Verhoging capital ratio dwingt banken tot splitsen

gebroken glas
Afbeelding ‘broken glass’ van sheeshoo (CC BY-NC-SA 2.0)
21 feb 2014 |
Met een verhoging van de capital ratio zijn banken als geheel niet stressbestendig te maken. Het daarvoor benodigde kapitaal, honderden miljarden euro's, is niet binnen afzienbare tijd binnen te halen. De enige effectieve oplossing is banken op te splitsen in een marktgevoelig deel waarin risicodragende financiering wordt ingebracht door institutionele beleggers, private equity en hedgefunds en een publieksbank die weinig gevoelig is voor rente- en beursschommelingen. Alleen de publieksbank geniet staatsgarantie. Dit stelt Dick van Wensveen.

Strengere regels banken

In de hoog opgelopen discussie tussen economen en bankiers is nog niet veel gefundeerde aandacht besteed aan de vraag met hoeveel procent de “capital ratio” (risicodragend vermogen als percentage van het balanstotaal) zou moeten worden verhoogd om een bank crisisbestendig te maken en evenmin of de noodzakelijke verhoging door emissies op de aandelenmarkt opgevangen kan worden.

De Europese Commissie heeft inmiddels een “capital ratio” van 3% voorgeschreven. Minister Dijsselbloem wil naar 4% . Sommige economen willen naar 10% of 15%, gedeeltelijk in andere vormen van risicodragend kapitaal. Dankzij een recente studie van Acharya c.s. (CEPS) weten we wat hogere percentages voor het Europese bankwezen zouden betekenen. Veel banken hebben conform de onlangs aanzienlijk verzwaarde BIS normen hun bufferkapitaal tegenover naar risico gewogen activa al aanzienlijk verhoogd, maar er zit een probleem in de manier waarop het risico gewogen wordt, namelijk met eigen modellen, en bovendien blijkt bij veel banken een groot deel van de balans buiten de risicoweging te vallen. Vandaar dat de “capital ratio” nu veel aandacht krijgt omdat deze over de hele balans wordt berekend, risicogewogen en -ongewogen.

Veel verschillen tussen banken

Acharya heeft bij 109 grootste banken in de eurozone onderzocht in hoeverre zij aan de 3% norm voldoen. Hij stelde een tekort van € 19 miljard vast, hetgeen met niet teveel moeite zal zijn op te lossen. De ratio’s van de individuele banken lopen overigens sterk uiteen; ING zit al op 4,25%. Heel anders worden de tekorten als de minimum ratio hoger wordt gesteld en stress bestendig moet zijn. Bij 4% wordt het kapitaaltekort € 82 miljard, bij 7% – volgens Acharya en anderen het minimaal stressbestendige niveau – €518 miljard. Veel hoger worden deze tekorten nog als niet de boekwaarde maar de marktwaarde van de aandelenkapitalen als basis wordt genomen. Banken zijn op de beurs ondergewaardeerd en dit wordt nog erger in stresstests waarbij een systeemcrisis wordt ingecalculeerd. Acharya berekent in deze gesimuleerde situatie tekorten die oplopen tot tegen de €800 miljard.

Als men bedenkt dat het totale bedrag aan nieuwe aandelenemissies in de hele westerse wereld (dus inclusief de VS) in de jaren 2005-2010 niet boven de $1000 miljard per jaar uitkwam, is het aanstonds duidelijk dat het ophogen van de kapitaalratio met € 800 miljard tot een crisisbestendig niveau via de aandelenmarkt een onmogelijke opgave is. Het balanstotaal van alle banken in de eurozone tezamen was eind 2012 in totaal bijna € 30.000 miljard; 1% daarvan is € 300 miljard; een jaarlijkse verhoging met 1% lijkt dus voor de aandelenmarkt al te veel van het goede.

Alternatieven

Andere oplossingen moeten meehelpen om de noodzakelijke balansversterking te bewerkstelligen. Volledige winstinhouding, aanbevolen door de ECB, zal helpen, maar hooguit met enkele tienden van procenten bij een geschat winstniveau van 5 tot 10%. De onlangs bepaalde wijziging in de berekeningswijze van het balanstotaal (waardoor de Europese IFRS methodiek beter gaat sporen met de Amerikaanse GAAP) kan meer zoden aan de dijk zetten. Maar zelfs dan moeten mogelijk drastischer oplossingen hulp bieden.

Een leidraad daarvoor ligt in de structuur van de Europese bankbalansen. Deze zijn, zelfs sinds de bankencrisis, fors gestegen, waardoor een verhoging van de “capital ratio” steeds meer kapitaal vergt. De stijging van de balansen zit niet in de post kredietverlening – deze reflecteert duidelijk de zwakke conjunctuur – maar in andere posten: de beleggingsportefeuille (die is nodig voor de inmiddels verzwaarde liquiditeitseisen van Basel en ook voor het onderpand voor de ECB), de handelsportefeuille (“proprietary trading”), derivatenposities en daarmee samenhangende interbank posten. Deze ontwikkeling had tot gevolg dat in 2012 de kredietverlening aan bedrijfsleven en particulieren – nota bene de “core business” – volgens het Liikanen rapport gemiddeld niet meer dan 28% van het balanstotaal van de EU banken uitmaakte! ( Een recent rapport van de ECB over de structuur van het Europese bankwezen vermeldde wat hogere percentages voor continentale landen).

Opsplitsen

Omdat crisisbestendigheid van de banken niet via de aandelenmarkt bereikt kan worden ligt het dus voor de hand opsplitsing van bankactiviteiten óók te bezien vanuit het gezichtspunt van crisispreventie. Een radicale oplossing (wat verder gaand dan het Liikanen rapport en het daarop gebaseerde recente Commissievoorstel) zou zijn alle activiteiten die leiden tot tegen marktwaarde geboekte balansposten onder te brengen in een aparte vennootschap binnen de bankholding. In deze vennootschap zou separaat risicodragende financiering kunnen worden ingebracht door institutionele beleggers, private equity en hedgefunds. Duidelijk moet zijn dat deze afgezonderde vennootschap nooit voor staatshulp in aanmerking zal komen, hoe groot en belangrijk zij ook is. Dit in tegenstelling tot de overblijvende “publieksbank”, waarvan alle balansposten, voornamelijk kredieten, tegen nominale waarde worden gewaardeerd (afgezien van kredietvoorzieningen) waardoor deze bank bij opkomende crisis minder vatbaar is voor rente- en beursschommelingen Deze bank valt wel (impliciet) onder staatsgarantie, als alle buffers eerst aangesproken zijn.

Voor een dergelijke aanzienlijk kleinere “publieksbank” zou, mits een geleidelijk tempo van opbouw wordt aangehouden, een capital ratio van 5 tot 6% binnen bereik kunnen komen. Wellicht kan deze “publieksbank” met een lagere ratio volstaan omdat zij geen marktrisico meer loopt (wel debiteuren- en concentratierisico). De afgezonderde bank loopt deze risico’s wel. De kapitalisatie daarvan zal uiteraard aan de nieuwe Basel 3 normen moeten voldoen en mogelijk aan extra eisen omdat het systeemrisico zich in belangrijke mate naar deze categorie zal verplaatsen en daarom extra eisen aan het macro-prudentieel toezicht zal stellen. Van een “capital ratio” zou de afgezonderde bank echter vrijgesteld moeten zijn, tenzij toezichthoudende autoriteiten deze flexibel willen invoeren als instrument om de groei van de handelsactiviteiten in te perken.

Te citeren als

Dick van Wensveen, “Verhoging capital ratio dwingt banken tot splitsen”, Me Judice, 21 februari 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.