Werkloze weinig gebaat bij mobiliteitscentra UWV

Werkloze weinig gebaat bij mobiliteitscentra UWV image
7 jul 2009 |
Het UWV zou in deze crisistijd succesvol zijn in het aan het werk helpen van werklozen. Een eenvoudige vergelijking van het aantal mensen dat de WW inkomt en weer uitgaat in voorgaande jaren laat zien dat deze claim nergens op is gebaseerd, stelt econoom Ronald Dekker.

Goed nieuws is altijd welkom in slechte tijden

De mobiliteitscentra van het UWV ‘lijken te werken’, zo meldden NOS Teletekst, nu.nl, De Pers en Spits vorige week. Op 30 juni had dagblad de Telegraaf dit positieve nieuws ook al gebracht. Uit cijfers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou blijken dat 43.000 mensen via de mobiliteitscentra een andere baan gevonden hebben in de eerste vijf maanden van dit jaar. Daaronder waren vijfduizend werknemers die nog voordat ze daadwerkelijk werkloos werden aan een baan werden geholpen. Dat is verheugend nieuws in deze barre crisistijden. De baanzekerheid staat onder druk, doordat veel mensen worden ontslagen, maar daar lijkt tegenover te staan dat er werkzekerheid geboden kan worden door middel van het snel verkrijgen van een nieuwe baan.

Mobiliteitscentra werken helemaal niet zo goed

Maar klopt dit verhaal wel? Is het UWV werkbedrijf werkelijk zo succesvol met haar mobiliteitscentra? Deze zijn immers pas vanaf maart 2009 volledig operationeel, dus het ligt niet voor de hand dat er al grootse prestaties zijn te melden. Daarover wist het Financieele Dagblad van 29 juni al het volgende te melden: "Effect mobiliteitscentra op voorkomen werkloosheid ongewis wegens gebrek aan cijfers."

Om dit verder te onderzoeken, kijken we naar publiekelijk beschikbare in- en uitstroom cijfers uit de WW over de afgelopen tien jaar (zie CBS-Statline). Daaruit valt op te maken dat de instroom in de WW in de eerste vier maanden van 2009 hoog is (135.480), maar niet hoger dan in de jaren 2003 (136.070), 2004 (143.670) en 2005 (145.540). Als we dezelfde vergelijking doen voor de uitstroom naar werk, is deze in de eerste vier maanden van 2009 behoorlijk laag (47.510), maar ook beduidend lager dan de uitstroomcijfers voor 2003 tot 2005 (respectievelijk 59.820, 72.310 en 75.030). Kortom, de diepte van de huidige crisis vertaalt zich (nog) niet in substantieel hogere instroomcijfers, maar wel in beduidend lagere uitstroomcijfers. Aan het werk komen, dat is tot nu toe het grootste het probleem, niet werk kwijtraken.

Dat wordt nog duidelijker wanneer we kijken naar de verhouding tussen de instroom in de WW en uitstroom uit de WW. Deze ratio schommelde in de jaren 2003-2005 tussen de 44 en 52 procent en voor 2009 is dit percentage een magere 35 procent. Het UWV slaagt er in voor elke drie werklozen die binnenkomen er één weer te laten uitstromen naar werk. In eerdere jaren was die verhouding veel beter, rond de twee staat tot één. Dat is in het licht van de huidige crisis allemaal niet zo verrassend, het werk ligt immers niet voor het oprapen, maar op basis van deze getallen komt het wat potsierlijk over om te stellen dat de mobiliteitscentra ‘werken’. Bij een instroom in de WW die niet hoger is dan in de voorgaande jaren slaagt het UWV Werkbedrijf met haar mobiliteitscentra er nu niet in om minimaal zo ‘succesvol’ te zijn als vijf, zes jaar geleden.

Veel vacatures en werkzoekenden blijven buiten kaartenbakken UWV

Te vrezen valt dat de mensen die nu een baan vinden dat voornamelijk zelf hebben gedaan, ook diegenen die een andere baan vonden zonder daadwerkelijk in de WW in te stromen. Dat is niet erg. Werknemers regelen hun eigen werkzekerheid door goed geschoold te blijven en wendbaar en weerbaar te zijn. Een systeem van arbeidsvoorziening zoals de mobiliteitscentra moeten werkzoekenden daarbij zo goed mogelijk ondersteunen. In het bijzonder moet het UWV Werkbedrijf proberen het informatieprobleem van werkzoekenden te reduceren door betrouwbare informatie te verstrekken over de beschikbare vacatures. Ook in tijden van crisis hebben bedrijven vaak nieuwe mensen nodig. Deze bedrijven hebben een vergelijkbaar informatieprobleem: welke (vak)mensen zijn er beschikbaar voor deze vacature? Ook hierbij zou het UWV Werkbedrijf een grote rol kunnen spelen.

De praktijk is echter dat veel bedrijven hun vacatures niet bij het UWV Werkbedrijf melden omdat ze geen hoge verwachtingen hebben van de werkzoekenden die daar in de kaartenbakken staan. Aan de andere kant zijn hoogopgeleide werkzoekenden ook niet erg onder de indruk van de dienstverlening van de arbeidsvoorziening. Deze twee processen zorgen er voor dat de informatieproblemen op de arbeidsmarkt niet voldoende worden teruggebracht en dat daarmee de arbeidsmarkt dus minder goed functioneert.

Conclusie

Wanneer de nieuwe Mobiliteitscentra erin slagen om de scepsis bij werkgevers en werkzoekenden weg te nemen en hun rol als informatiemakelaar beter te vervullen, dan is de kans aanwezig dat de mobiliteitscentra echt gaan ‘werken’. Dat is niet alleen belangrijk nu het slecht gaat, maar vooral ook wanneer de krapte op de arbeidsmarkt op termijn weer toeslaat.

Te citeren als

Ronald Dekker, “Werkloze weinig gebaat bij mobiliteitscentra UWV”, Me Judice, 7 juli 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.