Van financieel ‘socialisme’ tot financieel ‘nationalisme’

Van financieel ‘socialisme’ tot financieel ‘nationalisme’ image
4 okt 2008 | | 3176 keer bekeken
Een gedeelde nationalisatiestrategie zonder gedeeld nationaal toezicht kan niet lang op vertrouwen van beleggers rekenen. Dat is de les die voorlopig uit de nationalisatie van het Nederlandse Fortis-deel en de ABN-AMRO kan worden afgeleid. Daarnaast komen de verschillen tussen de VS en Europa naar boven. In de VS is de financiële crisis het gevolg van een tomeloze consumptiedrang die ervoor heeft gezorgd dat ook groepen met een hoog risicoprofiel te hoge kredieten heeft afgesloten. In Europa betaalt men de prijs voor het gebrek aan eigen, risicovolle investeringsmogelijkheden.

De nieuwe vorm van ‘socialisme’ met een activistische overheid die zowat overal ter wereld bereid lijkt, tegen de geldende marktprincipes in, bij te springen bij de meest roekeloze banken om deze met het geld van ons allen te redden, krijgt plots met de volledige nationalisatie van het Nederlandse deel van Fortis, inclusief ABN-AMRO, een opmerkelijk ‘nationalistisch’ staartje. Was de term niet zo beladen geweest dan had men het kunnen hebben over een nieuw financieel ‘nationaal socialisme’. De enigszins euforische houding die zich maandag nog meester had gemaakt van Haagse en Brusselse politici over de krachtdadige, gemeenschappelijke tussenkomst om Fortis van de ondergang te redden – eindelijk had de Benelux eens haar nut bewezen – sloeg eind van de week plots om in het afschermen van het nationaal spaarbelang tegen buitenlandse besmetting van dubieuze beleggingen van het Belgische ‘zieke’ Fortis onderdeel. Zoals Arnoud Boot onlangs in NRC Handelsblad, al opmerkte, konden er vanuit Nederlands perspectief heel wat vragen gesteld worden met betrekking tot de bijdrage aan het Benelux Fortis reddingsplan; in Boots woorden: "een soort van solidariteitsheffing van 4 miljard euro voor Fortis Bank Nederland (daar zit ABN-AMRO niet in)”. Nu - nog steeds uitgaande van de 10 miljard euro voor ABN-AMRO waarvan Fortis afstand zou doen, betaalt de Nederlandse overheid amper 2,6 miljard (een totaal van 16,8 miljard euro) meer voor het hele Fortis Nederland bedrijf. En daarbij wordt in één klap ook tegemoet gekomen aan de veelzeggende kritiek van Boot afgelopen maandag op het Benelux reddingsplan: “Aan Bos de onmogelijke taak om te zorgen dat het geld in Fortis Bank Nederland niet linksom of rechtsom terugsijpelt naar Brussel – als men daar even krap zit.” Kortom, vreugde alom in Nederland: “we hebben onze bank terug” zoals de nieuwslezeres van het RTL-journaal het nieuws aankondigde bij beelden van Wellink, Balkenende en Bos zij aan zij. En ongetwijfeld zal de hele Tweede Kamer van SP, PVV tot Groen Links, misschien nu zelfs ook Rita Verdonks TON, de nationalisatie straks ook omarmen. En voor de Nederlandse financiële economen onder ons, ook goed: straks komt het financiële kenniscentrum er toch in Amsterdam en stopt ook de vlucht van pensioenfondsen naar het buitenland.

Europese verdeeldheid

Aan Belgische kant, politique oblige, was men het nationalisme al lang verleerd; de grootse overnameplannen van Fortis hadden destijds slechts de gevoelssnaar van wat Belgische oudgedienden kunnen raken, vereenzelvigd in de figuur van Maurice Lippens. Op de opmerking van journalisten aan de Belgische premier afgelopen vrijdag dat België nu zowel het grootste deel van Fortis aan Nederlandse kant, als het zeggenschap over Dexia aan Franse kant verloren had, antwoordde de premier gevat dat België als open economie onderdeel is van een globale internationale markt en dat hij zich als premier best kon richten op bescherming van de eigen spaarder. Kortom, binnen de internationaal, uitdijende financiële systeemcrisis, zoekt elk land naar zijn eigen oplossing. Een Europese aanpak, afgezien van een noodzakelijke aanscherping van bankregels, lijkt dan ook verder weg dan ooit. En als er ooit twijfel was omtrent de rol van nationale centrale banken binnen de Europese monetaire unie, dan werd hun nut nu plotseling bewezen. De Ierse, Griekse en nu ook Nederlandse bankdirecteur hebben zich ontpopt tot nationale helden; van de Belgische moet gevreesd worden dat hij binnenkort snel vervangen zal worden. Het zijn echter wel juist de kleine Europese landen die de beperkste marges hebben om zich grootscheepse nationalisaties van eigen banken te kunnen veroorloven. De Nederlandse oplossing voor Fortis Nederland komt in die zin uiteindelijk ook de Belgische overheid goed uit, in het ergste geval zou een Belgische evenredige garantiestelling voor Nederlandse spaarders de Belgische schatkist al snel in problemen gebracht hebben. Volgens de Belgische premier had de Belgische nationale bank de afgelopen weken de Nederlandse tak van Fortis al voor meer dan 45 miljard euro moeten ondersteunen; een bedrag gelijk aan de helft van de totale jaarlijkse Belgische belastingsopbrengst van amper 90 miljard euro.

