Van Bataafse Republiek tot Europese politieke unie

Van Bataafse Republiek tot Europese politieke unie image
9 jul 2012 | | 1890 keer bekeken
Voor de Eurozone nu kan gelden wat voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden gold in 1796: een crisis opent de deur naar één politieke unie, stelt Frits Oevering. Deze politieke samensmelting is een logische en nodige stap. “Mogelijk beseffen Europeanen over twee eeuwen niet meer dat het ooit anders was”.

Europa van verschillende snelheden

Europa beheerst het nieuws. De tegenstelling tussen ‘Noord’ en ‘Zuid’ wordt breed uitgemeten in de pers en politieke voor- en tegenstanders pleiten voor verdere integratie of juist voor het terugtrekken van ‘Europa’. In de kern gaat dit debat over de vraag of we de verplichtingen die we binnen de nationale staat onderling zijn aangegaan ook met onze mede-Europeanen aan willen gaan. Deze vraag is niet nieuw. Zij speelde al toen het Nederland dat wij nu kennen het licht zag.

Ruim zestig jaar van heeft Europa weliswaar vrede en welvaart gebracht, maar het continent is nog geen politieke en economische eenheid. Europese landen verschillen in hun ambitie met betrekking tot die Europese eenheid en in hun mogelijkheden om van die Europese eenheid deel uit te maken. Van de 44 staten op het Europese grondgebied behoren er 27 tot de Europese Unie en daarvan zijn er zeventien toegetreden tot de Europese Monetaire Unie. Het Europa van de verschillende snelheden is daarmee realiteit.

De Europese Monetaire Unie beoogde één Europese markt tot stand te brengen, met één gemeenschappelijke munt, een grote mate van prijsstabiliteit en harmonisatie van het economische beleid van de lidstaten. Het politieke kader voor deze unie kwam er echter in onvoldoende mate. De Eurozone werd niet één land en sinds eind 2008 verkeert de unie in crisis. ‘Noord’ verwijt ‘Zuid’ een gebrek aan financiële ethiek en ‘Zuid’ verwijt ‘Noord’ een gebrek aan solidariteit.

De grote sprong voorwaarts

Europa ontbeert het politieke kader van solidariteit en handhaving dat een nationale staat wel biedt. Dit kader behelst afdwingbaarheid van het economische beleid in een lidstaat aan de ene kant en ‘interstatelijke’ solidariteit tussen ‘rijk en arm’ en ‘sterk en zwak’ – zoals dat in een samenleving te doen gebruikelijk is – aan de andere kant. Voor het oplossen van de Europese beleidscrisis is verdere integratie van de Europese landen nodig. Overdracht van (een deel van de) nationale soevereiniteit aan ‘Brussel’ is nodig om het succes van de economische samenwerking in Europa te borgen. Europa is er – na een verlovingstijd van zestig jaar integratie – nu aan toe het huwelijk aan te gaan en één ‘Verenigde Staat’ van Europa te worden.

Deze zal – net zoals dat binnen de huidige nationale staten het geval is – groepen en gebieden kennen die het ‘geld binnenbrengen’ en die ondersteuning nodig hebben. Al eeuwen lang dwingt de nationale staat herverdeling van de beschikbare inkomsten af – belasting- en premie-inning – en ziet zij erop toe dat de besteding volgens de door haar gestelde regels plaatsvindt – handhaving. De mate waarin en de wijze waarop deze ‘inkomensoverdrachten’ hun beslag krijgen, vormen het hart van de politieke folklore. Ter rechterzijde van het politieke spectrum legt men de nadruk op ‘vrijheid’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’, ter linkerzijde op ‘gelijkheid’ en ‘solidariteit’. Dit verschil tussen politiek rechts en politiek links lijkt op de discussie die nu binnen de Eurozone wordt gevoerd over de mate waarin soevereiniteit moet of mag worden overgedragen aan ‘Brussel’.

Eén Nederland . . .

In een zich snel veranderende wereld zou een meer geïntegreerd Europa geen discussie mogen oproepen. In Nederland – en in de meeste Europese landen – trekt immers ook niemand meer het bestaansrecht van de nationale staat in twijfel. Nog maar twee eeuwen geleden was dat in ons land echter wel anders.

Tijdens de gloriejaren van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën was Nederland een losse federatie van zeven min of meer onafhankelijke, onderling ruziënde landjes. Deze verschilden aanzienlijk in economische structuur en omvang en ook in het doel dat zij met de samenwerking voor ogen hadden. Van financiële ‘verevening’ was geen sprake en met zeer veel moeite leverden de gewesten een bijdrage aan het nationale belang. Het belastingstelsel was een lappendeken van lokale heffingen. Daardoor varieerde de belastingdruk van plaats tot plaats. De belastingdruk in Holland en Zeeland – die de last van het ‘maritieme imperium’ droegen – was bovendien veel hoger dan in de ‘landgewesten’. Deze hogere lasten werden door middel van ‘buitengewone heffingen’ voor een belangrijk deel door gefortuneerde burgers opgebracht. Overigens lag de nadruk op belasting op het verbruik van eerste levensbehoeften. Daardoor droegen de zwakste schouders de zwaarste lasten.

