De toekomst van de euro: kop of munt?

De toekomst van de euro: kop of munt? image
De eurocrisis dwingt de Europese Unie (EU) tot een duidelijke keuze. Welke zijde gaat de EU aan de wereld laten zien? Kiezen de regeringsleiders voor de eigen natie eerst, wordt het kop, of wordt definitief gekozen voor solidariteit, harde gemeenschappelijke afspraken en stabilisering van de euro, wordt het munt? De Nijmeegse politiek geograaf Van Houtum en econoom Sent houden een pleidooi voor de laatste keuze.

Heeft de euro toekomst?

Anno 2010 wordt er openlijk aan getwijfeld of de euro nog wel voldoende vertrouwen heeft om te kunnen blijven voortbestaan. Want voor iedere munt geldt, deze heeft alleen waarde als er vertrouwen in is. Dat impliceert dat alles draait om de garantie dat de munt die je vandaag in handen krijgt of aankoopt morgen ongeveer dezelfde waarde zal hebben. Het handhaven van de koopkracht van de euro en daarmee prijsstabiliteit in het eurogebied is dan ook de voornaamste doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB). Zij ziet zich daarbij ondersteund door het Stabiliteits- en Groeipact van 1997 dat bestaat uit een reeks afspraken tussen landen van de Economische en Monetaire Unie (EMU) die de waardevastheid van de euro moeten garanderen. Het vertrouwen in de waardevastheid van de euro heeft echter in deze economische crisis een enorme deuk opgelopen.

En dat vertrouwen werd eerder al op de proef gesteld toen in 2003 gemarchandeerd werd met het Stabiliteits- en Groeipact door Duitsland en Frankrijk. Maar onlangs kende het een nieuw dieptepunt doordat er zelfs gesjoemeld werd met de nationale begroting door Griekenland om aan de eisen voor toetreding tot de eurozone te kunnen voldoen. Het gevolg was een enorme daling van de koers van de euro, maar als we de koers volgen vanaf de introductie, dan bevindt die zich nog altijd ver boven de beginwaarde, zoals blijkt uit onderstaande grafiek:

Euro - US dollar

De recente daling van de koers valt terug te voeren op het feit dat individuele staten te weinig door hebben gehad of er zich rekenschap van hebben willen geven dat financieel wanbeleid gericht op nationaal eigengewin direct impact heeft op de waarde van de gemeenschappelijke munt, de euro. Dat is iets wat ook de EMU als geheel zich mag aanrekenen. Want voor het vertrouwen in de euro kent de EMU een aantal cruciale systeemfouten. Het is problematisch dat terwijl het monetaire beleid gecentraliseerd is, het financiële toezicht gefragmenteerd is. Daar komt bij dat het monetaire beleid centraal gevoerd wordt, maar het begrotingsbeleid aan de lidstaten is, met een wankel Stabiliteits- en Groeipact als poging dit enigszins te synchroniseren. De eurozone is met andere woorden wel een muntunie, maar geen economische unie. En ook de Lissabon-doelstellingen zijn dan wel op het niveau van de EU geformuleerd, maar ook dit is aan soevereine staten om deze na te streven. En tenslotte, mede als gevolg van het willen beschermen van de nationale soevereiniteiten in de EU zijn er geen effectieve en geloofwaardige sancties ingebouwd tegen opzettelijk en bewust vertrouwenschadend gedrag van individuele naties. Meer dan een collectieve unie bestaat de eurozone nog teveel uit de zestien regeringen en zestien parlementen die deelnemen aan de muntunie.

Gebrek aan solidariteit

Maar deze fouten in het systeem en het individuele wanbeleid van sommige naties waren al veel langer bekend. Wat het geloof in de euro werkelijk heeft geknakt, is het ontbreken aan solidariteit om de prijs van het falen van het systeem te betalen en om de euro te redden. Want toen het er echt om ging, wilden tal van politici in de EU voor het eigen nationale electoraat, dat doorgaans toch al geen cent teveel wil betalen aan Brussel, geen gezichtsverlies lijden. Dan nog liever de euro eraan. Het was toen dat de EU niets meer dan een dun laagje vernis bleek op een diep gevoeld nationaal protectionisme. Opnieuw prevaleerde het eigenbelang en het korte termijn denken, een herhaling dus van de zetten die de kredietcrisis hadden veroorzaakt. Niet de speculanten die het vertrouwen verloren in de euro zijn zodoende de hoofdveroorzakers van de eurocrisis, maar de lidstaten zelf. Combineer deze vertrouwens- en reputatiecrisis van de euro met het gevoel dat met de euro alles duurder is geworden, en het is logisch dat het nostalgische verlangen naar de eigen pre-euro munt, zoals de gulden en de mark, weer de kop op steekt. De euro is ineens weer iets van hen daar, Brussel, Europese Unie, Frankfurt, Europese Centrale Bank, niet van ons.

