De zegeningen van die vervloekte euro

De zegeningen van die vervloekte euro image
Afbeelding ‘Greeks protest…’ van Joanna (CC BY 2.0)
11 jun 2011 | | 3205 keer bekeken
Het experiment van de euro is in het verleden bekritiseerd omdat een gemeenschappelijke munt een collectief goed is dat door gemeenschappelijke besluitvorming beheerd moet worden, terwijl binnen de EU de feitelijke macht over financiële en budgettaire kwesties gedecentraliseerd bleef. Het leek daardoor een instabiel systeem te zijn, dat alleen door soepele international coördinatie overeind kon worden gehouden. En die coördinatie werkt misschien goed in tijden van voorspoed, maar komt onder druk te staan wanneer het tegenzit.

Crisis als lakmoesproef

De afgelopen jaren vormden een goede testcase van deze fundamentele kritiek op de euro. In feite ontwikkelde zich een nachtmerriescenario waarvan het eind nog niet in zicht is. Het wordt in de discussie van de laatste jaren nog wel eens over het hoofd gezien dat juist landen als Duitsland en Frankrijk als eerste begonnen te knagen aan de grondslagen van het systeem. Dit uitte zich in verzet tegen te rechtlijnige uitvoering van het Stabilisatiepact, waarin de regels van het spel vastgelegd waren. Vooral Duitsland had er problemen mee dat de tekorten die sterk waren opgelopen na de hereniging van het land, en opnieuw groeiden na de recessie van 2002-2003, conform de regels van het spel zouden worden bestraft met het opleggen van boetes. Aldus werd het boetesysteem in feite al in een vroeg stadium buiten werking gezet, tot frustratie van toenmalig Minister van Financiën Zalm. Deze verwikkelingen in die jaren vormden nog maar een bescheiden voorspel van het echte drama dat zich de afgelopen jaren aan het ontvouwen is. Maar het is de moeite waard om deze fase even te memoreren – te vaak wordt in de recente discussies gedaan alsof het overtreden, ondermijnen of ontlopen van regels een typisch Zuid-Europese aangelegenheid zou zijn.

De morele as van Europa

De eerste economische terugslag van 2002-2003 leidde dus al tot forse spanningen in het euro-systeem, maar dat is niets vergeleken met de problemen waar nu mee geworsteld wordt. Er is een soort morele as in Europa ontstaan, een as van goed en kwaad, waarbij de deugdzame en spaarzame burgers en overheden in het noorden verblijven, die zich daarbij spiegelen aan de spilzieke en misschien zelfs corrupte zuiderlingen rond de Middellandse Zee (en in Ierland – maar dat is dan ook katholiek). Onder populisten in binnen- en buitenland is dit door zijn simpelheid aantrekkelijke beeld ook aangeslagen. Het politieke debat gaat er dan over hoeveel middelen het noorden vrij moet maken om het zuiden te redden. Waarbij een ding duidelijk is: het noorden heeft zijn zaakjes na de financiële crisis van 2008-2009 wel voor elkaar, het zuiden helemaal niet. Daar is de economie in een diep gat terecht gekomen, loopt de (jeugd) werkloosheid alleen maar op, en verergeren de zo noodzakelijke hervormingen in de overheidsfinanciën de conjuncturele neergang. Anderzijds loopt de centrale motor van het herstel in het noorden als een trein: de Duitse export en industrie is wonderbaarlijk snel uit het dal geklommen. Landen als Nederland en België laten een vergelijkbaar positief beeld zien. De moraal is duidelijk: de noordelijke deugden worden beloond, de zuidelijke verspilling bestraft, en alleen het feit dat het noorden flink moet meebetalen aan het overeind houden van de Griekse, Portugese en Ierse economie staat wat haaks op de pointe van het verhaal.

Voor- en tegenspoed is onderdeel eurosysteem

Er kunnen grote vraagtekens gezet worden bij deze simpele voorstelling van zaken. Sterker nog, het noordelijke succes en het zuidelijke falen zijn, tot op zekere hoogte, onderdeel van dezelfde dynamiek van het eurosysteem. Het probleem van dit systeem was dat het landen met heel verschillende sociaal-economische tradities en politieke systemen bij elkaar bracht. Landen als Italië, Spanje, Griekenland en Portugal kenden in het verleden een – door de andere politieke economie – hoger tempo van inflatie, en daardoor een hoger renteniveau. Dit werd op den duur gecompenseerd door met enige regelmaat te devalueren: de economie kreeg dan weer een flinke oppepper, exporten namen sterk toe, totdat de hogere inflatie het voordeel weer had opgesoupeerd. De invoering van vaste wisselkoersen binnen de EMU had hier twee gevolgen. In eerste instantie leidde dit tot een sterke daling van de rentestand (op overheidspapier evengoed als op de private markt). Dit werd in de jaren negentig met gejuich ontvangen, want het was het signaal dat de markt de euro serieus nam – sterker nog, rekende op een succesvolle invoering ervan. De daling van de rente was in eerste instantie een zegen voor deze landen. Het leidde, zoals elke econoom kan voorspellen, tot een toename van investeringen in vastgoed en stimuleerde de economische groei. Het maakte het tevens mogelijk om moeilijke bezuinigingen op de overheidsbegroting uit te stellen, want de financiering van de publieke schuld kon nu veel goedkoper.

