Waarom dubbele houding DNB inzake Bazel-regels begrijpelijk is

Waarom dubbele houding DNB inzake Bazel-regels begrijpelijk is image
Afbeelding ‘P2080199’ van Franklin Heijnen (CC BY-SA 2.0)
11 mrt 2016 | | 402 keer bekeken
DNB verzet zich tegen nieuwe kapitaalvereisten van het Bazelse comité. Dat verzet lijkt strijdig met de inspanningen van DNB om stabiliteit in het financieel systeem terug te brengen. Volgens Biesenbeek en Kerste is DNB in een vreemde spagaat beland. Volgens Rabo-economen Giesbergen en Legierse is die dubbele houding helemaal niet vreemd omdat de Bazelregels complex zijn, en voor de toezichthouder geldt dat wat rationeel is op microniveau niet noodzakelijk rationeel is op macroniveau.

Discrepantie

In “Strengere kapitaalregels Bazel zorgen voor spagaat DNB” wijzen Cindy Biesenbeek en Marco Kerste op een discrepantie in de houding van De Nederlandsche Bank (DNB) tegenover de waarde van hypotheekleningen ten opzichte van de woningwaarde (Loan-to-Value, LTV-ratio). Dat DNB eerder aangaf voorstander te zijn van een verlaging van de maximale LTV naar 90% lijkt niet te stroken met haar weerstand tegen nieuwe regels uit Bazel. Volgens die regels moeten banken hogere verliesbuffers aanhouden voor hypotheekleningen met hoge LTV’s. In beide gevallen zou immers een verlaging van de gemiddelde LTV tot stand kunnen komen, waar DNB voorstander van is. Ook kunnen beide beleidsvarianten, zeker in de transitiefase, voor een daling of een lagere groei van de hypotheekkredietverlening zorgen.

De auteurs wijzen erop dat DNB dit in het eerste geval kennelijk voor lief neemt, maar er in het tweede geval ineens tegen is. Dat lijkt inderdaad vreemd. Het psychologische consult dat de auteurs DNB gratis aanbieden, geeft echter een incomplete blik op de nieuwe Bazelse voorstellen. De voorstellen gaan namelijk niet alleen over de LTV en hebben een bredere impact dan alleen op de hypotheekmarkt.

Hoge LTV’s vertellen niet het hele verhaal

Het artikel meldt dat de nieuwe regels uit Bazel “er voor moeten zorgen dat kapitaalvereisten beter worden afgestemd op de risico’s die aan het verstrekken van hypotheken met een hoge LTV-ratio … verbonden zijn.” Voor banken die de berekening van risicowegingen met interne modellen doen zijn de nieuwe voorstellen uit Bazel echter vooral gemaakt om verschillen in de berekening van risicowegingen te verminderen. Dat de verschillen tussen banken kleiner worden wil echter nog niet zeggen dat de berekende risico’s dichter bij de daadwerkelijke risico’s komen te liggen.

De auteurs wijzen op de LTV als bepalende factor voor het risico dat banken bij hypotheekverstrekking lopen. De LTV bepaalt inderdaad mede het maximale verlies dat de bank loopt als er sprake is van wanbetaling, in het Engels de Loss Given Default (LGD) genoemd. Voor de berekening van het verwachte verlies, in het Engels Expected Loss (EL), is echter ook van belang hoe vaak een verlies voorkomt. Dit wordt ingeschat door de kans dat er wanbetaling plaatsheeft, in het Engels de Probability of Default (PD) genoemd. Hoewel Nederlandse hypotheken bij afsluiting in vergelijking met andere landen een hoge gemiddelde LTV kennen, is de kans op wanbetaling op hypotheken in internationaal perspectief erg klein (figuur 1 en 2). Dit komt doordat Nederlandse banken primair financieren op het inkomen van de klant en niet op de waarde van het onderpand (Van Dalen en De Vries, 2015). Dat is dan ook de reden dat de verliezen op de hypotheekportefeuilles van Nederlandse banken, ondanks de forse daling van de woningprijzen en de hoge LTV’s, ook in de afgelopen jaren zeer beperkt waren.

Het is daarom erg lastig om vol te houden dat de banken in ons land in de afgelopen crisisjaren te weinig verliesbuffers hadden om met de risico’s van (woning-)hypotheekverstrekking om te gaan. Meer gebruik van de LTV-benadering bij de risicoweging van hypotheekportefeuilles zal leiden tot substantieel hogere risicogewogen kapitaaleisen en hogere buffers. Een forse verhoging van de risicogewichten die alleen gebaseerd is op de LTV leidt dus niet tot een betere maar juist tot een minder goede weerspiegeling van de onderliggende risico’s van hypotheekportefeuilles. Juist die slechtere afstemming van de kapitaaleisen op de onderliggende risico’s kan voor ongewenste gedragseffecten zorgen (Giesbergen, 2016).

