Verlaag niet loonbelasting, maar werkgeverslasten

Bediening klant in bar.
Afbeelding ‘Counter - Sonoma Bakery’ van Alpha (CC BY-SA 2.0)
6 nov 2012 | | 1143 keer bekeken
De commissie Dijkhuizen stelt voor meer belasting via BTW binnen te halen en minder via de loonbelasting. Dit zou gunstige economische effecten hebben. Volgens Peter Voogt is de kans op een gunstig effect groter als het plan niet de lasten van de werknemer maar die van de werkgever verlaagt. De ervaringen in Duitsland geven aan dat dit goed uitwerkt.

Weglek naar buitenland

In beginsel een goed voorstel van de commissie Dijkhuizen, loonbelasting omlaag en BTW omhoog. De heffingen op lonen werken immers als een accijns op arbeid. Je maakt arbeid nodeloos duur en remt het gebruik af. De parallel met accijns op rookwaren en benzine is evident. Maar deze variant is bepaald niet optimaal.

Verlaging van loonbelasting betekent dat werkenden netto meer overhouden. Dat vertaalt zich in grotere koopkracht en dat is, in gangbare economische termen, positief (effecten op duurzaamheid even daargelaten). Maar het zal ook betekenen dat veel van de verworven koopkracht naar elders wegvloeit. Denk aan elektronica, kleding en andere in lage lonen landen geproduceerde zaken: de import stijgt.

Respons arbeidsaanbod onzeker

Voorts is het verwachte effect volgens Dijkhuizen dat mensen meer uren gaan werken. Dat is in beginsel gunstig te noemen, zeker als de beter opgeleide babyboom generatie binnenkort met pensioen gaat. Maar het is zeer de vraag of er in de huishoudens nog zoveel ruimte is om extra werkuren te maken. Met een gemiddelde inzet van 1,5 arbeidsplaats voor een tweeoudergezin met kinderen komt de ruimte voor de opvoeding in het gedrang. En gelet op het toegenomen spaargedrag in ons land is de vraag of eventuele extra inkomsten door de belastingverlaging zo hoog op het prioriteitenlijstje staan. Voor de werkenden wordt tijd schaarser dan geld!

Beter alternatief

Veel beter is het om de lastenverlichting op de lonen geheel aan de werkgever te laten toevallen. Opdat de bruto-bruto loonkosten omlaag gaan, terwijl het nettoloon en dus de koopkracht overeind blijft. Lagere loonkosten betekenen (veel) extra werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Daar zitten structureel buitengesloten werklozen, die te weinig productief zijn om hun loonkosten voor de werkgever terug te verdienen. Dat is de primaire reden dat we sinds eind jaren zeventig met een structurele werkloosheid zitten van 1,5 miljoen. Waarbij het niet veel uitmaakt of we dat werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of bijstand noemen, want in zekere mate zijn dat communicerende vaten gebleken. Die tekortkomende productiviteit hebben we gecompenseerd met loonkostensubsidie (Melkertbanen, etc.) Maar als de loonkosten structureel naar beneden gaan, is dat grotendeels overbodig (en men wil er toch al op bezuinigen).

Grotere inzet van arbeid in productieproces

Effect van meer werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt is dat de dienstverlening een stuk verbetert. Meer toezicht en service, meer ondersteunende werkzaamheden, loketten worden bemenst i.p.v. sprekende computers, meer handen aan bed, gezinsverzorgers die tijd voor de klant hebben, etc. Daar waar door hoge loonkosten de menselijke arbeid wordt teruggedrongen, krijgen we die met lagere loonkosten juist weer terug. Al met al een ‘menselijker economie’. Effect is ook dat de beter opgeleiden efficiënter kunnen werken. Zodat die extra werktijd waar de commissie Dijkhuizen over rept – en die er amper is – wordt verkregen door grotere efficiëntie.

Erg belangrijk bovendien: verlaging van loonkosten geeft een lagere kostprijs en dat compenseert de BTW-verhoging in de door de consument te betalen prijs. Dus veel minder prijsstijgingen en beteugeling van de inflatie. Dat geldt met name voor de arbeidsintensievere productie (dienstverlening, tuinbouw, reparatie, onderhoud, middenstand, etc.). Maar import wordt iets duurder. Dat stimuleert weer de eigen productie. Per saldo is dan ook niet te verwachten, zeker in deze tijd van crisis, dat de BTW-verhoging leidt tot looneisen en loonsverhogingen.

Voorts boekt de overheid een forse winst, door de uitsparing van uitkeringen, wat de door te voeren bezuinigingen danig kan beperken. Dat op zich komt weer de koopkracht ten goede.

Ideeën voor een verschuiving van loonheffing naar BTW bestaan al langer. Rond de eeuwwisseling is het ook al macro-economisch doorgerekend (CREED-instituut van UVA). Uitkomst 10% meer welvaart in circa 4 jaar. Een extra groei van 2,5% per jaar, welke politicus kan dat in de huidige tijd versmaden? En mocht er bij hen nog aarzeling zijn, dit recept is precies wat Duitsland de achterliggende jaren heeft doorgevoerd.

Te citeren als

Peter Voogt, “Verlaag niet loonbelasting, maar werkgeverslasten”, Me Judice, 6 november 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.