Bijwerkingen van marktdenken overschaduwen successen

Bijwerkingen van marktdenken overschaduwen successen image
8 mei 2010 | | 3769 keer bekeken
Onder het mom van meer markt is de kwaliteit van de publieke dienstverlening achteruitgehold, stellen Steven Brakman en Arjen van Witteloostuijn. ‘Marktgericht opereren’ heeft brede ingang gevonden bij bestuurders en managers, waardoor de menselijke maat in het onderwijs is verdwenen, woningcorporaties niet meer te controleren zijn, en dat alles in een snelgroeiend woud van toezichthoudende instanties. Dit heeft geleid tot brede onvrede, waar partijen als de PVV van profiteren.

Bron van de onvrede

Nederland is weer helemaal in de ban van de politiek. Politieke leiders volgen elkaar in rap tempo op, waarbij de ontevreden burger de nieuwe gezichten met argwaan bekijkt nog voordat zij met concreet beleid hebben kunnen komen. Wantrouwen en misnoegen domineren de publieke opinie, zeker in de virtuele wereld van het internet. Overheid en politiek staan permanent in het beklaagdenbankje. Wat goed gaat, wordt voor lief genomen; wat slecht afloopt, wordt direct uitvergroot. De kritiek op de elite in Den Haag kan daarom op veel applaus rekenen. Onvredepartijen profiteren daarvan.

Nog onlangs werd in de zaterdagbijlage van deze krant gesignaleerd dat de onvrede bij PVV- stemmers niet is geconcentreerd bij specifieke bevolkingsgroepen, maar eerder een algemene trend lijkt te weerspiegelen, waarbij een algehele kloof tussen de burger aan de ene kant en het bestuur aan de andere kant lijkt te bestaan. Deze onvrede wordt weliswaar algemeen gevoeld, maar komt tot uiting in discussies over betrekkelijk willekeurige deelonderwerpen. Dat begon met De puinhopen van acht jaar Paars van Pim Fortuyn, waarin misstanden in de gezondheidszorg en het onderwijs breed werden uitgemeten, en loopt door tot de huidige discussie over de (on)wenselijkheid van een verbod op hoofddoekjes in het publieke domein. Onderwerpen als deze zijn slechts de wisselende dragers van onvrede. Zij bieden de ontevreden burger de gelegenheid om hard ‘boe’ te roepen tegen deze of gene overheid of politicus. Morgen kan zich weer een nieuwe drager aandienen. De felheid in deze discussies over deze en andere deelonderwerpen leidt af van een mogelijk fundamentelere oorzaak van veel van de amorf aanwezige onvrede: de decennialange invoering en uitvoering van deregulering teneinde marktwerking te stimuleren.

Neveneffecten marktwerking overschaduwen successen

Vanaf ruwweg het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw – en gestimuleerd door ontwikkelingen in het thatcheriaanse Verenigd Koninkrijk en de reaganeske Verenigde Staten – werd Nederland economisch wakker geschud. Het algemene gevoel was dat de invloed van de overheid op de economie veel te groot was geworden. Dat zou leiden tot verstarring van het economische proces, met alle negatieve gevolgen van dien voor groei en innovatie. Aanvankelijk aarzelend, maar vanaf de jaren negentig met groot en fanatiek enthousiasme, werd het neoliberale beleidsprogramma ter hand genomen. Het doel van dat neoliberale programma van deregulering, marktwerking en privatisering was om de efficiëntie en dynamiek van de economie te revitaliseren. Hierbij zijn belangrijke successen geboekt. Buiten de ‘Biblebelt’ wordt volop geprofiteerd van de verruiming van de winkelopeningstijden. Met horten en stoten is de dure staatsmonopolist PTT omgebouwd tot de efficiëntere KPN en TNT.

Deze operatie is echter gepaard gegaan met enkele neveneffecten. Drie daarvan zijn hier het vermelden waard.

Woud van toezichthouders

In de eerste plaats is de bevordering van de tucht van de markt gekoppeld aan een indrukwekkend optuigen van toezichthouding. Toezichthoudend Nederland is uitgegroeid tot een indrukwekkend oerwoud dat veel werk heeft gemaakt van de introductie van schaduwregulering, die is ontstaan naast de officiële regulering en marktordening. Een beetje toezichthouder is blijkbaar geen knip voor de neus waard als hij niet zelf met allerlei aanvullend beleid komt.

Carte blanche voor bestuurders

In de tweede plaats heeft het op afstand plaatsen van allerlei overheidsdiensten geleid tot het ontstaan van een tweede oerwoud: dat van hybride organisaties die niet rechtstreeks onder de overheid vallen, maar die ook niet op markten opereren. Deze organisaties onttrekken zich aan democratische controle én aan de tucht van de markt. Denk hierbij aan woningcorporaties.

