Accountantskantoor moet accountant regelmatig uithoren, anders gaat het fout

Accountantskantoor moet accountant regelmatig uithoren, anders gaat het fout image
Afbeelding ‘Vestia Den Haag’ van CorporatieNL (CC BY 2.0)
6 jun 2012 |
Om een debacle als bij woningcorporatie Vestia te voorkomen, moeten accountantskantoren systematisch de verantwoordelijke accountant bevragen op geconstateerde tekortkomingen en – wat vaak wordt vergeten – bijna-ongelukken in de bedrijfsvoering. Dit gebeurt nu te weinig, stelt hoogleraar Accounting Jan Bouwens.

Bijna-ongelukken

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft met schade en schande geleerd om ongelukken met Space Shuttles te voorkomen door zijn medewerker te bevragen op gevaren die hij in zijn dagelijkse werk waarneemt en op de bijna-ongelukken die vervolgens tot op de wortel worden geanalyseerd. Accountantskantoren doen er goed aan dit voorbeeld te volgen.

Een slecht accountant negeert signalen die zelfstandige voortzetting van het door hem gecontroleerde bedrijf zeer onwaarschijnlijk maken en hij geeft een goedkeurende verklaring af terwijl de waardes op de balans niet overeenkomstig de regels zijn verantwoord in de balans en verlies- en winstrekening. We weten inmiddels dat de accountant met beide zaken soms jaren ‘wegkomt’. Hoe kan deze situatie ontstaan?

Wankele trap

We weten uit onderzoek dat elke persoon kan leren omgaan met een bestaand gevaar (Tinsley et al. 2012). Zo kan een glazenwasser elke dag een wankele trap opgaan. Zolang het goed gaat zal hij met toenemende vertouwen dag-in-dag-uit de trap opgaan. Dat gaat door tot de trap knapt. Zelfs bijna-ongelukken hoeven hem niet van zijn stuk te brengen; we weten dat mensen die net ontkomen aan een ongeluk juist meer risico’s gaan nemen omdat zij zichzelf als onaantastbaar gaan zien.

Wie moet er dan voor zorgen dat de accountant deze fouten niet maakt en de wankele trap niet betreedt?

Wel, dat kan alleen maar zijn kantoor zijn. Indien we straks in de zaak Vestia zien in welke mate de namens KPMG (en daarvoor Deloitte) controlerend accountant in de fout ging, moet eerst gekeken worden naar het kantoor. Het kantoor moet voorkomen dat de accountant wankele trappen betreedt; lees dat hij een slecht management ongemoeid laat of een slechte administratie onbesproken laat.

Ook bijna-ongelukken die samenhangen met de wankele basis van de gecontroleerde onderneming dienen door het kantoor worden gezien; lees een standaard financiering die maar op het nippertje werd toegekend.

Verantwoording

Deze bijna-ongelukken kunnen worden gezien als de controlerend accountant vanaf de eerste controle verantwoording aflegt over (1) bij zijn controle geconstateerde tekortkomingen (de wankele trap; zoals een overwaardering van derivaten) en (2) welke bijna-ongelukken hij constateerde bij de laatste controle ( zoals bijna afgewezen financieringen; klanten die massaal dreigden weg te lopen). Door de accountant te laten verklaren wat van deze “uitzonderingen” in de wortel de oorzaak waren, kan worden voorkomen dat de fouten ontstaan die we nu in de schijnwerpers zien.

De vraag die we de kantoren dus moeten stellen is of ze de verantwoordelijk accountant systematisch bevroegen op geconstateerde tekortkomingen en bijna-ongelukken. Zo niet, dan wekt het geen verbazing dat de Vestiazaak tot begin dit jaar onopgemerkt bleef.

Een kortere versie van dit artikel is eerder gepubliceerd in Het Financieele Dagblad van 5 juni 2012.

Referenties

Catherine H. Tinsley, Robin L. Dillon, Matthew A. Cronin, 2012, How Near-Miss Events Amplify or Attenuate Risky Decision Making, Management Science, in press.

Te citeren als

Jan Bouwens, “Accountantskantoor moet accountant regelmatig uithoren, anders gaat het fout”, Me Judice, 6 juni 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.