Voorkom blindstaren op beurskoers met andere vennootschapsvorm

12 mrt 2012 | | 1932 keer bekeken
De druk van aandeelhouders om ook in tijden van crisis een gunstige beurskoersontwikkeling te laten zien, doet bedrijven de das om. Deze druk leidt namelijk tot het uitmelken van bestaande producten en te weinig investeren in zoeken naar vernieuwing. De oorzaak hiervan ligt in een onjuiste vennootschapsvorm, stellen Sjoerd Romme en Bob Walrave. Op dat punt is verandering nodig.

Minder investeringen in onderzoek en ontwikkeling

Nederland zakt jaar na jaar verder weg op de ranglijst van kenniseconomieën, als gevolg van onder meer dalende investeringen in R&D en kennisinfrastructuur. Tot op heden besteedt het kabinet Rutte veel aandacht aan het topsectorenbeleid, het inruilen van innovatiesubsidies voor fiscale regelingen, en uiteraard de veel bekritiseerde bonuspraktijken in het bedrijfsleven. Echter, in de beoogde nieuwe bezuinigingsoperatie en hervorming van de economie dient de ontwikkeling van een bestendige win-win relatie tussen beursgenoteerde ondernemingen en hun aandeelhouders voorop te staan. Het ontbreken van een dergelijke relatie vormde een belangrijke voedingsbodem voor het ontstaan van de crisis in de financiële markten, die vervolgens een wereldwijde economische recessie veroorzaakte. Bovendien is een duurzame relatie tussen aandeelhouders en beursgenoteerde onderneming een belangrijke voorwaarde voor nieuwe economische groei en welvaart.

Belang van evenwicht tussen exploitatie en exploratie

Uit recent onderzoek blijkt dat de blootstelling aan de grillen van de beurs bij veel ondernemingen leidt tot een focus op het bedrijfsresultaat en de aandeelhouderswaarde (Walrave et al. 2011). De aandacht van de leiding van deze ondernemingen gaat vooral uit naar korte termijnverbeteringen, wat ten koste gaat van kennisontwikkeling ten behoeve van de lange termijnprestaties van de onderneming. Vooral in tijden van economische krimp blijkt deze korte termijnfocus dramatische gevolgen te hebben. Ondernemingen die voluit blijven investeren in exploratie – via bijvoorbeeld R&D, organisatievernieuwing en ontwikkeling van nieuwe markten – blijken de recessie goed te doorstaan. Daarnaast profiteren deze ondernemingen ook meer van de economische groei na de recessie dan ondernemingen die primair focussen op exploitatie van de huidige bedrijfsprocessen en de kennis en kunde die daaraan ten grondslag ligt (Walrave 2012). Op deze wijze zijn bijvoorbeeld Apple, ASML en DSM versterkt uit de 2007-2008 recessie gekomen, en hebben aldus hun concurrenten op afstand gezet.

Veel andere beursgenoteerde ondernemingen hebben echter niet voldoende vermogen, op het niveau van RvB en RvC, om de druk van de kapitaalmarkt te weerstaan en te blijven investeren in exploratie – vooral ook bij economische tegenwind. Zo staan Philips, KPN, TomTom en vele andere ondernemingen al geruime tijd onder grote druk van de kapitaalmarkt en beursanalisten om (snel) de exploitatie van de huidige productportfolio te verbeteren (Romme 2011). Dit gaat dus veelal ten koste van structurele investeringen in de exploratie van nieuwe producten en technologieën, met alle gevolgen van dien.

Bedreiging voor Nederlandse kenniseconomie

De weinig constructieve relatie tussen zowel grote institutionele als kleine (veelal anonieme) aandeelhouders enerzijds en beursgenoteerde vennootschappen anderzijds is een fundamentele bedreiging voor de Nederlandse kenniseconomie. Als gevolg van structurele onderinvesteringen in exploratie, werden ABN Amro, Stork en VNU zeer kwetsbaar en vervolgens door buitenlandse investeerders overgenomen. Andere ondernemingen, zoals Gamma Holding, zijn recentelijk via een beursexit aan het opportunisme van de kapitaalmarkt onttrokken.

De huidige economische recessie behelst ook een crisis in de relatie tussen de industriële en financiële sector. Het is dus zaak om juist in deze tijd in te zetten op fundamentele vernieuwing van de vennootschapspraktijk. Sinds het VOC tijdperk van de 17e en 18e eeuw, staat Nederland aan de bron van de ontwikkeling van de (globale) markteconomie en bijbehorende financieringsinstrumenten. De EU poging om het vennootschapsrecht te uniformeren en vernieuwen heeft in 2001 geresulteerd in de Societas Europæa (SE), een vennootschapsvorm waar tot op heden weinig ondernemingen belangstelling voor hebben getoond. Het is dus wenselijk om het zelf het initiatief te grijpen en de Nederlandse vennootschapspraktijk te vernieuwen, via nieuwe vennootschapsvormen gebaseerd op een duurzame relatie tussen (beursgenoteerde) ondernemingen en haar aandeelhouders en andere stakeholders.

Vernieuwing van vennootschapspraktijk

Primair doel van het vernieuwen van de vennootschapspraktijk is het creëren van voorwaarden waaronder aandeelhouders, RvC en RvB gezamenlijk het evenwicht tussen exploratie én exploitatie en dus tussen korte én lange tijdshorizon zoeken en handhaven. Daarbij is het zaak dat het bedrijfsleven toegang heeft tot een arsenaal van vennootschapsvormen waaruit een bewuste keuze kan worden gemaakt. Transparantie en vertrouwen tussen aandeelhouders, toezichthouders en bestuurders zijn een bewuste keuze, en kunnen niet buitenaf worden opgelegd (Nooteboom 2011).

Inspiratie voor een dergelijke vernieuwing kan de succesvolle traditie van coöperatieve ondernemingen (vgl. Rabobank en FrieslandCampina) in Nederland bieden. Maar als voorbeeld kan ook de consentaandeel-gedachte die in het Nederlandse MKB is ontwikkeld (bijv. door Fabrique, Reekx en Endenburg Elektrotechniek) dienen, waarbij in de RvC de vertegenwoordigers van kapitaalverschaffers gelijkwaardig zijn aan andere belanghebbenden (Romme en Endenburg 1998; 2002).

Referenties

Nooteboom, B. (2011), Opgelegde transparantie en verantwoording werken verstikkend, Me Judice, vol. 4, 2 februari 2011.

Romme, S. (2011), Philips: investeer in verandertechnologie!, vol. 4, Me Judice, 17 augustus 2011.

Romme, A.G.L. & G. Endenburg, “Een nieuwe visie op het aandeel.” Economisch Statistische Berichten, vol. 83 (1998): 712-715.

Romme, A.G.L. en G. Endenburg, “Het hoe en waarom van consentaandelen.” Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, vol. 76 (2002): 243-247.

Walrave, B. (2012). Exploitation and Exploration Dynamics in Recessionary Times, proefschrift, Beta onderzoekschool, TU Eindhoven.

Walrave, B., Oorschot, K.E. van & Romme, A.G.L. (2011). Getting trapped in the suppression of exploration: a simulation model. Journal of Management Studies, vol. 48, 1727-1751.

Te citeren als

Sjoerd Romme, Bob Walrave, “Voorkom blindstaren op beurskoers met andere vennootschapsvorm”, Me Judice, 12 maart 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.