De Bundesbank-doctrine wankelt

1 sep 2012 | | 1826 keer bekeken
Jens Weidmann, president van de Duitse Bundesbank is fel tegen het ECB voorstel om staatsobligaties (SMP) op te kopen en hij dreigt zelfs zijn positie als bankpresident op te geven. Het is een teken dat de invloed van Bundesbank-doctrine, gericht op het bestrijden van inflatie, tanende is en de Italiaanse en Franse invloed toeneemt. Volgens Eijffinger en Mujagic is dit geen goed nieuws voor de monetaire stabiliteit. De laatste strohalm is het Duitse constitutionele hof dat op 12 september beslist over de vraag of het Europese noodfonds in strijd is met afspraken.

Overstemming Bundesbank

Augustus 2012 gaat de geschiedenisboeken in als een van de belangrijkste maanden in de historie van de Europese Centrale Bank (ECB). Mario Draghi, de president van die centrale bank is er namelijk in geslaagd een langgekoesterde wens van landen zoals Frankrijk en Italië in vervulling te laten gaan. Nadat de geboorte van de euro er eerst voor heeft gezorgd dat het monetaire beleid in Europa niet alleen door de Bundesbank gevoerd wordt, maar ook door andere partijen die daarbij de Bundesbank konden overstemmen, heeft de Italiaan Draghi het nu voor elkaar gekregen dat de Duitse Bundesbank alleen is komen te staan in eurozone.

Als enige stemde Jens Weidmann, president van de Duitse Bundesbank tegen de besluiten om het opkoopprogramma voor staatsobligaties (SMP) te reanimeren en tegen andere maatregelen die feitelijk neerkomen op een kwantitatieve verruiming. Het is daarbij opmerkelijk dat Weidmann geen steun kreeg van zijn traditionele bondgenoten binnen het ECB-bestuur, zoals Nederland, Finland, Oostenrijk en Luxemburg. Nóg opmerkelijker is dat Jörg Asmusen, het andere Duitse lid van het ECB-bestuur, Weidmann liet vallen. Gegeven het feit dat Asmussen een politieke benoeming is geweest, kan daaruit afgeleid worden dat de regering in Berlijn op dit moment niet achter de Bundesbank staat.

Kortom, de Bundesbank, die Weidmann in een recent interview in deze krant nog omschreef als ‘de belangrijkste centrale bank in Europa’, staat alleen. De centrale bank heeft geen steun meer binnen het ECB-bestuur en ook niet van de Duitse politiek. Dit gebrek aan steun van de traditionele bondgenoten en de Duitse politiek dwingt de Bundesbank die steun elders te zoeken.

Wie steunt Weidmann?

Weidmann zoekt die steun bijvoorbeeld bij oud-bestuurders van de Bundesbank. Centrale bankiers zoals Helmut Schlesinger, Otmar Issing en de uit onvrede met het ECB-beleid opgestapte Axel Weber en Jürgen Stark, zijn stuk voor stuk synoniem voor de degelijkheid en onafhankelijkheid die de Duitse cenrtale bank zo kenmerkt.

Dat is de reden waarom Weidmann onlangs, hoogst uitzonderlijk, een gezamenlijk interview gaf met Schlesinger. De impliciete boodschap was duidelijk: Schlesinger staat achter mij. De boodschap was niet zozeer gericht op de Duitse politici in Berlijn, maar op dé traditionele steunpilaar van de Bundesbank: het Duitse volk. Het Duitse volk weet nog heel goed wie Schlesinger is. De Duitsers hebben een aan religie grenzend vertrouwen in de Bundesbank. Jacques Delors, voormalig president van de Europese Commissie sneerde ooit uit frustratie dat ‘niet alle Duitsers geloven in God maar ze geloven allemaal in de Bundesbank’.

Dat aanzien onder de Duitsers gaf de Bundesbank de afgelopen decennia zo veel macht dat zij zelfs regeringen kon laten vallen. Volgens sommige historici was de val van minstens drie bondskanseliers — die van Ludwig Erhard in 1966, Kurt Georg Kiesinger in 1969 en Helmut Schmidt in 1982 — voor een belangrijk deel te wijten aan het beleid van de Bundesbank. De Bundesbank wil nu de steun van het Duitse volk verstevigen in haar strijd tegen een Europese Centrale Bank die in ogen van de Bundesbankers een zeer gevaarlijk beleid voert. Sommige economen en politici zien dit allemaal als een pokerspel in een voor Duitsland en Europa cruciale strijd, namelijk die tussen twee monetaire ideologieën, de ideologie van de Bundesbank en die van de andere centrale banken, met name die uit landen zoals Frankrijk en Italië.Einde Bundesbank doctrine.

