Van financial professionals moet men geen hervorming van de sector verwachten

Van financial professionals moet  men geen hervorming van de sector verwachten image
Afbeelding ‘Perspectiva índices S&P500…’ van Javier (CC BY-NC-ND 2.0)
13 okt 2011 | | 2283 keer bekeken
In het publieke debat over de crisis worden bankiers en verzekeraars als schuldigen te kijk gezet. Maar wat vinden zij zelf en wat voor oplossingen dragen zij aan? De econome Irene van Staveren heeft in een klein onderzoek de vraag van oorzaak en oplossingen opgeworpen en komt tot de conclusie dat financial professionals drommels goed weten wat er mis is in hun sector. Maar van een partij die niet in eigen vlees durft te snijden moet men geen hervormingen verwachten.

Visies van buiten

De discussie over de crisis slingert heen en weer tussen een aantal visies op oorzaken en oplossingen. Drie visies duiken volhardend op in het debat zonder dat de discussie over structurele veranderingen in de financiële sector verder komt. Een,de opvatting dat de financial professionals de oorzaak zijn van het kwaad, met hun graaigedrag, kortzichtigheid, en lobby voor vrijheid, of juist staatssteun, al naar gelang het hen uitkomt. Twee, het idee dat de overheid het heeft laten afweten en de financiële sector nu flink aan banden gelegd moet worden met nationale en internationale regelgeving. En drie, de visie dat het hele financiële system verrot is maar dat er weinig aan te doen is omdat het nu eenmaal inherent is aan het kapitalisme en daar geen haalbaar alternatief voor is. Elk van deze visies bevat een kern van waarheid. Maar geen van drieën is erg behulpzaam om tot duurzame oplossingen te komen voor de problemen die zich nog steeds blijven opstapelen.

Visies van binnen

Wat zijn eigenlijk de ideeën over oplossingen in de sector zelf? Wat zien de insiders als oorzaken? Wat doen ze zelf anders dan voor de crisis? En waar zien zij oplossingsmogelijkheden? Deze vragen naar het morele kompas van de financial professional heb ik hen gesteld in een exploratieve online survey begin dit jaar, onder 111 respondenten. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen die overigens, gezien de relatief kleine steekproef, niet pretendeert representatief te zijn.

Oorzaken crisis

Gevraagd naar wat men ziet als oorzaken van de crisis stelt een kleine meerderheid (52%) dat Nederlandse banken ‘too-big-to-fail’ zijn. De overgrote meerderheid (87%) erkent dat de sterke gerichtheid van banken op aandeelhouderswaarde een rol heeft gespeeld. En 89% zegt dat de Rabobank vrijwel ongeschonden uit de crisis is gekomen dankzij haar coöperatieve structuur. Men wijst dus naar een probleem op systeemniveau, namelijk dat banken te veel als beursgenoteerde bedrijven zijn gaan functioneren, met de bijbehorende drang naar kortetermijn groei van aandeelhouderswaarde.

Maar de bankiers steken ook de hand in eigen boezem. Ze geven toe dat de bonuscultuur mede debet is aan de ellende en 90% stelt dat bonussen gekoppeld zouden moeten zijn aan lange termijnresultaten of stabiliteit. Maar de praktijk is weerbarstig. Weliswaar ontvingen de respondenten in 2009 aanzienlijk minder bonussen dan in 2007, de band tussen bonus en prestatie is echter in 2009 geheel afwezig, terwijl er voor de crisis (dus in 2007) nog wel een verband valt te ontdekken. Opmerkelijk is trouwens dat mannen na de crisis een nog groter aandeel van de bonussen in de wacht weten te slepen dan vrouwen. Voor de crisis kregen mannen 5% vaker een bonus dan vrouwen terwijl dit verschil na de crisis opliep tot 14%.

