De zegeningen van het provisieverbod

De zegeningen van het provisieverbod image
Afbeelding ‘Bonnefantenmuseum Maastricht’ van FaceMePLS (CC BY 2.0)
16 mei 2012 | | 2875 keer bekeken
Per 1 januari 2013 mogen banken en verzekeraars geen provisies meer betalen aan tussenpersonen (ook wel intermediairs genoemd) voor de advisering over en bemiddeling in complexe en impactvolle financiële producten. Dit provisieverbod heeft tot veel weerstand geleid bij met name de tussenpersonen. Toch is dit verbod uiteindelijk een zegen voor zowel de professionele tussenpersoonals de consument. Aldus de Amsterdamse econoom Fred de Jong.

Provisieverbod

Het provisieverbod gaat gelden voor complexe producten (art.1:1 Wft), hypothecaire kredieten, particuliere inkomensverzekeringen (arbeidsongeschiktheid), betalingsbeschermers, overlijdensrisicoverzekeringen en uitvaartverzekeringen. De belangrijkste reden om producten onder het provisieverbod te brengen is het bestaan van misstanden in de markt, zo geeft minister De Jager aan (Ministerie van Financiën, 2011). Daarmee doelde de minister op misstanden als gevolg van het bestaan van ‘perverse prikkels’ zoals bij de woekerpolisaffaire en de verkooppraktijken van DSB. De consequentie van dit besluit, waarmee de Tweede Kamer unaniem heeft ingestemd, is dat de financieel adviseurs die geen onderdeel zijn van een bank of verzekeraar (de onafhankelijke intermediairs of tussenpersonen) voor deze producten een directe beloning moeten afspreken met de consument. In de praktijk betekent dit een beloning in de vorm van een uurtarief, een vaste fee of een abonnement.

Weerstand

Bij veel tussenpersonen is er nog steeds weerstand tegen de invoering van het provisieverbod. Zo zijn er tussenpersonen die hopen dat de invoering van het provisieverbod als gevolg van de val van het kabinet controversieel wordt verklaard. In eerste instantie was ook de grootste brancheorganisatie van tussenpersonen, Adfiz, tegen de plannen voor een provisieverbod. Dat was in 2010, toen het Verbond van Verzekeraars (2010) een position paper publiceerde waarin het beloningsmodel CAR (Customer Agreed Renumeration) werd voorgesteld. Binnen het CAR-concept maken tussenpersonen een contractuele afspraak met de klant over de vorm en hoogte van de beloning. Waarbij verzekeraars bereid waren om die afgesproken beloning namens de klant te innen en door te betalen aan de tussenpersoon. Uiteindelijk heeft Adfiz (2010) ook gepleit voor het doorknippen van de financiële banden, weliswaar alleen voor vermogensopbouwende producten.

Naast de pleidooien vanuit de verzekeringssector voor een provisieverbod, de banken hebben zich altijd buiten deze discussie gehouden, was ook de politiek in 2011 overtuigd van de noodzaak tot dit verbod. Daartoe mede aangezet door een rapport van SEO (2010) waarin werd vastgesteld dat de gevraagde cultuuromslag (van productgedreven naar adviesgeoriënteerde dienstverlening) binnen de sector niet was bereikt en dat de regelgeving die reeds was ingevoerd (o.a. beloningstransparantie) te weinig effect sorteerde. Op dit moment loopt de consultatie over de voorgenomen wetswijzigingen die het provisieverbod daadwerkelijk gaat realiseren.

Effecten provisieverbod

Nu de invoering van het provisieverbod nabij is, is het verstandig om nog eens de beoogde economische effecten van deze maatregel op een rij te zetten.

  • De invoering van een provisieverbod geeft een stimulans aan de marktwerking binnen de intermediaire bedrijfstak. Intermediairs worden door dit verbod economisch geprikkeld om voor de klant toegevoegde waarde te leveren, anders zullen consumenten immers niet bereid zijn om een beloning direct aan de adviseur te betalen. Het biedt ook de mogelijkheid om direct voor het advies te laten betalen en gespreid (bijvoorbeeld via een abonnement) voor de doorlopende dienstverlening (voldoen aan de zorgplicht).