De daling van de rentestand en de boom die daarop volgde – vooral in de bouw – voorkwam echter dat de zuidelijke landen ook in termen van het tempo van loon- en prijsstijgingen naar het noorden evolueerden. Loon- en prijsspiralen zijn nu eenmaal taaie fenomenen, die zich alleen in tijden van echte crisis laten doorbreken. Hierdoor ontstond een fundamentele onevenwichtigheid binnen de EMU die verantwoordelijk is voor een groot deel van de huidige problematiek. Prijzen en lonen in delen van het eurosysteem – in de landen rond de Middellandse Zee en in Ierland – zijn sinds de invoering van de euro door deze ontwikkelingen veel meer gestegen dan in Duitsland, Frankrijk of Nederland. Omdat de onderlinge koersen bevroren zijn – er in feite niet meer zijn sinds de euro – is hierdoor de situatie ontstaan dat de zuiderlingen zich uit de markt geprijsd hebben, terwijl de noorderlingen een goedkoopte-eiland zijn geworden. Dit is vermoedelijk de belangrijkste oorzaak van het zo uiteenlopen van de economische ontwikkeling binnen het eurogebied sinds de terugval van 2008-2009. Tot die tijd werd deze onevenwichtigheid nog aan het oog onttrokken door de sterke economische expansie van landen als Spanje en Ierland – mede gedreven door de vastgoedboom aldaar. Nu die tot het verleden behoort, komen de onderliggende verhoudingen des te scherper aan het licht.

Hoe groot zijn de onevenwichtigheden?

Verschillende maatstaven van de international concurrentiekracht van landen als Spanje of Ierland laten zien dat de reëel effectieve wisselkoers van deze landen in de afgelopen 15 jaar met 10 tot 15 procent is gestegen, terwijl die van bijvoorbeeld Duitsland met bijna 10 procent is gedaald (Bron: OECD Historical Statistics). Gaan we ervan uit dat de situatie bij de invoering van de euro halverwege de jaren 1990 min of meer in evenwicht was, dat is daarmee een verschil in concurrentiekracht van misschien wel 20-25% ontstaan. Tentatieve schattingen van de effecten hiervan op de groei van exporten en GDP laten zien hoe sterk dit doorwerkt: een toename van de reëel effectieve wisselkoers met 1% leidt, heel voorzichtig ingeschat, tot 0,1 tot 0,2 minder groei van exporten en GDP. Het ‘gat’ van 25 procent punten tussen de twee extreme landen, Spanje en Duitsland, zou dus het hele verschil in economische groei tussen beide landen verklaren.

Succes en falen zijn gekoppeld

Als dat waar is, dan zijn de implicaties ervan tamelijk dramatisch. Ten eerste laat dit zien dat het succes van het noorden en het falen van het zuiden eigenlijk twee zijden van dezelfde medaille vormen. Duitsland kan alleen maar de concurrentiekracht zo sterk opvoeren omdat er andere landen zijn – Spanje, Ierland, Griekenland – waar de concurrentiepositie door deze ontwikkelingen in het ongerede geraakt is. Sterker nog, het noorden heeft het zuiden nodig om te voorkomen dat de euro te sterk zou worden, waardoor de concurrentiekracht van het noorden opwaardering van de munt ondermijnd zou worden. Wat dat betreft is elke crisis rond landen als Griekenland of Portugal een (gemengde) zegen: het leidt tot afnemend vertrouwen in de euro waardoor de reëel effectieve wisselkoers van het noorden zich op het behaaglijk lage niveau kan stabiliseren. Was de EMU nu gesplitst in een zuid- en een noord-euro, dan zou het noorden hier nooit van hebben kunnen profiteren. Kortom, we danken momenteel onze conjuncturele voorspoed aan het malaise van de Griek en de Ier.

Evenwichtsherstellend mechanisme ontbreekt

Ten tweede, en dat is nog veel problematischer, er is simpelweg binnen de EMU geen mechanisme om te komen tot een herstel van het evenwicht in termen van de reëel effectieve wisselkoers van de verschillende deelnemers aan de EMU. Crisis in Griekenland en Spanje helpt een beetje, want het drukt het prijsniveau aldaar, maar het kan jaren, zo niet decennia duren voordat dit afdoende is. Maar jarenlange stagnatie lijkt geen acceptabel draaiboek. De situatie doet denken aan de problemen waar Argentinië zich voor 2001 in bevond (zie filmpje op Me Judice), of aan de situatie van de landen die zich in de jaren dertig aan de gouden standaard vastklampten, die beloond werden met een veel te hoog niveau van prijzen en lonen, en na jaren van stilstand toch gedwongen werden het goud te verlaten.

De logica van de euro

Kortom, we zitten diep in de problemen: niet vanwege morele of andere tekortkomingen van het zuiden (al moet erkend worden dat Griekenland wel een beetje een verhaal apart is), maar vanwege de logica van de euro, van een munt die eenheid moest brengen waar sociaal-politieke systemen niet voldoende naar elkaar toegegroeid waren. Laten we dus ophouden met het wijzen van beschuldigende vingers naar elkaar, en een scenario bedenken hoe we op een beheerste manier deze problemen het hoofd kunnen bieden – met of zonder de euro.

* Deze bijdrage is in verkorte vorm verschenen in NRC Handelsblad van 11 juni 2011.

Te citeren als

Jan Luiten van Zanden, “De zegeningen van die vervloekte euro”, Me Judice, 11 juni 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.