Bezuinigingen voor volgend kabinet zijn onontkoombaar

Bezuinigingen voor volgend kabinet zijn onontkoombaar image

Afbeelding ‘Storm Clouds’ van Richard Walker (CC BY 2.0)

7 jul 2016 | | 1101 keer bekeken

Een toekomstig kabinet leunt meestal in haar visie op het begrotingbeleid op de inzichten van de Studiegroep Begrotingsruimte. En in haar meest recente rapport stelt deze dat bezuinigingen niet noodzakelijk zijn. Raymond Gradus en Roel Beetsma vinden dit een betwistbare visie. Zij stellen dat bezuinigingen onontkoombaar zijn, gegeven de extra begrotingsuitgaven die op de rol staan, de noodzaak tot belastinghervorming, en gegeven het opgelopen structurele tekort.

Niet verder bezuinigen?

Op 1 juli jl. presenteerde de Studiegroep Begrotingsruimte haar rapport. De bottom-line is dat in een volgende kabinetsperiode geen bezuinigingen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de Europese regels. Daarbij zijn de nodige vraagtekens te plaatsen. De onderliggende middellangetermijnraming van het Centraal Plan Bureau (CPB) veronderstelt een jaarlijkse economische groei van 1,6% in de volgende kabinetsperiode. In haar voorwoord maakt de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Financiën reeds een voorbehoud voor de gevolgen van ‘Brexit’. De groeiraming zou dus gaande de kabinetsrit gewoon naar beneden bijgesteld kunnen worden.[1] En dan hebben we het nog niet gehad over andere riskante geopolitieke en Euro-ontwikkelingen. De speculatie dat wij op het einde van de volgende kabinetsperiode een klein overschot op de overheidsbegroting zullen hebben wordt dus gedreven door technische veronderstellingen.

Voorlopig zit Nederland in tegenstelling tot buurland Duitsland [2] nog met een aanzienlijk tekort op de overheidsbegroting, waardoor de preventieve arm van het Stabiliteits- en Groeipact van toepassing is. [3] Zolang het middellange termijn doel van een structureel tekort van 0,5% BBP nog niet bereikt is, moet het structurele tekort jaarlijks met 0,5%-punt dalen en moet de groei van de overheidsuitgaven tenminste onder de gemiddelde potentiële groei van de economie blijven. Vooral dit laatste, ook wel de uitgavenregel genoemd, is vermeldenswaardig. Hoe groter de afwijking van het middellange termijn doel, hoe meer inspanningen er moeten worden geleverd om de uitgaven op orde te brengen.

Bijstelling begroting noodzakelijk

Anders dan de Studiegroep suggereert zouden de uitgaven in 2018 met -0,25%-punt ten opzichte van MLT-pad bijgesteld moeten worden (zie hiervoor figuur 4.1 op blz. 66). Hierbij is nog geen rekening gehouden met de begroting 2017, die forse extra uitgaven te zien zal geven. Begin juni werd naar buiten gebracht dat de VVD 600 miljoen euro extra mocht besteden aan veiligheid en defensie en de PvdA hetzelfde bedrag aan zorg en huurtoeslag (zie RTL Nieuws, 13 juni 2016 ). We zijn overigens erg benieuwd hoe de huidige Minister van Financiën zal omgaan met het ‘Europaproof’ zijn van zijn laatste Miljoenennota. Onzes inziens is dit haast onmogelijk. Immers op basis van beleidsuitgangspunten, waarin de bovenstaande cadeautjes nog niet zijn opgenomen, concludeerde het CPB al in het CEP dat volgens Europa de overheidsuitgaven met 0,7%-punt moeten dalen, terwijl de voorlopige cijfers reeds een stijging van 1%-punt laten zien (dit staat opgetekend op blz. 49 van het CEP).