De Nederlandse financiële eenheidsstaat werd eerst mogelijk door de onder Frans geweld afgedwongen overgang naar de Bataafse Republiek in 1796. De harmonisering van het ratjetoe aan belastingen tot een voor het gehele land geldend, gecentraliseerd belastingregime hield per saldo een verschuiving van de belastingdruk van ‘arm’ naar ‘rijk’ in. Daarnaast werden de gewestelijke schulden – aangevuld met de restschuld uit de failliete boedel van de VOC en de WIC – tot één, nationale schuld omgevormd. Daardoor werden de kosten van de Hollandse economische en politieke expansie in het verleden alsnog over het gehele land verdeeld. Samen met de aan Frankrijk af te dragen ‘solidariteitsheffing’ zorgde de rente op deze schuld ervoor dat de Bataafse staats­financiën zich in zeer deplorabele staat bevonden. De ‘terciëring’ van de rente – in feite het staken van de rentebetaling – bracht daarin nauwelijks verlichting. 1814 was het enige jaar ooit dat de Nederlandse staat niet aan haar verplichtingen kon voldoen.

. . . maar niet gelijk

Ons land is – op basis van de idealen van de Franse Revolutie – al twee eeuwen een centraal geleide eenheidsstaat. Nederland is een samenleving die zorg voor welvaart en welzijn – ‘liberté’ en ‘fraternité’ – van haar inwoners hoog in het vaandel heeft. Het bereiken van het derde aspect van het revolutionaire motto – ‘egalité’ – heeft wat meer voeten in de aarde. Er is in ons land – net als binnen Europa – nog altijd sprake van verschillen tussen inwoners en gebiedsdelen. Inwoners, provincies en regio’s verschillen in hun bijdrage aan de nationale welvaart en in de mate waarin zij voor hun eigen welvaart steunen op andere delen van het land. Inwoners en gebiedsdelen zijn volgens de Grondwet weliswaar ‘gelijkwaardig’, maar in praktijk allerminst ‘gelijk’.

De bijdrage aan de welvaart kan worden gemeten aan de hand van de arbeidsproductiviteit – de toegevoegde waarde die de mens met zijn arbeid tot stand brengt. Deze verschilt per provincie. In de ene provincie draagt een arbeidsjaar dus meer bij aan de nationale welvaart dan de andere. In slechts vier van de twaalf provincies is de arbeidsproductiviteit hoger dan landelijk: Groningen, Zeeland, Utrecht en Friesland. In deze provincies is het aandeel van sectoren met een hoge arbeidsproductiviteit groot en bovendien is de arbeidsproductiviteit voor deze sectoren in deze provincies hoger dan gemiddeld. Als de winning van delfstoffen buiten beschouwing wordt gelaten, verandert de rangorde van provincies. Dan kent – naast Utrecht en Zeeland – ook Noord-Holland een hoger dan gemiddelde arbeidsproductiviteit. In Groningen en Friesland is de productiviteit dan juist lager dan gemiddeld.

Herverdeling binnen Nederland

Een hoge arbeidsproductiviteit is echter niet hetzelfde als een hoog inkomen. De werkzame bevolking kan niet volledig beschikken over de vruchten van zijn arbeid, maar moet deze delen met het bedrijfsleven en de overheid. De overheid vervult uit de belastingen die zij int bij bedrijfsleven en particuliere huishoudens haar publieke taken – het bewaken van en zorgdragen voor ‘liberté’, ‘egalité’ en ‘fraternité’. Eén daarvan is de herverdeling van inkomens van hen die ‘het goed hebben’ naar hen die er minder goed in slagen een inkomen te verwerven –‘fraternité-in-action’.

Gemiddeld 74% van het inkomen van de huishouden in ons land is afkomstig uit eigen verdiensten of vermogen – primair inkomen. De rest is afkomstig uit de inkomensherverdeling door de collectieve sector – uitkeringen. Het belang van deze herverdeling is – net zo min als de arbeidsproductiviteit – gelijkmatig over het land verspreid. In de helft van de provincies is het aandeel van het primaire inkomen hoger dan landelijk, in de ander helft is het lager. Niet alleen in Utrecht, Noord-Holland en Zeeland voorziet de bevolking meer dan gemiddeld in zijn eigen levensonderhoud, ook in Noord-Brabant, Gelderland en Friesland is dat het geval. De inwoners van de andere provincies zijn voor hun inkomen relatief sterk aangewezen op de Nederlandse samenleving.

Conclusie

Onenigheid tussen samenwerkende landen is niets nieuws, maar uit onenigheid blijkt wel degelijk ‘iets moois’ te kunnen groeien. Twee eeuwen geleden maakte de crisis van de overgang van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën naar de Bataafse Republiek een einde aan het onderling gekrakeel van de Nederlandse gewesten. Zij effende de weg voor het Nederland dat wij nu kennen. Daarin zijn inwoners en regio’s als deel van de Nederlandse samenleving weliswaar ‘gelijkwaardig’, maar qua bijdrage aan de nationale welvaart allerminst ‘gelijk’.

Net als voor de provincies in Nederland, geldt voor de landen in Europa dat zij weliswaar niet gelijk zijn, maar wel gelijkwaardig. De Europese landen verschillen in de bijdrage die zij aan de Europese welvaart (kunnen) leveren, maar maken wel allemaal deel uit van het Europese geheel. Voor Europa kan nu wellicht gelden wat voor Nederland gold in 1796: een crisis die de deur opent naar één, verenigd land. Mogelijk beseffen Europeanen over twee eeuwen niet meer dat het ooit anders was. ‘Europa’ is dan voor allen het ‘denkraam’ geworden dat de nationale staat voor velen nu nog is.

Bron foto: Flickr.

Te citeren als

Frits Oevering, “Van Bataafse Republiek tot Europese politieke unie”, Me Judice, 9 juli 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.