Vergroot doorstroming arbeidsmarkt met soepeler ontslag

Geranium
Afbeelding ‘Geranium in the light’ van dorena-wm (CC BY-ND 2.0)
8 mrt 2013 | | 2550 keer bekeken
De arbeidsmarkt is uit het slop te trekken door het makkelijker te maken werknemers aan te nemen en te ontslaan. Daar zit het probleem in Nederland, stellen Pieter Gautier, Bas van der Klaauw en Bas ter Weel. De discussie moet gaan over hoe het stokken van de doorstroming op de arbeidmarkt is op te lossen, niet over tijdelijke arbeidsduurverkorting of het opnieuw invoeren van de vut, wat slechts banen vernietigt.

Oplopende werkloosheid

De arbeidsmarkt begint steeds meer te lijden onder de gevolgen van de crisis. Waar tot voor kort het werkloosheidpercentage redelijk laag bleef, is dit opgelopen van 3.8% in 2008 tot 7.5% in 2013. Ruim 550 duizend mensen hebben geen werk en zoeken hier actief naar. De pijn wordt gevoeld in alle segmenten van de arbeidsmarkt. Het werkloosheidspercentage onder jongeren is de afgelopen twee jaar het snelst opgelopen richting 15%, maar oudere werklozen hebben de grootste moeite werk te vinden.

De kosten van werkloosheid zijn hoog, en niet alleen voor de maatschappij. Voor het individu zijn er directe financiële consequenties, daarnaast geeft onvrijwillig thuis zitten onzekerheid en kan op termijn zelfs tot gezondheidsproblemen leiden.

Tweedeling

Vanuit verschillende hoeken worden suggesties gedaan om de arbeidsmarkt weer aan de praat te krijgen. Om een goede inschatting te maken van de effectiviteit van deze plannen, is het handig om eerst stil te staan bij een aantal opvallende kenmerken van de Nederlandse arbeidsmarkt. In vergelijking met andere landen is de werkloosheid in Nederland (nog steeds) laag, maar is het aandeel langdurige werklozen hoog (bijna eenderde). Daarnaast is er in Nederland relatief veel flexibele arbeid; is het loonverschil tussen ouderen en jongeren groot; bestaat er veel parttime werk en is de arbeidsparticipatie van ouderen in hoog tempo toegenomen.

Een deel van deze kenmerken is het gevolg van specifieke Nederlandse instituties. Het in vaste dienst hebben van werknemers is voor bedrijven duur. Niet alleen is de ontslagbescherming hoog, maar de overheid heeft het WAO-probleem grotendeels opgelost door bedrijven een grotere verantwoordelijk te geven voor de financiële gevolgen van zieke werknemers. Het flexibele segment is sterk gegroeid omdat het deze verplichtingen omzeilt. Werknemers met flexibele contracten hebben weinig zekerheid: ze verliezen makkelijk hun werk en hebben geen recht op sociale zekerheid. Ook bouwen ze niet of nauwelijks pensioen op. In het flexibele segment werken veel mensen met lage kwalificaties voor wie zekerheid juist gewenst is. De tweedeling tussen werknemers met vaste contracten en flexibele arbeid verklaart ook voor een deel de ontstane inkomensverschillen. Degene met een vast contract krijgt jaarlijks een periodieke salarisverhoging en als hij ouder wordt recht op bijvoorbeeld extra vrije dagen. Voor een jongere werknemer is een vast contract moeilijk te krijgen en blijft het loon en de baanzekerheid laag.

Aanpassen instituties

De lange termijn oplossing ligt dus in het aanpassen van de instituties aan een arbeidsmarkt die veel mobieler geworden is. Veel instituties stammen nog uit de tijd dat werknemers lang bij hetzelfde bedrijf werkten. Werknemers die van baan veranderen verliezen vaak opgebouwde ontslagbescherming, en de overdracht van pensioenrechten is slecht geregeld. Dat beperkt mobiliteit, zeker als het om oudere werknemers gaat. De discussie om de arbeidsmarkt uit het slop te trekken moet dus gaan over instituties zoals ontslagbescherming, verantwoordelijkheden van werkgevers en het pensioenstelsel. De discussie moet niet gaan over tijdelijk arbeidsduurverkorting of het opnieuw invoeren van de VUT. Deze maatregelen hebben in het verleden geen werkgelegenheid opgeleverd voor bijvoorbeeld jongeren. Integendeel, het heeft alleen maar geleid tot vernietiging van banen.

Het voordeel van flexibilisering van de arbeidsmarkt is niet dat het de werkloosheid verlaagt, maar vooral dat het de langdurige werkloosheid verlaagt. Werkloosheid is daardoor eerlijker verdeeld en met overheidsbeleid is kortdurende werkloosheid makkelijker te bestrijden. Dit kan door werklozen meteen aan te zetten tot het zoeken van werk en te helpen een passende baan te vinden. Het bijscholen van werklozen en het aanbieden van werkervaringsplekken blijkt in praktijk ondanks forse inspanningen nauwelijks te helpen bij het vinden van werk.

In een flexibelere arbeidsmarkt zijn belemmeringen op de in- en uitstroom beperkt. Een voorstel zou kunnen zijn om de procedurele ontslagkosten te verminderen, maar een bedrijf dat iemand ontslaat geld te laten storten in een fonds. Dit fonds wordt vervolgens gebruikt om loonkostensubsidies te geven aan bedrijven die werklozen aannemen. Op deze manier wordt de mobiliteit op de arbeidsmarkt weer op gang gebracht. Dat betekent dat bedrijven eerder geneigd zullen zijn om nieuw personeel aan te nemen en dat werknemers sneller terecht komen bij de meest productieve bedrijven.

Tot slot, van de overheid mogen we geen wonderen verwachten, zeker niet op korte termijn. Dat is in het verleden ook niet gelukt. Maar wel mag verwacht worden dat de zij nadenkt over hoe de arbeidsmarkt er op lange termijn uit komt te zien. Dat wil zeggen hoe de instituties aansluiten bij de behoefte van werknemers en werkgevers.

Dit artikel is tevens gepubliceerd in NRC Handelsblad van 7 maart j.l.

Te citeren als

Pieter Gautier, Bas van der Klaauw, Bas ter Weel, “Vergroot doorstroming arbeidsmarkt met soepeler ontslag”, Me Judice, 8 maart 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.