Deze nuchtere constatering belet echter niet dat de financial professionals reflecteren op hun eigen gedrag. 65% zegt dat ze hun risicoprofiel benedenwaarts aanpassen als de markt grilliger wordt. Gevraagd naar vijf risicoprofielen blijkt echter dat deze aanpassingen vrij klein zijn. Er is zelfs een hoger percentage financial professionals dat juist zeer hoge risico’s verkiest na de crisis: een verschuiving van 2,7% naar 3,6% tussen 2007 en 2009. Terwijl een groter deel van de mannen verschuift naar neutrale risiconiveaus, zien we bij vrouwen juist een grotere diversiteit in risicoprofielen, met een gemiddelde sterkere daling in de risico’s na de crisis dan bij mannen. Opmerkelijk is dat ook na de crisis, waarvan in de financiële wereld gezegd werd dat men die niet had kunnen zien aankomen, nog 39% beweert dat financiële markten niet onderhevig zijn aan onzekerheid (niet in te schatten) maar aan risico (in te schatten op basis van waarschijnlijkheidsberekeningen). Anderzijds geven de respondenten wel degelijk blijk van verantwoordelijkheidsgevoel in hun dagelijks handelen. 25% zegt dat men meer verantwoordelijk gedrag had moeten tonen voor de crisis. Ruim twee keer zoveel respondenten (57%) zegt dat de baas zich verantwoordelijker had moeten opstellen.

Graven naar diepere oorzaken

Ik heb de financial professionals uitgebreid gevraagd naar hun visie op oplossingen. Zoals verwacht zijn ze niet enthousiast over regelgeving 80% prefereert zelfregulering en eigen verantwoordelijkheid boven regelgeving. De meerderheid is ronduit sceptisch over regulering. Slechts 15% stelt echt vertrouwen in meer nationale regelgeving, terwijl internationale regelgeving een hogere populariteit geniet, met volle steun van 42% van de respondenten. Een grote meerderheid van 92% is tegen een bankenbelasting. Desondanks is 67% tevreden over de Zorgplicht voor banken die vorig jaar januari werd ingevoerd. 88% vindt dat de sector meer klantgericht moet worden. Blijkbaar helpt regelgeving om het kompas in te stellen op de alom gewenste klantgerichtheid.

Zoals eerder aangegeven duidt de meerderheid de financiële crisis aan als een systeemcrisis, met te veel aandeelhoudersfocus, te grote banken, en te sterke korte termijn bonuscultuur. Het is dan ook opmerkelijk dat er weinig enthousiasme te bespeuren is voor systeemwijzigingen die deze problemen aanpakken. Slechts 41% van de respondenten, die eerder stelden dat de aandeelhoudersgerichtheid een probleem is, ziet graag meer aandacht voor andere stakeholders. Slechts 2% is voor genationaliseerde banken en 14% voor coöperatieve banken. 36% is voorstander van opsplitsing in zakenbanken en retail-banken terwijl 48% geen antwoord heeft op de vraag wat er gedaan moet worden aan de grote omvang van de drie Nederlandse topbanken.

Men ziet de fouten

De resultaten van de survey verdienen nader onderzoek. Maar ze schetsen wel de contouren van een ontnuchterend beeld van de financial professional. Deze ziet goed wat er mis is gegaan. Maar heeft tegelijkertijd weinig vertrouwen in structurele oplossingen, of dat nu striktere regelgeving betreft of grondige herstructurering van het bankensysteem. Een kleine meerderheid (55%) is voorstander van meer soft-controls waarbij eigen verantwoordelijkheid, sociale normen en controle in teamverband, transparantie, en afrekenen op diverse verantwoordelijkheden centraal staan. Dat is een belangrijke stap naar het terugnemen van de eigen verantwoordelijkheid en het herstellen van vertrouwen. Maar zonder een duidelijk ijkpunt voor het morele kompas dat daarbij zo belangrijk is lijkt deze houding voorbarig. Vooral ook omdat men weinig fiducie lijkt te hebben in het morele kompas van de baas en een nieuwe wet als de Zorgplicht eigenlijk wel handig vindt om het eigen gedrag sturing te geven.

