Verplicht scholing bij werkloosheid

Verplicht scholing bij werkloosheid image
Niet werkloos thuis zitten, maar verplicht bij- of omscholen, desnoods in combinatie met deeltijdontslag. De kosten hiervan zijn te betalen uit de ontslagvergoeding, WW, scholingsfondsen en bijdragen van werkgevers. Op deze manier is volgens Peter Conneman en Lans Bovenberg verlies van talent door werkloosheid te beperken en is de overgang naar ander werk te versoepelen.

De gevolgen van de economische recessie worden voelbaar. Veel bedrijven hebben werktijdverkorting aangevraagd en wegens noodzakelijk geachte afslankoperaties dreigen massaontslagen. Werkloosheid kan aanzienlijke economische en sociale schade aanrichten. Denk bijvoorbeeld aan frustratie en onverschilligheid bij schoolverlaters die niet aan de slag komen. Of aan een onvrijwillig vertrek van ouderen die liever willen doorwerken – al was het alleen maar om hun inkomen op peil te houden nu hun pensioenfonds waarschijnlijk gedurende langere tijd hun pensioen niet kan indexeren. Een groot aantal mensen zal zijn binding met de arbeidsmarkt kort, lang of zelfs definitief verliezen. Wie thuis zit, leert niet bij. De consequenties voor de kennis en vaardigheden van de beroepsbevolking zijn desastreus. Na de crisis keert de schaarste op de arbeidsmarkt immers weer versterkt terug en is iedereen hard nodig om mee te werken aan het herstel. Als we nu geen onorthodoxe maatregelen nemen, dreigt veel talent vernietigd te worden; met alle negatieve sociale en maatschappelijke gevolgen van dien.

Verplichte scholing

Een van die onorthodoxe maatregelen is verplichte bij- en herscholing bij werkloosheid. Investeren in scholing en inzetbaarheid is de beste manier om werkzekerheid te combineren met de noodzaak om zuiniger met energie, krediet en mensen om te springen. We zijn immers structureel op weg naar een groenere en vergrijzende economie. De huidige neergang versnelt deze veranderingen. Verplichte scholing, gericht op nieuwe vaardigheden, is in een recessie het beste recept voor een sterke kenniseconomie waarin leren en werken steeds meer samengaan. Als we deze periode gebruiken om mensen te scholen, slaan we twee vliegen in een klap: we voorkomen nu grootscheepse inactiviteit en zorgen straks voor een sterke, vitale economie die weer snel uit het dal kan klimmen. Want de recessie is van tijdelijke aard, maar de krapte op de arbeidsmarkt als gevolg van de vergrijzing en de toenemende zorgbehoefte heeft een blijvend karakter.

Kantonrechtersformule: terug naar af!

Een eerste concrete stap is om scholing verplicht te stellen voor mensen die zonder werk raken. Sociale plannen zetten op dit moment meestal nog in op ontslagvergoedingen volgens de oude kantonrechtersformule. Door de huidige recessie is er immers niet langer sprake van een verbeterde arbeidsmarkt voor de werknemer – een reden om af te zien van de recentelijk geïntroduceerde nieuwe, soberder kantonrechtersformule. Wij stellen voor om het verschil tussen de oude en de nieuwe formule uit te keren in de vorm van een opleidingsbudget. Dit budget moet de werknemer gebruiken voor bij- of herscholing, waardoor hij zijn positie op de arbeidsmarkt versterkt en eventueel ook als zelfstandige aan de slag kan. Het restant van het budget kan contant beschikbaar gesteld worden als de ontslagen werknemer een nieuwe baan heeft. Ook kan het budget in de nieuwe baan worden benut om betrokkene door scholing geschikt te maken voor zijn functie. De nieuw opgerichte mobiliteitscentrales kunnen de opleidingsbudgetten beheren en de betrokkenen begeleiden bij het vinden van werk en geschikte scholing.

Deeltijd-WW met scholingsplicht

Een tweede concrete stap is het verruimen van de mogelijkheden voor deeltijdontslag en deeltijd-WW. Om ervoor te zorgen dat nog wel een materiële omvang van het resterende dienstverband overblijft, moet hieraan een minimum worden gekoppeld van bijvoorbeeld 50 procent. Door meer mensen met deeltijd-WW te sturen, bereiken bedrijven hetzelfde als wanneer ze een kleinere groep volledig ontslaan. De pijn van het afslanken wordt zo eerlijker over een grotere groep verdeeld en er blijven meer mensen (zij het in deeltijd) aan het werk. Zelfs schoolverlaters kunnen dan aan de slag in de praktijk. En doordat ze zoveel mogelijk blijven werken, houden mensen hun kennis en vaardigheden in stand. Aan deeltijdontslag en deeltijd-WW moet wel niet-vrijblijvende scholing worden gekoppeld. Hierbij is de werknemer verplicht om, voor de tijd waarin hij of zij niet werkt en een deeltijd-WW uitkering ontvangt, zijn inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te verbeteren door zich te laten scholen. Dat kan door bestaande kennis en vaardigheden uit te breiden of door nieuwe kennis en vaardigheden te verwerven.

Sectorale scholingsfondsen, de betrokken werkgever en werknemer financieren de scholing gezamenlijk. De werkgever kan een financiële bijdrage leveren omdat er minder ontslagvergoedingen nodig zijn. De werknemer kan met een lagere aanvullende WW-uitkering genoegen nemen, omdat hij inkomen blijft ontvangen uit reguliere arbeid. Dit geeft de werknemer ook een prikkel om vanuit zijn huidige baan vrijwillig naar een nieuwe werkkring te verkassen zonder bang te hoeven zijn voor het stigma van onvrijwillige werkloosheid en ontslag. Elke sector of bedrijf kan maatwerkafspraken maken over de aard van de scholing en de financiering. Ook bij de begeleiding naar scholing en nieuw werk kunnen mobiliteitscentrales een belangrijke rol spelen.

Van de nood een deugd

Een toekomstgerichte aanpak van de huidige recessie, gericht op het combineren van leren en werken, vraagt om een gezamenlijke aanpak van overheid, werkgevers en werknemers. Om de pijn zo rechtvaardig mogelijk te verdelen en om te voorkomen dat talent verloren gaat, wordt iedereen om een offer gevraagd. Laten we gebruik maken van de kansen die deze neergang biedt door mensen te helpen hun talenten verder te ontwikkelen. Ze kunnen zich zo voorbereiden op de snel veranderende behoeften van de groene, vergrijzende kenniseconomie van morgen. Op die manier verandert een gemeenschappelijk probleem in een collectieve uitdaging. Als er ooit een moment is geweest waarop ons befaamde poldermodel zijn toegevoegde waarde kan laten zien aan vriend en vijand in binnen- en buitenland, dan is het nu wel.

Te citeren als

Lans Bovenberg, Peter Conneman, “Verplicht scholing bij werkloosheid”, Me Judice, 27 februari 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.