Bedrijfje spelen fnuikend voor kwaliteit publieke dienstverlening

In de derde plaats zijn de aansturing en organisatie van veel werkzaamheden gemoderniseerd. In de (semi-)overheid zijn allerlei moderne praktijken geïntroduceerd in de buik van het paard van Troje dat New Public Management (NPM) heet. NPM is een andere erfenis van de thatcheriaanse omwenteling. Kort gezegd komt NPM erop neer dat in organisaties in de (semi-)publieke sector volop bedrijfje wordt gespeeld. De top wordt bevolkt door bestuurders en managers die CEO-achtig gedrag vertonen. Groeien via acquisities en fusies is daarbij het hoogste doel, met uiteraard de bijbehorende topbeloningen. Dieper in de organisatie worden vaak schrale en armoedige prestatiecriteria ingevoerd om het personeel tot harder en productiever werken op te zwepen. In het verhullende taalgebruik van de afdelingen human resource management worden in functionerings- en ontwikkelingsgesprekken veelomvattende taken teruggebracht tot een reeks kale kengetallen op basis waarvan ingrijpende loopbaanbeslissingen worden genomen. Intussen lanceert de afdeling Strategy de volgende reorganisatie. Het gevolg is dat intrinsieke motivatie wordt weggedrukt door extrinsieke stimulansen. De kloof tussen management en werkvloer wordt minstens even diep als die tussen politiek en burger. Het management ziet zich vervolgens geplaatst tegenover steeds moeizamer in beweging te krijgen werknemers, die met volhardend cynisme de zoveelste verandering actief en passief frustreren.

De schaalvergroting in de wereld van de roc’s in combinatie met de opgedrongen invoering van competentiegericht onderwijs richten een ravage aan onder docenten en leerlingen. In reactie daarop worden nog zwaardere NPM-instrumenten ingezet die vooral beogen de controle te verscherpen en de standaardisering te vergroten. Het gedetailleerd beschrijven van werkzaamheden, het meten van productie en het verantwoorden van activiteiten zijn vaak een belangrijk onderdeel van het werk geworden. Thuiszorgmedewerkers moeten alle activiteiten volgens standaardnormen uitvoeren en registreren. De menselijke maat verdwijnt steeds verder uit zicht.

Kortom: wat vooral kwaad bloed heeft gezet in brede lagen van de samenleving is dat geniepig neveneffect van deze deregulering – de bureaucratisering en ‘vermanaging’ van grote delen van het organisatieleven. De ‘collateral damage’ is enorm. Prestatiebeloning deed zijn intrede op de werkvloer. Publieke diensten verwerden buiten het directe bereik van de overheid tot kafkaëske bureaucratieën. Het management van semipublieke instellingen richt zich op schaalvergroting met behulp van acquisities en fusies. De beloning van het topmanagement ging alleen maar verder omhoog. Enzovoort en zo verder. Intussen blijkt van fundamentele deregulering geen sprake te zijn, maar veeleer van het omgekeerde, omdat verwoede en vergeefse pogingen worden ondernomen om de uit de fles ontsnapte managementgeesten met straffe regelgeving en toezichthouding in het gareel te houden.

Wederzijds onbegrip neemt toe

In deze tango van toenemende controle en regulering houden alle partijen elkaar in een wurggreep. Het wederzijds onbegrip neemt toe. Het resultaat is dat op de werkvloer overzichtelijk wordt gedacht en gesproken in termen van ‘wij’ versus ‘zij’. Een partij als de PVV kan gemakkelijk profiteren van deze amorfe toestand van permanente onvrede. De Tweede Kamer sluit bijvoorbeeld de gelederen door eendrachtig verbijsterd te zijn over het nogal onnozele PVV-voorstel voor het belasten van een hoofddoek. Dat stelt de PVV in staat om over de hoofden van de Kamerleden heen de tv-kijker aan te spreken met een neerbuigende verwijzing naar ‘zij’ die de regenteske elite vertegenwoordigen. Een debat met de PVV loopt daarom altijd uit op een wonderlijke vertoning. Kamerleden doen pogingen om de PVV met slimme argumenten in het nauw te brengen, maar de PVV ‘knipoogt’ rustig in de camera ter bevestiging van de eeuwige strijd van ‘wij’ tegen ‘zij’. De kijker, die moe op de bank zit na weer een dag te zijn blootgesteld aan moderne vormen van management, kan zich daarin herkennen. Geert Wilders profiteert zodoende volop van de erfenis van Margaret Thatcher.

Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad van 8 mei 2010.

Te citeren als

Steven Brakman, Arjen van Witteloostuijn, “Bijwerkingen van marktdenken overschaduwen successen”, Me Judice, 8 mei 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.