Gedeelde nationalisatie nam onzekerheid niet weg

Kortom, willen overheden volledige spaargaranties geven zoals nu in het geval van de Nederlandse overheid ten opzichte van Fortis en ABN-AMRO (en straks wellicht de Belgische en Luxemburgse overheden ten overstaan van het resterende Fortis deel) dan vereisen zij ook totale zeggenschap over nationale banken. Een dubbele nationaliteit voor banken past niet in een moment van een “run on a bank”. Een gedeelde nationalisatiestrategie zonder gedeeld toezicht, kon dan ook niet lang op vertrouwen van beleggers rekenen. Geruchten over omvangrijke, achtergehouden 'toxic waste' producten bij Fortis bleven de ronde doen; aan Nederlandse kant werd politiek de reddingsoperatie wél uitvoerig besproken, aan Belgische kant weigerden de twee meerderheidspartijen een onfhankelijke onderzoekscommissie in te stellen om de spaarder niet te verontrusten. Het nationale vertrouwen in de eigen financiële toezichtorganen in Nederland werd als het ware gevoed door het wantrouwen in de buitenlandse, Belgische financiële toezichtorganen. Men zegt weleens vertrouwen komt te voet en gaat te paard; hier lijkt nationaal vertrouwen gevoed te worden door buitenlands wantrouwen.

Verschillen tussen Europa en Verenigde Staten

Maar er vallen andere, bredere lessen te trekken uit het verschil tussen de manier waarop men in Amerika en Europa is omgegaan met de dramatische omvang van de crisis en de nationalisering van de toxic waste beleggingen van de vele bankinstellingen. Deze socialisering van schulden in zijn Amerikaanse vorm zoals de feitelijke overnames van Fannie Mae, Freddie Mac en verzekeraar AIG, of het nieuwe reddingsplan van Hank Paulson hebben echter wel een andere grondslag dan wat men het Rijnlandse socialiseren zou kunnen noemen, niet alleen de Nederlandse nationalisatie van Fortis/ABN-AMRO maar ook die van Hypo Real Estate in Duitsland.

VS: tomeloze consumptiedrang

In het geval van de reddingsoperaties van de Amerikaanse overheid ging het in de eerste plaats om een oplossing te vinden voor een kredietcrisis als gevolg van de tomeloze consumptiedrang van de Amerikaanse burger. De laatste jaren was die drang ook uitgedijt richting de wat minder begoede Amerikaanse klasse die haar droom op een steeds groter huis dankzij lage instaprente, een variabele hypotheeklening en snelle doorverkoop met veel winst, dacht gerealiseerd te zien. Voor de cynicus vormt de huidige 'subprime' hypotheekcrisis dan ook de perfecte illustratie dat de Amerikaanse droom van succes voor de meeste minder begoede Amerikanen altijd een droom zal blijven: too good to be true. Arm zijn is duur, armen van diensten voorzien zoals geoormerkte financiële leningen ook. Zoals het gebruik van micro-kredietfinanciering in ontwikkelingslanden aantoont, houdt juist het hoger kredietrisico van armen in dat een hogere premie zal geheven moeten worden met veel strictere voorwaarden rond afbetaling, veelal vrouwelijke zelfhulpgroepen die elkaar bijpsringen en adviseren, etc. In die zin zou de Amerikaanse overheid er goed aan doen wat kennis van microfinanciering bij Fannie Mae en Freddie Mac in te brengen. De term “socialisme” lijkt me hier dan ook verkeerd gekozen. Van overheidswege is ingegrepen om juist de meer gegoede klasse te verzekeren van toekomstige hypotheekleningen via goedkope vaste rentetarieven.

Europa: gebrek aan eigen investeringsmogelijkheden

Het Rijnlandse ‘socialisme’ heeft niets van doen met liquiditeitsproblemen bij Europese banken als gevolg van enige Europese consumptiedrift. De overheidstussenkomst is in de eerste plaats gericht op het vrijwaren van de constante toeloop van spaarcenten. De Amerikaanse kredietcrisis mocht geen Europese spaarcrisis worden. In die zin zijn de verschillen in de huidige financiële crisis en de manier waarop men ermee omgaat ondanks alle uitdijende, globale systeemeffecten, opvallend van elkaar en zijn ze illustratief voor de grote verschillen in economisch consumptie- en spaargedrag tussen de VS en Europa. In de VS is de al lang verwachtte financiële crisis het gevolg van een verdere verbreiding van leven op krediet nu ook tot groepen met een steeds hoger risicoprofiel. In Europa betaalt men, ondanks de na-oorlogse spaarzaamheid van de babyboomers, de prijs voor het gebrek aan eigen, risicovolle financiële investeringsmogelijkheden.

Waarom niet in Afrika investeren?

Voor de econoom blijft het paradoxaal dat al die Europese (en Aziatische) spaarcenten nog steeds hun weg zoeken naar risicovolle financiële producten die dienen ter ondersteuning van de consumptiedrift van het rijkste land ter wereld en niet ter ondersteuning van de investeringsbehoeftes in de armere delen van de wereld. Als U zichzelf afvraagt wat met uw spaarcenten te doen, zou ik zeggen, ga eens langs bij: MyC4 A/S – Your Tool for Change.

Te citeren als

Luc Soete, “Van financieel ‘socialisme’ tot financieel ‘nationalisme’”, Me Judice, 4 oktober 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.