Voorlopig zijn de laatsten aan de winnende hand. Dat blijkt uit het feitelijke beleid dat de ECB sinds het begin van de crisis heeft gevoerd en meer recent uit de uitschakeling van de traditionele bondgenoten van de Bundesbank. De hamvraag, die ook de toekomst van de euro en van Europa zal bepalen, is of de Bundesbank de achterstand zal weten goed te maken en aan het langste eind zal trekken. Als de Bundesbank die strijd verliest, mag de euro misschien voorlopig wel gered zijn. Maar de gemeenschappelijke munt zal dan in de toekomst maar weinig lijken op een van zijn voorgangers, de ijzersterke Duitse mark.

Afbrokkelende steun

Ook zal dit betekenen dat de modus operandi van de ECB ingrijpend anders zal zijn dan tot nu toe: de centrale bank zal dan aan monetaire financiering van begrotingstekorten in de eurozone doen. Daarmee zou de laatste oude wens van Frankrijk en Italië in vervulling gaan, namelijk de Bundesbank dwingen in een ongelimiteerd en verplicht interventiemechanisme. Sinds de jaren zeventig hebben deze landen talloze keren geprobeerd de Bundesbank te dwingen onbeperkt te interveniëren als de Franse frank of Italiaanse lire zwakker dreigde te worden.

De kans is groot dat de Bundesbank de onderliggende partij zal worden. Om te beginnen is het Duitse volk minder inflatie-avers dan in de voorgaande decennia. Tekenend is de enorme steun voor Angela Merkel onder de bevolking, terwijl zij het zeer oneens is met de Bundesbank, getuige de opstelling van Asmussen. Bovendien is het in het verleden zo geweest dat als de politiek en de centrale bank in een land, ook in Duitsland, fundamenteel van mening verschillen, de centrale bank toch uiteindelijk bijdraait. De Bundesbank was daar geen uitzondering op. Dat is twee keer gebeurd sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw. Eerst was de Bundesbank tegen een monetaire unie tussen Oost- en West-Duitsland. Toen de bank die strijd verloor, was ze faliekant tegen de omwisselkoers van 1 Oost-Duitse mark voor 1 D-Mark. De Bundesbank vond dat niet verantwoord en te gevaarlijk. Bij de Duitse monetaire unie trok de politiek aan het langste eind.

De tweede keer dat de Bundesbank bakzeil moest halen, heeft te maken met de plannen voor de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU). Bijna alle kopstukken van de Bundesbank waarschuwden toen enerzijds dat de andere landen met de EMU erop uit waren de Duitse invloed in te perken en anderzijds dat Griekenland en Italië niet klaar waren voor de euro. Ook was de centrale bank faliekant tegen het vaststellen van het moment waarop de euro er koste wat kost moest komen. Op alle drie fronten verloor de Bundesbank. Toen had ze wel, in tegenstelling tot nu, de volle steun van De Nederlandsche Bank.

Kortom, in het centrale bankenlandschap heeft de Bundesbank geen bondgenoten meer. De Duitse politiek steunt de bank ook niet en bij de steun van het Duitse volk is het zeer de vraag of die sterk en langdurig genoeg zal zijn.

Laatste strohalm

De laatste strohalm voor de Bundesbank is te vinden op ongeveer 120 kilometer afstand van Frankfurt, in Karlsruhe waar het Duitse constitutionele hof zetelt. Alleen als de rechters van dat hof op 12 september aanstaande oordelen dat het permanente Europese noodfonds (ESM) te ver gaat en dat het huidige ECB-beleid strijdig is met de afspraken gemaakt in het Verdrag van Maastricht begin jaren negentig of dat het beleid van de ECB dat in een later stadium zal zijn, kan de Bundesbank hopen op een ommekeer in de strijd. Anders gaat de Bundesbank-doctrine de Duitse mark achterna: de vergetelheid in.

Weidmanns omschrijving van de Bundesbank onlangs in deze krant is niets anders dan een poging zichzelf toch nog moed in te praten. Het zou ons niet verbazen als Jens Weidmann uiteindelijk iedereen verbaast door, net als Axel Weber en Jürgen Stark , voortijdig op te stappen. De andere kant van deze medaille is dat de ECB steeds meer op het Amerikaanse Federal Reserve System gaat lijken en zich als zodanig gaat gedragen. Veel economen en politici zullen dit als de finale overwinning op de Bundesbank-doctrine zien. Maar voor de monetaire stabiliteit in Europa is dit geen goed nieuws.

* Dit artikel verscheen eerder in het Financieele Dagblad van 1 september 2012.

Te citeren als

Sylvester Eijffinger, Edin Mujagic, “De Bundesbank-doctrine wankelt”, Me Judice, 1 september 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.