Waarom Europa een fonds voor rotte financiële producten nodig heeft

Waarom Europa een fonds voor rotte financiële producten nodig heeft image
25 nov 2008 | | 2314 keer bekeken
De kredietcrisis ontwikkelt zich langs een aantal fasen. De eerste fase was een solvabiliteitscrisis: door forse afschrijvingen kwam de kapitalisatie van banken in gevaar. De tweede fase was een liquiditeitscrisis: banken weigeren elkaar geld te lenen. Achter deze fase gaat echter een vertrouwenscrisis schuil: banken weigeren openheid van zaken te geven. Alleen wanneer banken door overheden in staat worden gesteld schoon schip te maken kan kredietverlening weer volwaardig op gang komen.

En weer kelderen de koersen. En weer staat er een bank op omvallen. Keer op keer klinkt de verzuchting dat de ergste pijn nu geleden is, en steeds weer blijken de markten er toch geen vertrouwen in te hebben. Is de kredietcrisis nu eindelijk voorbij, en de recessie begonnen, zoals sommigen menen? Volgens mij niet. Hoewel niet makkelijk te ontwarren omdat ook de recessie bijdraagt aan de koersval, duiden de hevige fluctuaties van de aandelenkoersen van banken en verzekeringsmaatschappijen er op dat nog lang niet alle pijn geleden is.

Wat is er aan de hand? De eerste fase van de kredietcrisis manifesteerde zich als een solvabiliteitscrisis. De scherpe waardedaling van de gestructureerde producten die banken in aparte vehikels hadden geplaatst, dwong ze om deze in de eigen boeken op te nemen. Daardoor moesten er forse afschrijvingen worden gedaan en kwam de kapitalisatie in gevaar. Op deze crisis reageerden Amerikaanse en Europese politici verschillend. Paulson presenteerde zijn fonds voor rotte financiële producten terwijl Europa koos voor kapitaalinjecties. Het voordeel van het tweede plan, ten opzichte van het eerste, is het onmiddellijke effect dat injecties hebben. Ook Paulson is daarom overstag gegaan en heeft de eerste tranche van zijn fonds voornamelijk voor kapitaalinjecties gebruikt.

De tweede fase was een liquiditeitscrisis. Banken weigerden om elkaar nog langer geld te lenen waardoor het interbancaire verkeer, het levenssap van het internationale kapitalisme, dreigde op te drogen. Via grootschalige centrale bankinterventies, zowel in de vorm van lagere rentestanden, als in de vorm van laagdrempelige kredietvensters voor banken, is geprobeerd om het stromen van het sap weer op gang te brengen. Met wisselend succes. Hoewel de interbancaire rentestanden wat lager zijn, klagen huishoudens en bedrijven steen en been over de prijs die zij voor krediet moeten betalen. Op dit moment is dat de voornaamste reden waarom de financiële crisis een economische dreigt te worden. Opvallend zijn de oproepen die politici de laatste weken aan banken hebben gedaan om de geringe kosten die zij voor kapitaal aan de centrale banken moeten betalen door te berekenen aan hun cliënten. Kennelijk doen banken dat niet, en gebruiken zij het verschil tussen de rente die zij moeten betalen en die zij hun cliënten rekenen om de eigen kapitalisatie te verbeteren.

Dit suggereert dat er nog een derde crisis is, namelijk een vertrouwenscrisis. Zolang banken er niet van op aan kunnen dat hun tegenpartijen volledige openheid van zaken hebben gegeven en geen rotte producten meer op hun balansen hebben staan, zolang zullen zij huiverig zijn om elkaar kredieten te verstrekken en er alles aan doen om de eigen solvabiliteit te verbeteren, onder andere door het renteverschil tussen centrale bank leningen en de rente die zij hun eigen klanten berekenen zo groot mogelijk te maken. Die openheid is er echter niet. Omdat de markten voor gestructureerde producten zijn opgedroogd en er geen prijzen zijn voor dit soort producten, wachten banken met afschrijven in de hoop er later tenminste nog iets voor terug te krijgen. Ondertussen drogen ook andere, niet aangetaste markten op, moeten banken steeds meer waardepapieren afboeken, erodeert hun winstgevendheid verder en vallen de beurskoersen van vooral banken steeds opnieuw en steeds verder.

Het is deze vicieuze spiraal die moet worden gekeerd. Anders is geen kredietvenster groot genoeg, geen rentestand laag genoeg en geen kapitaalinjectie omvangrijk genoeg om het tij te keren, de banken te redden en het economisch verkeer weer op gang te brengen. Hier komt Paulsons fonds voor rotte financiële producten om de hoek kijken. Alleen wanneer banken door overheden in staat worden gesteld schoon schip te maken en zij er van elkaar op aan kunnen dat er zich geen verassingen meer in de boeken van eventuele tegenpartijen bevinden, kunnen zij elkaar weer frank en vrij kredieten vestrekken, komt het kapitalistische levenssap weer op gang en kan het systeembedreigende trauma dat nu door alle bedrijfssectoren lijkt heen te zakken worden geïsoleerd en geëlimineerd. Zolang er geen partij is waar banken hun rotte producten aan kwijt kunnen, blijven de koersen dalen en blijven banken op omvallen staan. Politici zijn het hun kiezers verplicht ook de vertrouwenscrisis adequaat aan te pakken. Anders zijn de omvangrijke bedragen die gestoken zijn in het oplossen van de solvabiliteits- en liquiditeitscrises weggegooid geld geweest. Dat kan geen politicus zijn electoraat en dus zichzelf aandoen.

Te citeren als

Ewald Engelen, “Waarom Europa een fonds voor rotte financiële producten nodig heeft”, Me Judice, 25 november 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.