Voorkom dat de EMU afglijdt naar een schuldenunie

Dossier:
Schuldenunie
Afbeelding ‘European Central Bank’ van Atanas Kumbarov (CC BY-SA 2.0).
Discipline voorop, dat is de rode draad van het Nederlandse beleid inzake Europese samenwerking. Dat bleek vorige maand weer tijdens het debat dat in de Tweede Kamer gehouden werd ter voorbereiding van verder overleg over voltooiing van de Europese Monetaire Unie in de Eurogroep. Elk euroland moet zich houden aan de begrotingsnorm van maximaal 3% tekort en een staatsschuldnorm van maximaal 60% die in het Verdrag van Maastricht zijn vastgelegd. Oud-bankier en oud-hoogleraar Van Wensveen bepleit dat juist de oorzaken van het niet voldoen aan de begrotings- en staatsschuld normen hoog op de prioriteitenlijst moeten staan. Er moet voorkomen worden dat de EMU afglijdt naar een schuldenunie.

Vanaf het begin was er sprake van grootscheepse overtreding van deze normen, vooral tijdens de afgelopen crisis, maar sinds 2017 houden alle EMU landen zich aan de begrotingsnorm, op Spanje na dat in 2018 er aan zal voldoen. Hoe erg was deze overtreding? Landen als Griekenland, Portugal en Ierland hadden door veel te hoge overheidstekorten, mede veroorzaakt door de bankencrisis van 2008, veel Europese steun nodig. Maar ook landen als Spanje, Frankrijk en Italië voldeden jaren niet aan de normen, maar hoefden toch geen beroep op Europa te doen (Spanje wel voor het bankwezen). Er is dus geen rechtstreeks verband tussen de Europese normen en Europese hulp. Van belang is dat in Italië en Spanje overschotten op de lopende rekening van de betalingsbalans hebben die er toe bijdragen dat grote overheidstekorten financierbaar blijven. Frankrijk ontbeert zo’n overschot, hetgeen het land met zijn aanhoudend overheidstekort kwetsbaar maakt. De noodzaak van Europese bijstand ontstaat pas als nationale besparingen tekortschieten en internationale financiële markten niet langer bereid zijn het overheidstekort te financieren. Zeker wanneer door geruchten twijfel over de overheidsfinanciering ontstaat, of over banken die daarin een belangrijke rol spelen, waardoor een kapitaalvlucht naar het buitenland op gang komt. Het belangrijkste signaal dat er spanning rondom de overheidsfinanciering ontstaat, is een plotselinge stijging van de “spread”, het verschil tussen de kapitaalmarktrente in het probleemland en die van Duitsland. Het startschot voor een landencrisis is dus altijd de opinievorming op de financiële markten. Die zal door de Europese Commissie goed in de gaten gehouden moeten worden.

Nederland zou Duitsland krachtig moeten ondersteunen in het vermijden van een schuldenunie en dit tot een speerpunt van haar beleid moeten maken.

Vanwege het slechts indirecte verband tussen begrotingsdiscipline en beroep op Europese steun, en vooral omdat de EMU landen uiterlijk volgend jaar aan de begrotingsnorm zullen voldoen, doet Nederland er verstandig aan de inmiddels grijsgedraaide grammofoonplaat van begrotingsdiscipline niet te nadrukkelijk bovenaan het prioriteitenlijstje te plaatsen bij verdere onderhandelingen. Boetes bij overtreding zijn nog nooit opgelegd. Het lijkt beter dat ons land sterker aandacht blijft vragen voor de oorzaken van het niet voldoen aan de begrotings- en staatsschuld normen. Het gaat om structureel te hoge overheidsuitgaven en te lage belastinginkomsten, maar ook om macro-economische tekortkomingen zoals onvoldoende productiviteitsstijging in relatie tot de loonontwikkeling. Het gaat om institutionele belemmeringen die de vrije marktwerking verstoren en hoge werkloosheid, vooral jeugdwerkloosheid, in stand houden. Ook aan de betalingsbalans van elk EMU land, de kapitaalrekening zowel als de lopende rekening, zal systematisch aandacht moeten worden gegeven omdat uiteindelijk de betalingsbalans weergeeft of de financiële huishouding van een land in evenwicht is. Dat wil zeggen; niet structureel van het buitenland afhankelijk is of langdurig aan de financiering van andere landen bijdraagt. Aanbevelingen van de Europese Commissie op al deze terreinen, die ook Nederland met zijn structurele betalingsbalans overschotten kunnen betreffen, moeten een meer dwingende status krijgen. Zij moeten door de Commissie, na onderhandeling met de desbetreffende regeringen, overeengekomen worden, en in betreffende landen parlementaire goedkeuring krijgen. Doelstelling van de macro-economische beleidsaanbevelingen zou moeten zijn de EMU economieën, zo verschillend als ze zijn en zullen blijven, zover te laten convergeren dat zij onderling niet in een crisiszone verkeren.

