Tijd voor een wekelijks vragenuurtje met economen

Tijd voor een wekelijks vragenuurtje met economen image
3 feb 2012 |
Door in de media aandacht te creëren voor vragen over economie waar de leek mee zit, kan economie dichter bij de mensen komen, stelt Jochen Mierau. Nu is de verspreiding van economische ideeën nog te veel aanbodgestuurd: economen sturen hun opinies de wereld in, opinies die elkaar vaak tegenspreken. Rick van der Ploeg en Roel Janssen gaven in de Teleac-serie uit 1994 het goede voorbeeld, nu is het tijd voor een bij de tijds vervolg hierop.

Vraag en aanbod van economische ideeën

Trite though that is, and however little it penetrates the topmost surface of things, it is, nevertheless, not easy to explain to the ignorant all the competing economic questions involved. You cannot compress a course of political economy into one hour. But we shall do our best.” (K. Marx, 1865)

Deze woorden sprak Marx alvorens hij ertoe overging om in het openbaar stelling te nemen tegen de standpunten van John Weston. Deze had in een pamflet gesteld dat vakbonden het algemene prijsniveau opdrijven en derhalve schadelijk zijn voor de economie. Gezien het feit dat zowel Weston als Marx gerespecteerde economen waren in hun tijd, legt dit citaat het kernprobleem van het economendebat bloot. Immers, het is niet gemakkelijk om conflicterende economische vraagstukken aan de leek uit te leggen.

In december 2011 is de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde met een bundel preadviezen naar buiten gekomen waarin diverse economen hun licht laten schijnen op de economische toekomst van Nederland. In een van deze preadviezen gaat Harry van Dalen (2011) in op de stand van het economendebat en buigt hij zich over de vraag waaróm het niet gemakkelijk is om conflicterende economische vraagstukken aan de leek uit te leggen. In goede economische stijl splitst hij zijn analyse in problemen aan de aanbodzijde van ideeën (de economen zelf) en aan de vraagzijde (beleidsmakers en het brede publiek).

Van Dalen stelt dat aan de aanbodzijde problemen zijn ontstaan doordat de econoom niet langer de staatswetenschappelijke homo universalis is zoals Keynes dat ooit was. De utopische doch uitgestorven econoom van van Dalen bezit tegelijkertijd kennis van economische theorieën, de ware menselijke aard, het institutionele raamwerk, economische geschiedenis en de geschiedenis van het economische denken. De moderne econoom daarentegen, is volledig gespecialiseerd en kan derhalve het grotere geheel niet overzien. Deze econoom is dan ook in onvoldoende mate in staat het functioneren van het economisch systeem als geheel nader tot de leek te brengen. Van Dalens analyse van de vraagkant is veel simpeler, daar ligt het euvel simpelweg bij de onwetendheid van de leek.

Als het gaat om het oplossen van de benoemde problemen toont van Dalen zich een echte aanbodeconoom. In zijn ogen moet het economengilde zich eens goed achter de oren krabben en ervoor zorgen dat ze collectief weer meer op Keynes gaan lijken. Merk op dat hij vindt dat de economen dit als collectief moeten doen, dat wil zeggen dat het gilde als geheel de utopische eigenschappen van de staatswetenschappelijke homo universalis moet vertonen maar dat elke econoom individueel gewoon de specialist moet blijven die hij al is. Van Dalen ziet economen als een school vissen en wil dat ze zich als één grote Keynes gaan profileren. Daarom stelt hij voor om de fora waar economen en andere beleidswetenschappers met elkaar debatteren, beter te benutten.

Probleem zit aan de vraagkant

Door slechts te kijken naar de aanbodkant van de markt voor ideeën gaat van Dalen mijns inziens aan het probleem voorbij. Er is aan dergelijke fora voor economen geen gebrek, zo hebben wij op nationaal vlak alleen al mejudice.nl, socialevraagstukken.nl en het vakblad Economische en Statistische Berichten. Het ware probleem zit hem aan de vraagkant van de markt voor ideeën. De leek wordt eigenlijk alleen geconfronteerd met economische wijsheden die als voldongen feiten worden gepresenteerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat menige leek denkt dat economen allemaal maar wat kletsen, ze kunnen immers niet eens tot een eenduidig inzicht komen.

Wat we echt nodig hebben, is een Willem Wever voor de Economie. Elke week een algemene aflevering met aandacht voor de economische aspecten van het nieuws en met een kijkersvraag van iemand die toch eens wil weten hoe dat (vul de vraag maar in) nou eigenlijk zit. Zo’n programma hebben we eens gehad met de Teleac-serie van Rick van der Ploeg, maar die serie dateert van voor de digitale revolutie, dus die kunnen we niet meetellen.

De kern van deze Willem Wever zou erin moeten zitten dat economische inzichten niet langer als waarheden worden verkondigd maar als resultaat van een logisch proces. Hierdoor moet het denkproces van de econoom worden blootgelegd om zo aan de leek de conflicterende economische vraagstukken uit te leggen. Het feit dat verschillende economen tot verschillende inzichten kunnen komen, kan dan teruggevoerd worden op andere keuzes (aannames) binnen dat logische proces. Het is vervolgens aan de kijker om te kiezen welk raamwerk hij aannemelijker acht en welke conclusie hij wenst te volgen. De kracht van het programma bestaat eruit om het economenjargon zo te vertalen dat de kijker ook daadwerkelijk in staat is om deze keuze te maken.

Referenties:

Dalen, H.P. van, 2011, De econoom in crisistijd: de tovenaarsleerling ontwaakt, in: H. Garretsen, R. Jong-A-Pin en E. Sterken (red.), De economische toekomst van Nederland, Preadviezen voor de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde 2011, SDU Uitgevers, Den Haag, pp. 47-74.

Te citeren als

Jochen Mierau, “Tijd voor een wekelijks vragenuurtje met economen”, Me Judice, 3 februari 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.