Figuur 1: Hoge Loan-to-Value ratio                           Figuur 2: Lage betalingsachterstanden

Bron: IMF(2014)                                                                                                     Bron: NVB(2014)
Verschillen in de gepresenteerde groep van landen tussen de figuren zijn ingegeven door beperkte beschikbaarheid van de benodigde data.

Dat neemt overigens niet weg dat een lagere LTV wenselijk zou kunnen zijn. Bijvoorbeeld omdat een hoge LTV de financiële positie van huishoudens en de economie gevoelig maakt voor een daling van de huizenprijzen. Of omdat een hoge LTV, los van de directe risico’s voor individuele banken, een risico zou kunnen vormen voor de financiële stabiliteit. Microprudentieel beleid, waar de Bazelse regels die de auteurs bespreken onder vallen, is dan echter niet het juiste middel om op aan te grijpen. De hoge LTV heeft, zoals besproken, immers niet voor problemen bij de banken gezorgd. Macroprudentieel beleid, waarbij de LTV wordt verlaagd ongeacht de risico’s van hypotheekverstrekking voor individuele banken, is dan het juiste aangrijpingspunt. Dat DNB in de macroprudentiële discussie over de verlaging van de wettelijke LTV-limiet een ander standpunt heeft dan in de microprudentiële discussie over kapitaaleisen is dan ook een stuk minder schizofreen dan het in eerst instantie lijkt.

Voorstellen hebben bredere impact dan alleen de hypotheekmarkt

Naast bovenstaande bedenkingen over de focus die het artikel op de LTV heeft, gaat de aandacht vanuit Bazel niet alleen uit naar de hypotheekmarkt. De angst van DNB over het effect van de nieuwe regels op de kredietverlening gaat hoogstwaarschijnlijk verder dan alleen hypotheken. Ook voor leningen aan het Midden- en Kleinbedrijf gaan namelijk mogelijk fors hogere eisen gelden. Voor dit type leningen zijn naast de banken minder aanbieders voorhanden dan voor woninghypotheken, onder meer omdat bedrijfsleningen minder gemakkelijk te bundelen zijn tot verhandelbare schuldtitels (Giesbergen, 2016). Omdat de auteurs terecht wijzen op het verschil in impact op de kredietverlening en de economische groei tijdens de transitiefase en in de eindsituatie, moet juist over die transitiefase goed worden nagedacht.

Daarnaast is de verhoging van de verliesbuffers van banken, vereist door al ingevoerde regels, nog volop gaande. Dat gebeurt vooral aan de passivakant van de bankbalans, in termen van zowel eigen vermogen als aanvullende verliesbuffers (Giesbergen en Treur, 2015). De nieuwe regels voegen daar, met de verhoging van de risicogewogen activa, maatregelen aan de activakant aan toe. Alle maatregelen samen functioneren dus als een tweesnijdend zwaard door zowel de passiva- als de activakant van banken te beïnvloeden.

Conclusies

De zorgen over de gevolgen voor de kredietverlening die DNB naar aanleiding van de nieuwste Bazelse voorstelling uitte, hebben betrekking op veel meer dan alleen de hypotheekmarkt. Daarnaast hebben de voorstellen door stapeling en wisselwerking een veel groter effect op het bankbedrijf dan alleen een verlaging van de LTV-limiet. Ook hier geldt dus dat de spagaat waar DNB zich volgens het artikel in bevindt een te eenvoudige voorstelling van zaken geeft. Met de snelle ontwikkeling van regulering van de financiële sector lijkt DNB meer op een jongleur die steeds meer ballen in de lucht probeert te houden.

Om de daadwerkelijke impact op de kredietverlening als gevolg van de nieuwe regels in te schatten, is wat ons betreft een geïntegreerde analyse noodzakelijk. Daarbij is het van belang om rekening te houden met maatregelen die al zijn ingevoerd om tot een volledige impactanalyse te komen (Giesbergen, 2016).

Referenties

Biesenbeek, C. en M. Kerste, “Strengere kapitaalregels Bazel zorgen voor spagaat DNB”, Me Judice, 3 maart 2016.

Dalen, P. van, en P. de Vries (2015), De ene LTV is de andere niet, Rabobank.

Giesbergen, B.C.J. en L. Treur (2015), MREL en TLAC: aanvullende schokdempers voor het bankwezen , Rabobank Special.

Giesbergen, B.C.J. (2016), Nieuwe plannen uit Bazel: risicomodel buitenspel, kredietverlening in de knel? , Rabobank Special.

IMF (2014), Country report Kingdom of The Netherlands. IMF country report no. 14/328, December 2014. International Monetary Fund: Washington.

NVB (2014), The Dutch Mortgage Market, Nederlandse Vereniging van Banken: Amsterdam

Te citeren als

Björn Giesbergen, Tim Legierse, “Waarom dubbele houding DNB inzake Bazel-regels begrijpelijk is”, Me Judice, 11 maart 2016.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.