...maar waarom geen oplossingen?

Waar komt die tegenstelling tussen enerzijds een heldere systeem-analyse en anderzijds cynisme over systematische oplossingen eigenlijk vandaan? Ik zie drie verklaringen.

Grote ego´s

Ten eerste het ego van de bankier. Terwijl de bankier jarenlang op een voetstuk stond wordt hij sinds de crisis weggezet als graaier en profiteur van de belastingbetaler. Als hij – ja, meestal een hij – toegeeft dat er fundamentele problemen zijn, erkent hij daarmee dat hij jarenlang heeft meegewerkt aan een ziek systeem. Dat is niet makkelijk.

Geloof in de markt

Ten tweede een sterk geloof in de zegeningen van de vrije markt. Regelgeving wordt gezien als zand in de machine of, erger nog, als ineffectief omdat er altijd wel partijen zullen zijn die met financiële innovaties komen waar nog geen regelgeving voor is. Denk aan derivaten en credit default swaps. Deze visie miskent echter dat er eenvoudige maar ingrijpende regels mogelijk zijn om een sector gezond en competitief te houden zonder deze te beschadigen. Denk bijvoorbeeld aan de Europese mededingingswet die fusies en overnames verbiedt als daarmee een marktaandeel van rond de 40% behaald wordt. En de wet, die na de crisis van 1929 zakenbanken en retailbanken zestig jaar uit elkaar hield, heeft in die periode prima gefunctioneerd als buffer tegen systeemcrises.

Geen verbeelding

Een derde verklaring is TINA, ofwel ‘there is no alternative’. Een gebrek aan verbeelding om de financiële sector ander in te richten. Maar ook hier is een uitweg, zoals de rigoreuze oplossingen in IJsland laten zien. En vooral: er blijken oplossingen te zijn die niet in de sfeer van regelgeving vallen maar juist via het marktmechanisme lopen. Zo heeft de Rabobank vorig jaar een achtergestelde obligatielening uitgegeven die dubbel overtekend werd, en die het risico legt waar het hoort: bij de kapitaalverschaffer. Als de kapitaalratio van de bank onder de 7% duikt verliest de obligatiehouder 75% van de waarde van de obligatie. Dat geeft de bankiers een prikkel om minder risico te nemen en wordt het daarvoor door de kapitaalmarkt beloond. Dat is het omgekeerde van wat de derivatenhandel bleek te doen.

Ik vind de drie hierboven genoemde redenen om geen fundamentele oplossingen aan te gaan onverantwoordelijk en niet overtuigend. Ik pleit voor minder ego’s, in de geest van de eed die de meeste bankiers inmiddels ondertekend hebben, en meer realisme over zowel de beperkingen als de mogelijkheden van marktwerking. Over de oorzaken van de crisis lijkt er overeenstemming te zijn. En over de gewenste richting voor het kompas ook: klantgerichtheid, risico’s leggen en houden bij kapitaalverschaffers, en bijbehorende prikkels voor bankiers. Wat rest is het niet langer uit de weg gaan van ingrijpende en gedurfde langetermijn hervormingen. Deze moeten blijkbaar van buitenaf komen. En daarom is het is de hoogste tijd om in het publieke debat met elkaar te spreken over de structurele hervormingen die nodig zijn om de sector te herijken.

* Maandagavond 10 oktober organiseerde het Sustainable Finance Lab een discussieavond ‘De financiële professionals: hoeder van de klant?’ als onderdeel van een serie discussieavonden, waarop enkele resultaten van de survey werden gepresenteerd. Voor informatie: www.sustainablefinancelab.nl.

Te citeren als

Irene van Staveren, “Van financial professionals moet men geen hervorming van de sector verwachten”, Me Judice, 13 oktober 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.