De Grote Recessie bestrijd je niet met loonmatiging maar met loonstijging

De Grote Recessie bestrijd je niet met loonmatiging maar met loonstijging image
Afbeelding ‘poverty wage?’ van jez s (CC BY-NC-ND 2.0)
16 feb 2013 | | 1565 keer bekeken

Nu de ‘usual suspects’ op het terrein van crisisbestrijding zijn afgevinkt komt langzaam maar zeker het debat in Nederland weer op vertrouwd beleidsterrein: loonmatiging als uitweg uit de crisis. De Groningse econoom Brakman neemt stelling en stelt dat de Grote Recessie niet als een routineklus kan worden benaderd. Een open economie, die vastgeklonken is aan de euro, kan veel beter zinspelen op en denken aan een loonstijging als beleidsmaatregel.

Crisismaatregelen

Ondanks de huidige Grote Recessie en de dagelijkse problemen met de euro is de vertrouwde discussie over loonmatiging in deze laag conjuncturele tijden wat naar de achtergrond gedrongen. Dit is opmerkelijk. De gebruikelijke reactie in crisistijd is aan te dringen op een beheerste loonontwikkeling. Als de werkloosheid oploopt is het standaardrecept loonmatiging. In een open economie als de onze komt daar nog bij dat door kostenmatiging de concurrentiepositie verbetert waardoor de export aantrekt. Het zwaartepunt van het debat is echter elders komen te liggen: op de monetaire sector van de economie. De discussie gaat over het al dan niet verlagen van begrotingstekorten, de gevaren van een oplopende staatsschuld, hoe het bankwezen te herstructureren, de onafhankelijkheid van de ECB, en het wel en wee van het Europese noodfonds.

Uit de oude doos: loonmatiging

Langzaam komt de oude vertrouwde roep om loonmatiging toch weer boven drijven. Het kabinet streeft samen met de werkgevers naar loonmatiging. De FNV protesteert. En zo zijn wij weer terug op vertrouwd terrein. Onlangs versprak Lodewijk Asscher als minister van Sociale Zaken zich door erop te wijzen dat er voor- en nadelen verbonden zijn aan loonmatiging en vorig jaar wees het CPB ook al op het gevaar van een te grote loonmatiging. De scherpe reactie op de wat beige uitspraak van Asscher wijst erop dat de gevoeligheden groot zijn.

Vier de teugels

Toch is er inderdaad iets te zeggen voor loonstijging. Lonen zijn net als andere prijzen het resultaat van vraag- en aanbod. Hoe vreemd het ook moge klinken in tijden van oplopende werkloosheid, Nederland heeft een dreigend tekort aan arbeidskrachten vanwege de toeslaande vergrijzing. Door het verhogen van de pensioenleeftijd wordt dit enigszins gecompenseerd, maar er dreigt op langere termijn een tekort aan vooral hoger opgeleid (technisch) personeel. Dit betekent dat het onverstandig is de Europese werknemer de boodschap te geven dat de lonen gedurende langere tijd onder druk staan in Nederland.

Concurrentiekracht laat dit toe

Ook staat op dit moment de concurrentiekracht van de Nederlandse economie niet ter discussie. Wij exporteren meer dan wij importeren en een vergelijking van de Nederlandse relatieve exportprijzen ten opzichte van de belangrijkste handelspartners geeft aan dat Nederland een uitstekende concurrentiepositie had en nog steeds heeft. Een vergelijking wat dit betreft met Duitsland is interessant. De Duitse prijzen op de exportmarkten, waar Nederland ook actief is, zijn hoger dan die van Nederlandse exporteurs. Zo bezien staat niets een loonstijging in de weg.

Stille (wisselkoers)aanpassing

Daarnaast kan gewezen worden op de structurele problemen met de euro. Als landen zich internationaal uit de markt prijzen konden die vroeger door te devalueren goedkoper worden, maar nu moeten de lonen omlaag als ze hun positie niet willen verliezen. Maar net als bij een devaluatie (de een zijn devaluatie is per definitie de ander zijn revaluatie) zou de aanpassing van twee kanten kunnen komen; een combinatie van loondaling in Griekenland en een loonstijging in noordelijk Europa. Op dit moment wordt de eis tot aanpassing wel erg eenzijdig bij Griekenland gelegd.

Crisis is geen routineklus

Daarnaast, en hier wees Lodewijk Asscher terecht op, is het slecht gesteld met de consumentenbestedingen in Nederland. De minister van financiën heeft niet veel ruimte om met belastingverlagingen te strooien, dus hopen op inspanning van de Keynesiaanse ‘spender of last resort’ hoeft men niet te rekenen. Aan de export kunnen wij niet veel doen, die is grotendeels afhankelijk van de groei van de wereldhandel, maar aan de groei van de binnenlandse bestedingen wel. Hier is een reële loonstijging wenselijk. Ook het IMF zinspeelt op deze maatregel voor de Noord-Europese landen. Lodewijk Asscher was er snel bij zijn uitspraken te ontkrachten, maar dat neemt niet weg dat een serieuze discussie over reële loonstijging nodig is. Er zijn goede argumenten om de lonen te laten stijgen. Men spreekt momenteel niet voor niets over De Grote Recessie. De luxe om terug te vallen op routine-oplossingen is er niet meer.

* Dit artikel verscheen in verkorte vorm in Trouw van 31 januari 2013.

Te citeren als

Steven Brakman, “De Grote Recessie bestrijd je niet met loonmatiging maar met loonstijging”, Me Judice, 16 februari 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.