Belangrijker misschien nog is de redenering achter de uitgavenregel. Terecht wordt in het rapport veel aandacht besteed aan het belang van deze regel [4], die in tegenstelling tot de structurele-tekort-regel beter stuurbaar is, maar de miljarden aan benodigde ombuigingen worden genegeerd. Ook wordt met geen woord gerept over de intensiveringen in 2017, die ook om extra ombuigingen zullen vragen. Of denkt men dat dit slechts eenmalige uitgaven zullen betreffen? Maar dan wordt dezelfde fout gemaakt als tijdens Paars II. Toen werden conjuncturele meevallers onder het uitgavenkader verjubeld aan structurele uitgaven, wat de opdracht voor het volgende kabinet groter maakte. [5]

Geen rust voor volgend kabinet

Het beeld dat een volgend kabinet op zijn lauweren kan rusten delen wij niet. De huidige turbulentie in de wereld vraagt om extra uitgaven aan defensie en veiligheid, die nog niet in de cijfers zijn opgenomen (zie Gradus (2014)). Dit geldt ook voor de lagere aardgasbaten.[6] Tevens is er veel te zeggen voor extra investeringen in onderwijs en duurzame groei en daarvoor dienen andere uitgaven te wijken. Het Studiegroeprapport vraagt terecht om hervormingen in de woning- en de arbeidsmarkt. Ook is een hervorming van het belastingstelsel noodzakelijk. Zo leidt een vlakker tarief voor arbeid tot een gezondere financieringsstructuur van hypotheken en bedrijven, omdat meer lenen dan nodig niet langer fiscaal wordt aangemoedigd (zie Gradus et al. (2012)). Dit is van groot belang voor de financiële stabiliteit. Maar een dergelijke operatie zonder lastenverlichting als smeerolie is ondenkbaar. Aanpassingen in de overheidsuitgaven zullen dus ook in een volgende kabinetsperiode noodzakelijk zijn, terwijl de grote onzekerheden om extra prudentie vragen. De studiegroep had dit werk eenvoudiger kunnen maken door net als eerder een behoedzaamheidsmarge aan te bevelen. Tot 2007 bestond een dergelijke behoedzaamheidsmarge, maar deze werd door het kabinet Balkenende-Bos afgeschaft. [7]

* Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in het Financieele Dagblad van 6 juli 2016.

Eindnoten:


[1] Tijdens de kabinetsformatie zal een bijstelling van de MLT plaatsvinden, die als input zal fungeren voor dat proces.

[2] Daarbij is het opvallend dat Duitsland in %BBP aanzienlijk minder uitgeeft aan sociale zekerheid en (langdurige) zorg (zie Gradus en Beetsma (2015) voor sociale zekerheid en Gradus en Van Asselt (2012) voor langdurige zorg).

[3] Deze preventieve arm is van toepassing indien het tekort minder is dan 3% BBP maar het structureel tekort groter is dan 0,5% BBP.

[4] Overigens zijn niet alle aanbevelingen consistent met deze Europese uitgavenregel. In het bijzonder kunnen vraagtekens gezet worden bij het buiten het kader plaatsen van de sociale zekerheid.

[5] Zie hiervoor bijvoorbeeld Donders en de Kam (2010). Zij geven ook aan dat het begrotingsbeleid in Paars II daardoor een procyclisch karakter krijgt.

[6] Zo maakte Minister Kamp van EZ op 24 juni jl. bekend dat de aardgasbaten jaarlijks verlaagd zullen worden van 27 miljard kubieke meter naar 24 miljard kubieke meter.

[7] Voor een uiteenzetting van het belang van een dergelijke behoedzaamheidsmarge, zie Don (2007).

Referenties:

Beetsma, R., L. Bovenberg, K. Caminada, E. Dijkgraaf, S. Eijffinger, en R. Gradus, (2012) “Elke Nederlander gebaat bij sociale vlaktaks”, Me Judice, 24 januari 2012.

Don, H. (2007). Ambitie en voorzichtigheid in het economisch beleid. Oratie: EUR

Donders, J., en F. de Kam (2010), Een automatische piloot voor de economieTijdschrift voor Openbare Financiën, jaargang 42, nummer 4, blz. 283-296.

Gradus, R., (2014), “Heldere norm voor defensie wenselijk”, Me Judice, 25 september 2014.

Gradus, R., en R. Beetsma, (2015), “Kabinet zet begrotingsluizen wagenwijd open”, Me Judice, 17 september 2015.

Gradus, R., en E.J. van Asselt (2011), “De langdurige zorg vergeleken in Nederland en Duitsland",Economisch Statistische Berichten 96:4607 202-204.

Te citeren als

Raymond Gradus, Roel Beetsma, “Bezuinigingen voor volgend kabinet zijn onontkoombaar”, Me Judice, 7 juli 2016.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.