Toezicht kan ook zonder alles te vangen in protocollen

arts en computer
Afbeelding ‘laptop and stethoscope’ van jfcherry (CC BY-SA 2.0)
3 mei 2015 | | 480 keer bekeken
Toezicht houden op professionele organisaties werkt beter als de organisatie zelf aangeeft waar het op gecontroleerd moet worden, zogenaamd ‘horizontaal toezicht’. Startpunt is vertrouwen in plaats van wantrouwen. Toezicht is dan niet langer het afvinken van door de toezichthouder opgelegde protocollen. Dat heeft dusdanig grote voordelen – hogere motivatie, lagere administratieve lasten en meer ruimte voor innovatie – dat het in de praktijk bijzonder goed blijkt te werken, stelt Bart Nooteboom.

Protocollen

Artsen klagen over een overdaad aan toezicht en controle, met formulieren, voorschriften en metingen, door verzekeringsmaatschappijen en de NZA. Het is ironisch dat deze bureaucratie wordt opgelegd in naam van marktwerking. Onderwijzers klagen over een vergelijkbare overdaad aan controle door de Onderwijsinspectie. Die vormen van controle zijn duur, belastend, en verminderen de ruimte en motivatie in de beroepspraktijk.

Zij berust ook op de misvatting dat professionele arbeid gevat kan worden in gedetailleerde protocollen en metingen van prestaties. Bij de zorg wordt juichend gesproken van ‘industrialisatie van de zorg’. De ironie daarvan is dat dit gebeurt terwijl in de industrie zelf men terugkomt op gedetailleerde metingmanie van het Taylorisme. Daar heeft men in de gaten dat arbeid in toenemende mate hoogwaardig, kennisintensief en gespecialiseerd is, waardoor ‘monitoring and control’ problematisch wordt. Veel beroepspraktijk is te rijk, d.w.z. complex en afhankelijk van context, en te veel aan verandering onderhevig, door ontwikkeling van technologie, kennis en samenleving, om in protocollen te vangen. Het is ook raar dat je mensen aanstelt die iets kunnen en kennen wat je zelf niet kent, en dan toch pretendeert dat je hun functioneren goed kunt beoordelen.

Horizontale controle

Maar er moet toch controle zijn? Die taak is nu eenmaal toebedeeld aan de verzekeringsmaatschappijen en de NZA resp. de onderwijsinspectie. Maar het kan ook anders, in wat ‘horizontale controle’ is gaan heten. Dat is o.a. ontwikkeld en ingevoerd bij het Ministerie van Financiën, in de interne accountantscontrole van de overheid en in de belasting voor grote bedrijven.

Het werkt als volgt. Men vraagt aan de te controleren instantie, hier ziekenhuis, huisarts, of school, hoe die het best gecontroleerd kan worden. Dat heeft vier voordelen. Ten eerste hebben beide partijen belang bij een minimum aan controlepunten, ter wille van lage kosten en optimale ruimte voor de beroepspraktijk. Ten tweede is er meer garantie dat de controle werkbaar is, omdat die immers van de werkvloer komt. Ten derde geeft het vertrouwen en dat motiveert en prikkelt de eigen verantwoordelijkheid. Ten vierde leidt het tot een lerend systeem. In de onderhandeling over de te gebruiken instrumenten van controle bouwt de controlerende instantie meer inzicht in wat er op de werkvloer gebeurt. Daardoor kan zij steeds beter een bijdrage leveren aan de onderhandeling, en wijzen op wat goed werkt bij anderen. Zij worden een instrument in de verspreiding van kennis en ervaring.

Leren

Er is een adder onder het gras. Wat als de te controleren instantie het spel niet meespeelt, en met lege, verhullende voorstellen komt of ze niet goed naleeft? Dat blijkt vroeg of laat, onder andere doordat de controlerende instantie ook een lerende instantie is, en dan valt men voor straf terug op de dure, uitvoerige, top-down controle. Het voornaamste punt van het systeem is dat betrouwbaarheid beloond wordt met een lichtere, meer doeltreffende en efficiente vorm van controle.

Men kan dit ook als volgt zien. Men gaat voor ‘voice’, in samenwerking en overleg, en wanneer dat faalt valt men terug op ‘exit’, opleggen in plaats van overleggen. Om te zien hoe het werkt in de praktijk kan men kan te rade gaan bij het Ministerie van Financiën.

Een kortere versie van dit artikel is tevens gepubliceerd in Het Financieele Dagblad.

Te citeren als

Bart Nooteboom, “Toezicht kan ook zonder alles te vangen in protocollen”, Me Judice, 3 mei 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.