Voorstel kortere zittingsduur commissaris uit de lucht gegrepen

boardroom
Afbeelding ‘Board room’ van IanVisits (CC BY-NC 2.0)
17 mrt 2016 | | 471 keer bekeken
Wie de schaarse wetenschappelijke literatuur er op naleest, laat de zittingsduur van de commissaris zoals die nu is. Dit stelt econoom en meervoudig commissaris Wim van den Goorbergh in reactie op het voorstel van de Monitoring Commissie Corporate Governance om de zittingsduur van commissarissen terug te brengen van 12 tot 8 jaar.

Het voorstel tot wijziging

Een zittingstermijn van een commissaris van driemaal een periode van vier jaar is te lang om met gepaste afstand toezicht te houden op het bestuur van een vennootschap. Dat is althans de mening van de Monitoring Commissie Corporate Governance. Zij stelt daarom voor de maximale zittingstermijn van commissarissen terug te brengen van 12 tot 8 jaar.

Waarop is de mening van de Commissie gebaseerd? Zij wijdt daar welgeteld één zin aan. “Door een lange zittingstermijn kan de commissaris te veel vergroeien met de vennootschap, wat kan leiden tot minder scherpte in het door de commissaris uitgevoerde toezicht”.

Of dit risico werkelijk optreedt binnen een periode van 12 jaar en zo ja, hoe vaak en in welke mate laat de Commissie onbesproken. In Nederland is geen (wetenschappelijk) onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het toezicht van individuele commissarissen in relatie tot hun zittingsduur. Ook in de internationale literatuur heb ik op dit gebied niets kunnen vinden.

De relatie tussen effectiviteit en zittingsduur

Er is wél onderzoek gedaan naar de relatie tussen de effectiviteit van een raad van commissarissen in relatie tot de gemiddelde zittingsduur van haar leden (Lückerath-Rovers 2014 en Huang 2013). Deze relatie kan worden weergegeven als een omgekeerde U-vorm. Bij een lage gemiddelde zittingsduur verkeert de effectiviteit in een opgaande fase. De bedrijfsspecifieke kennis is aan het groeien en hetzelfde geldt voor het samenspel der commissarissen en het effectief benutten van elkaars kennis en vaardigheden. Het onderzoek van Huang mondt uit in de ( voorzichtige) conclusie dat een raad van commissarissen het meest effectief is wanneer de gemiddelde zittingsduur tussen 7 en 11 jaar ligt. Bij ondernemingen waar de nadruk wat meer ligt op het houden van toezicht dan op het beschikbaar zijn als adviseur en sparringpartner ligt het optimum in het begin van deze marge, voor de ondernemingen met de omgekeerde behoefte ligt het optimum juist wat hoger in deze marge.

Bij een maximum zittingstermijn per persoon van 12 jaar ligt de gemiddelde zittingsduur van de totale raad – bij een evenwichtige spreiding – op 6,5 jaar. De spreiding is evenwel niet steeds evenwichtig, maar boven een gemiddelde van 8 jaar zal men toch niet vaak uitkomen.

Bij een maximum zittingstermijn per persoon van 8 jaar daalt de gemiddelde zittingsduur van de totale raad naar 4,5 jaar. Rekening houdend met – meestal niet te vermijden – onevenwichtige spreiding komt de gemiddelde zittingsduur dan van tijd tot tijd wel erg laag uit met alle risico’s voor goed toezicht van dien. En de optimale gemiddelde zittingsduur zal slechts zelden worden bereikt.

De mogelijkheid van afwijking

Natuurlijk kan men zich via het “Pas toe of leg uit” principe aan deze nieuwe bepaling onttrekken, maar daar werpt de Commissie een extra drempel op door de tweede herbenoeming te beperken tot een periode van twee jaar. En van de omstandigheden waaronder een beroep op deze uitzonderingsbepaling wenselijk kan zijn weet de Commissie slechts één voorbeeld te geven. Als de vennootschap er nog niet in geslaagd is om een goede opvolger te vinden voor iemand met relevante specifieke specialistische kennis.

Het “Pas toe of leg uit” principe is overigens niet bedoeld om slecht gefundeerde bepalingen van de Code te omzeilen.

Het voorstel van de Commissie maakt iedere commissaris die langer dan acht jaar in functie is op voorhand “verdacht”: hij/zij en de vennootschap hebben iets uit leggen. De thans geldende regel dat zorgvuldig wordt afgewogen of een derde termijn in het belang van de vennootschap is te achten, waarbij de betrokkene voldoet aan de profielschets, wordt vervangen door een discussie over de vraag waarom er nog geen goede opvolger is gevonden. Iedereen is vervangbaar, ook een goede commissaris, maar waarom het in het lange termijn belang van de vennootschap is te achten, dat er maximaal acht jaar van zijn/haar kwaliteiten gebruik wordt gemaakt, valt moeilijk te begrijpen. En dan te bedenken dat je echt een paar commissarissen met langjarige ervaring nodig hebt om aan de door wetenschappelijk onderzoek geïndiceerde optimale gemiddelde zittingsduur van de totale raad van commissarissen te komen.

Tot slot

Het voorstel is, zoals de Commissie zelf aangeeft, slechts gebaseerd op haar mening. Dat is een te smalle basis om een sinds de introductie van de Code Tabaksblatt in 2003 gegroeide praktijk, waarvan niet gebleken is dat zij niet voldoet, overboord te zetten.

Referenties

Lückerath-Rovers, M., 2014, Bouwstenen voor High Performing Boards, Inaugurele rede, Tilburg University.

Huang. S., 2013, Zombie Boards: Board Tenure and Firm Performance, Working paper, Singapore Management University.

Te citeren als

Wim van den Goorbergh, “Voorstel kortere zittingsduur commissaris uit de lucht gegrepen”, Me Judice, 17 maart 2016.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.