Euro: Quo vadis?

De euro bevindt zich anno 2010 dan ook in cruciaal stadium van haar ontwikkeling. Het wordt erop of eronder met de euro, kop of munt.

Onder kop verstaan we dan de keuze voor het in verschillende heruitgevonden munten uiteenvallen van de EMU. De kop als symbool voor het kiezen voor de eigen regeringshoofden, de politieke en economische natie die voorgaat zelfs ten koste van het gemeenschappelijke belang. Het gevolg van deze regressieve keuze zal niettemin een flinke daling van het vertrouwen en de welvaart en een toename van de spanningen zijn.

Of het wordt munt? Hier bedoelen we een keuze voor de toekomst van de euro door een toename van economische en politieke integratie ter ondersteuning van de monetaire integratie. En indien succesvol is de consequentie dan een geleidelijk herstel van het vertrouwen, stabiliteit en uiteindelijk welvaart. Cruciaal is dan wel het vertrouwen in de munt. Want net als iedere munt, is ook de euro een uitgevonden munt. Dat vertrouwen was er lange tijd. En dat voor een piepjonge munt. De onderlinge monetaire koppeling heeft geleid tot een grotere positieve wederzijdse afhankelijkheid en noodgedwongen solidariteit tussen de staten in de EU. De gemeenschappelijke munt heeft voorts een belangrijke rol als katalysator van de integratie van financiële markten. Het slechten van de grenzen in de EU heeft tot een exponentiële groei van de handel en de onderlinge handelsbetrekkingen geleid. En die onderlinge economische vervlechting kan niet kosteloos worden teruggedraaid.

Vertrouwen moet hersteld worden

Dat neemt niet weg dat er grote uitdagingen op het pad van de EMU liggen. Er bestaan grote verschillen in economische kracht en stabiliteit van de deelnemers. En er wacht de zware taak om de financiële kredietwaardigheid van verschillende naties, de grote gaten in nationale begrotingen mede als gevolg van de crisis, te herstellen. Maar het draait vooral om het herstel van het vertrouwen in de euro. De nationale bezuinigingen die nu worden doorgevoerd, moeten dan ook in dit licht worden bezien. Ze zijn vooral bedoeld om het vertrouwen van de consument en de handelaar te herstellen. Want waar het nu op aankomt, is niet alleen het reputatie in de budgetstabiliteit en kredietwaardigheid van de naties in de EU te herstellen, maar vooral te werken aan het verder verstevigen van het onderlinge vertrouwen en solidariteit.

Voorzichtige stappen in die richting worden gezet. Want uiteindelijk is gebleken dat de landen alhoewel rijkelijk laat en na veel gekissebis, uiteindelijk toch, en zelfs in strijd met het Verdrag van Maastricht, Griekenland te hulp zijn geschoten en een stevige financiële garantiestelling hebben afgegeven om het vertrouwen in de euro te herstellen. Het besef lijkt eindelijk doorgedrongen dat de crisis als internationaal fenomeen niet louter nationaal op te lossen is. In het hart van de crisis was het even ieder voor zich, maar zonder de euro was het ieder voor zich gebleven. Met alle gevolgen van dien. Voor een goede werking van de interne markt en Europese kennisruimte is het derhalve van essentieel belang te werken aan een gemeenschappelijke politieke basis. Om te beginnen moet daartoe het Stabiliteits- en Groeipact aangescherpt worden. Voorts moet de eenzijdige aandacht voor de begrotingstekorten verlegd worden naar de structurele begrotingstekorten, die grotendeels onafhankelijk zijn van de economische cyclus, in relatie tot de staatsschulden. Tenslotte moeten er meer effectieve en geloofwaardige sancties tegenover overtreders van de collectieve monetaire afspraken te komen.

‘Never allow a crisis to go to waste,’ zei Rahm Emanuel al eens. Dus wordt het kop of munt voor de euro? Er zijn positieve voortekenen dat de crisis wordt aangewend om te kiezen voor munt.

Te citeren als

Henk van Houtum, Esther-Mirjam Sent, “De toekomst van de euro: kop of munt?”, Me Judice, 5 juli 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.