The good, the bad and the ugly

The good, the bad and the ugly image
1 dec 2009 | | 1987 keer bekeken
Overheden pompen massaal geld in de economie om de effecten van de kredietcrisis te dempen. Hierdoor lopen de tekorten en schulden in heel Europa op. Ons kabinet heeft een prachtige kans om het saneren van de overheidsfinanciën aan te grijpen voor een inspirerende visie op publieke dienstverlening, met meer dynamiek en verantwoordelijkheden voor burgers.

Volgens prognoses verslechteren de overheidsfinanciën nog verder in de komende jaren. Over tekort en schuld woedt al tijden discussie over de vraag hoe ver en hoe lang overschrijdingen acceptabel zijn. Er is geen dwingende logica die de overheid tot boekhouder degradeert. Het Groei en Stabiliteitspact schrijft voor dat een tekort van een Europese lidstaat de 3%-norm (van het Bruto Binnenlands Product) niet mag overschrijden, terwijl voor schuld de norm op 60% van het BBP ligt. Die getallen zijn tamelijk arbitrair. Niet voor niets blijken die grenzen voor vrijwel geen land bereikbaar in deze tijden.

Er zijn twee redenen waarom we niet te licht moeten denken over overschrijdingen. Ten eerste vereist deelname aan een muntunie dat de economieën niet teveel uiteen gaan lopen. Landen hebben immers geen wisselkoersbeleid meer als correctiemechanisme. Ten tweede is er altijd binnenlandse politieke druk om het tekort of schuld te laten oplopen, omdat op die manier moeilijke keuzes uitgesteld kunnen worden. We mogen de Europese Commissie dankbaar zijn dat die hier als scheidsrechter optreedt.

En de scheidsrechter komt langs met een zogeheten buitensporigtekortprocedure. Die procedure biedt landen weliswaar de flexibiliteit om tijdelijk de grenzen te overschrijden, maar eist dan wel structurele maatregelen om tekort en schuld te reduceren. Daarmee verhindert de Commissie dat landen via boekhoudkundige trucs of lapmiddelen hun begroting oppimpen. Geen denkbeeldig scenario gezien de ervaringen met Griekenland en Italië.

Hoe kan Nederland dan het best omgaan met deze begrotingsuitdagingen? Er zijn ruwweg drie manieren, the good, the bad and the ugly.

The bad is belastingverhoging. De overheid kan haar inkomsten vergroten door geld bij burgers en bedrijven te halen, maar dit leidt tot lagere bestedingen en investeringen en drukt daarmee de groei. Nu is dit enigszins een boekjeswijsheid van economen, want je kunt niet alle belastingmaatregelen over één kam scheren. Vooral bij belastingen die je kunt inzetten om gedrag te beïnvloeden (groene belastingen, spitstarieven) is nog wel een wereld te winnen. Maar het zal toch eerder een verschuiving van de belastingdruk dan een ophoging impliceren. Als structurele maatregelen om de begrotingsproblemen op te lossen schieten belastingmaatregelen daarmee tekort.

The ugly is de kaasschaaf. Door het hanteren van de kaasschaaf kan geloofwaardig en duurzaam bezuinigd worden. De kaasschaaf is altijd politiek verleidelijk, omdat moeilijke keuzes vermeden worden en iedereen een beetje moet bloeden. De twintig ambtenarencommissies die aan het werk zijn gezet om de miljarden te vinden, tonen aan dat zo’n scenario voor ons kabinet niet denkbeeldig is. Maar het is wel armoe troef. Men kan bejaarden plukken, studenten uitkleden, patiënten een poot uitdraaien of ambtenaren uitzwaaien. Maar in alle gevallen gaan burgers meer betalen voor hetzelfde of hetzelfde voor een verschraald aanbod van publieke voorzieningen. En dat is ugly.

The good wordt belichaamd door structurele hervormingen. De crisis biedt een kans om door te pakken op dossiers die al jaren op structurele oplossingen schreeuwen, maar om politieke redenen zijn bevroren. Het opknappen van (semi-)publieke voorzieningen op het gebied van wonen, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, vergrijzing, zorg en onderwijs is sowieso nodig en heeft als nevenvoordeel dat de schatkist aangevuld wordt.

Die opknapbeurt is nodig, omdat de overheid door de decennia heen allerlei voorzieningen heeft aangeboden die niet meer nodig of nuttig zijn dan wel of een te lage prijs hebben. Ondertussen verwachten we van die voorzieningen dat ze snel beschikbaar zijn, ze een hoge kwaliteit hebben en dat we keuzevrijheid hebben. En we willen er niet voor betalen.

Maar hoe vanzelfsprekend is het dat middeninkomens in sociale huurwoningen wonen? Waarom betalen studenten niet voor hun opleidingen? Hoe erg is het om ervoor te betalen als je het verkiest met je verstuikte pink op zaterdag een EHBO-post te bezoeken? Hoe logisch is het om vrouwen fiscaal te belonen om thuis te zitten?

Door de combinatie van het opschudden van publieke voorzieningen en een herwaardering van eigen betalingen zijn burgers gelegitimeerd om eisen te stellen, raken ze weer gewend aan het nemen van eigen verantwoordelijkheid en ontplooien ze initiatieven. De samenleving dynamiseert, productiviteit groeit en arbeidsparticipatie neemt toe. Tegelijk houden we middelen over voor diegenen die het echt nodig hebben.

Ondertussen roept de premier dapper dat er geen taboes zijn voor de ambtenarencommissies, maar vergeet even dat die taboes door de kabinetten Balkenende I-IV zelf in het leven zijn geroepen. We moeten nog afwachten of de ambtenarencommissies inderdaad zo dapper zijn om voor te stellen te gaan snijden in de hypotheekrenteaftrek, stevige spitsheffingen in te voeren, universiteiten toe te staan collegegelddifferentiatie en selectie aan de poort toe te passen of radicaal te snoeien in het woud van maatschappelijk onrendabele subsidies.

Zelfs als de ambtenaren dit aandurven. Is het huidige kabinet dan slagvaardig genoeg om tot actie over te gaan? Het zou heel goed een jongensdroom van premier Balkenende kunnen zijn geweest om Clint Eastwood (‘the good’) te spelen in de klassieke Sergio Leone film. Hij heeft nog anderhalf jaar om die jongensdroom uit te laten komen en daarmee het land een grote dienst te bewijzen.

* Dit artikel is tevens verschenen in NRC Handelsblad op 1 december 2009.

Te citeren als

Marcel Canoy, “The good, the bad and the ugly”, Me Judice, 1 december 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.