 december.

Te citeren als

Piet Duffhues, “Te laag eigen vermogen houdt banken onnodig kwetsbaar”, Me Judice, 13 december 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.