  • Door het wegnemen van de financiële banden wordt tevens het reputatiemechanisme weer belangrijker. Consumenten gaan adviezen van intermediairs beter met elkaar vergelijken, waardoor intermediairs met een te hoog tarief in verhouding tot de geleverde prestaties zich sneller uit de markt prijzen. Intermediairs zullen duidelijk moeten maken wat ze doen voor de klant, wat het de klant oplevert en welke kosten daar tegenover staan. Hoewel consumenten nooit de kwaliteit van het advies inhoudelijk kunnen beoordelen, immers die openbaart zich meestal pas jaren later als een pensioenverzekering gaat uitkeren of als de hypotheek wordt afgelost, wordt de kwaliteit van dienstverlening wel positief beïnvloedt.

  • Daarnaast zullen intermediairs zich ten aanzien van de bank of verzekeraar gemakkelijker opstellen als onderhandelaar namens de klant die voor die dienstverlening betaalt. Het intermediair heeft geen financieel belang meer dat hem verhindert om het onderste uit de kan te halen voor zijn klant.

  • Als gevolg van een provisieverbod kunnen intermediairs ook het aanbod richting de consument verbreden, doordat ook 'direct writers' in de advisering kunnen worden betrokken. Het intermediair is niet meer afhankelijk van een intermediairverzekeraar of bank die provisie uitkeert. Dat betekent dat ook de marktwerking bij de aanbieders positief gestimuleerd wordt, doordat zij de gunst van het intermediair (lees: de omzet) niet meer via provisies, financieringen en bonussen kunnen afdwingen. Banken en verzekeraars zullen de strijd meer moeten aangaan via onder meer het aanbieden van kwalitatief goede producten, scherpe premies/rentes, vlekkeloze administraties en goede service.

Borgen kwaliteit adviseurs

Het provisieverbod alleen is niet genoeg om de kwaliteit van financiële adviezen te verbeteren. Het is dan ook goed dat naast het aanpakken van de perverse prikkels in het wijzigingsbesluit financiële markten 2013 ook maatregelen staan opgenomen om de deskundigheid van financieel adviseurs te vergroten. Zo komt er een diplomaplicht voor alle medewerkers bij financiële instellingen (dus ook bij banken en verzekeraars) die inhoudelijk adviseren over financiële producten. Verder wordt de ‘bankierseed’ verplicht gesteld voor alle financiële dienstverleners, dus ook voor de tussenpersonen. Een dergelijke eed heeft een symbolische waarde, maar zal geen economische effect teweeg brengen.

Provisieverbod goede zaak

Met het verleggen van de financiële prikkel van de aanbieders naar de afnemers bij complexe financiële producten, is niet alleen de consument de winnaar, maar ook de tussenpersoon. Tenminste voor diegenen die daadwerkelijk in staat zijn om voldoende toegevoegde waarde te bieden zodat de consument daarvoor wil betalen. Mijn inschatting is dat er nog enkele duizenden intermediairs de komende jaren zullen verdwijnen (van de 8500 die er nu zijn), maar de overblijvers zullen een veel sterkere positie hebben dan nu.

Referenties

Adfiz (2010), Visie op een andere wijze van belonen van de financieel adviseur, Amersfoort

Jong, F. de (2010), Marktfalen bij tussenpersonen, Uitgeverij Paris, Zutphen

Ministerie van Financiën (2011), brief op 13 april 2011 aan de voorzitter van de Tweede Kamer met kenmerk FM/2011/7110 M, Den Haag

Ministerie van Financiën (2012), ontwerp Wijzigingsbesluit financiële markten 2013 , Den Haag

SEO (2010), Evaluatie provisieregels complexe producten, Amsterdam

Verbond van Verzekeraars (2010), ‘De klant aan het stuur, ook in de relatie tot zijn intermediair’, standpunt van verzekeraars met betrekking tot een toekomstbestendig, onafhankelijk intermediairsysteem, 18 februari 2010, Den Haag.

Te citeren als

Fred de Jong, “De zegeningen van het provisieverbod”, Me Judice, 16 mei 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.