Plannen voor de voltooiing van de Europese Monetaire Unie omvatten onder meer de oprichting van een nieuw Europees Steunfonds dat hulp zou moeten bieden aan EMU landen in problemen. Om te voorkomen dat de EMU een ”schuldenunie” wordt moet Nederland er voor waken dat dit fonds institutioneel goed wordt opgetuigd. Een cynische, maar realistische, vaststelling is dat een land pas impopulaire beleidsaanbevelingen aanvaardt als het geld nodig heeft. Een mooi voorbeeld hiervan is natuurlijk Griekenland. Het Europese Steunfonds moet dus beleid kunnen voorschrijven en dit beleid mag niet sneuvelen onder politieke druk van het land zelf of van bevriende EMU staten. Het geld moet daarom mondjesmaat verstrekt worden, net zoals bij Griekenland, naarmate aan gestelde condities is voldaan. Wanneer onverhoopt een groot EMU land een beroep op het fonds doet, zal het een enorme opgave zijn het aan deze werkwijze te laten wennen. Het gezag van Duitsland zal dan onontbeerlijk zijn en Nederland moet Duitsland dan invloedrijke steun kunnen geven. Het fonds moet beschermd worden door besluitvorming met zwaar gekwalificeerde meerderheden.

Europa is met zijn subsidies, regionale steunprogramma’s en cohesiefondsen reeds in bescheiden mate een transferunie. Het zijn immers de zuidelijke en oostelijke lidstaten die overwegend van deze steunprogramma’s en cohesiefondsen profiteren. Dit is goed omdat de gedachte van Europese cohesie hierin vorm krijgt. Maar een EMU die afglijdt naar een schuldenunie omdat landen die uit alle mogelijke nieuwe steunfondsen leningen ontvangen die zij niet terugbetalen, is een vooral in Duitsland breed gedeeld angstvisioen. De vooraanstaande Duitse econoom Hans-Werner Sinn (2014) laat niet na op dit schrikbeeld te wijzen. Nederland zou Duitsland krachtig moeten ondersteunen in het vermijden van een schuldenunie en dit tot een speerpunt van haar beleid moeten maken. Hulpverlening vanuit het nieuwe fonds zal steeds een duidelijke terugbetalingsregeling moeten omvatten opdat de tijdelijkheid verzekerd is. Zo mogelijk moet het IMF ook steeds in steunprogramma’s van de EU meedoen, allereerst omdat het IMF al veel langer dan de EU ervaring met hulpprogramma’s heeft opgebouwd maar ook omdat leningen van het IMF altijd aan aflossingstermijnen zijn gebonden. Dat ligt in de IMF statuten vast. Dat bleek bij de hulp die Griekenland van het IMF kreeg.

Naast de nu lopende programma’s van de Europese Centrale Bank (onder meer de maandelijkse opkoop van obligaties), die een onbedoelde bron van blijvende welvaart transfer zouden kunnen worden, zijn er de TARGET saldi in het door de ECB beheerde clearingsysteem tussen de centrale banken van de EMU landen. Deze dreigen ook een bron van blijvende welvaartsoverdracht te worden. In dit clearingsysteem worden de betalingsbalans saldi van de EMU landen geregistreerd en tekorten door de ECB gefinancierd. De verhoudingen binnen het systeem liggen nu erg scheef: Duitsland had op 1 december 2017 een vordering van € 849 miljard op het systeem en Italië een tekort van € 436 miljard, om de beide uitersten te noemen. Nederland had een vordering van € 112 miljard (TK, 2017). Voor zover bekend is er geen grens aan negatieve saldi. Deze zou er mijns inziens moeten komen, waarbij aanzuivering van tekorten boven de overeengekomen limiet zou kunnen plaatsvinden uit de nationale goud- en deviezenreserves van het desbetreffende land.

Dit artikel is in verkorte versie verschenen in het FD van 26 april 2018 onder de titel ''Voorkomen van schuldenunie in Europa verdient hogere prioriteit''.

Referenties


Sinn, H.W. (2014), ''The Euro Trap, On Bursting Bubbles, Budgets and Beliefs'', Oxford University Press, 31 juli 2014.

Tweede Kamer (2017), Risico’s Nederlandse Staat als gevolg van ECB-beleid, p.12, 19 januari.

Te citeren als

Dick van Wensveen, “Voorkom dat de EMU afglijdt naar een schuldenunie”, Me Judice, 4 juni 2018.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Afbeelding ‘European Central Bank’ van Atanas Kumbarov (CC BY-SA 2.0).

Ontvang updates via e-mail