Europese belastingharmonisatie nodig, nu en na de crisis

Europese belastingharmonisatie nodig, nu en na de crisis image
21 jul 2009 |
In de zoektocht naar middelen om oplopende begrotingstekorten binnen Europa te beperken wordt verhoging en harmonisatie van de winstbelasting over het hoofd gezien. Dat is een gemiste kans volgens de Rotterdamse economen Vrijburg en De Mooij, omdat het de nodige stabilisatie voor de economie kan bieden en de contraproductieve werking van belastingconcurrentie kan tegengaan.

Oplopende tekorten

Europese overheden gaan de crisis te lijf met hun nationale begrotingsbeleid. Automatische stabilisatie en diverse pakketten aan stimuleringsmaatregelen zorgen voor een afname van de overheidsinkomsten en een stijging van de uitgaven. Het gevolg is dat begrotingstekorten al flink zijn opgelopen. In Engeland en Ierland zullen de tekorten zijn gestegen tot boven de 10% in 2010. Voor Nederland verwacht het CPB een begrotingstekort volgend jaar van 6.7%. In Oost-Europa gaan landen bijna ‘failliet’: de EU lidstaten Hongarije, Letland, Polen, en Roemenie alsook de niet-lidstaten Bosnië-Herzegovina, Moldavië, Oekraïne, Servië en Wit-Rusland liggen allemaal al aan het infuus van het IMF.

Op zoek naar geloofwaardige stimulering

De gewenste stimulering van de economie op korte termijn is alleen geloofwaardig als duidelijk is hoe de ontstane tekorten zullen worden gefinancierd in de toekomst. Er is een toekomstvisie nodig die vertrouwen geeft over het aflossen van de gemaakte schulden. Dit geldt temeer met het vooruitzicht van de vergrijzing en de invloed daarvan op de overheidsfinanciën. De kapitaalmarkt neemt deze signalen serieus, getuige de dalende vraag naar overheidsobligaties in de Verenigde Staten, het falen van nieuwe emissies van staatsobligaties in Engeland en Letland en stijgende rentevoeten op staatsobligaties in landen waar de overheidsfinanciën in de gevarenzone terechtkomen.

Sommige Europese lidstaten zijn bezig met het formuleren van beleidswijzigingen die de huidige stimuleringsmaatregelen moeten financieren. In Engeland en Ierland wordt al bezuinigd om de tekorten te beperken. Verder zal Engeland het toptarief in de inkomstenbelasting volgend jaar gaan verhogen. Nederland kiest ervoor om in 2011 te gaan bezuinigen en de pensioenleeftijd te verhogen. Ook Hongarije kiest voor verhoging van de pensioensgerechtigde leeftijd en overweegt verder bezuinigingen op de pensioenen en de kinderbijslag. Letland probeert met een korting op zowel de salarissen van overheidspersoneel met 20 procent (!) als de pensioenen met 10 procent een devaluatie van de Lat te voorkomen. De Poolse overheid is van plan een gedeelte van haar belangen in het bedrijfsleven te verkopen en staatsbedrijven geen dividenden te laten uitkeren.

Waarom niet vennootschapsbelasting verhogen?

Opvallend is dat geen enkel Europees land een verhoging van de vennootschapsbelasting overweegt. Zelfs Ierland of de landen in Oost-Europa zien niets in zo’n maatregel, dit terwijl de tarieven die deze landen hanteren (ver) beneden de 20% liggen. Waarom eigenlijk niet? Hier doet zich een leemte voor in de rol van Europa. De EU heeft namelijk niets in de melk te brokkelen bij de vennootschapsbelasting. In het licht van de crisis is dit om twee redenen jammer. Allereerst zou Europese samenwerking voor meer automatische stabilisatie kunnen zorgen. Ten tweede kan Europa heilloze belastingconcurrentie indammen, zodat overheden hun opbrengst structureel kunnen verhogen. We lichten beiden argumenten nader toe.

Versterking stabilisatie

Europese samenwerking kan op korte termijn automatische stabilisatie via de overheidsbegrotingen versterken. Veel bedrijven maken dit en volgend jaar grote verliezen. Deze kunnen binnen Europa niet worden verrekend met moeder- of dochterondernemingen die nog wel winst maken. De winstgevende onderdelen blijven dus gewoon belasting betalen over hun eigen deel, terwijl andere onderdelen verlies maken. Afhankelijk van de precieze vormgeving van de regels voor verliescompensatie, kunnen verliezen pas ergens in de komende jaren worden gecompenseerd, als er dan tenminste weer winst wordt gemaakt. Als de economie aantrekt, gaat de vennootschapsbelasting dus extra olie op het vuur gieten. Niet erg handig. Verliescompensatie binnen de interne markt zou een veel beter stabiliserend effect hebben, juist op de plek waar dat het meest wenselijk is, namelijk via de cashflow van bedrijven.

Vermindering belastingconcurrentie

De tweede reden waarom het jammer is dat Europa niets te zeggen heeft over de vennootschapsbelasting heeft te maken met belastingconcurrentie. Geen enkel land durft het aan om het tarief van de vennootschapsbelasting te gebruiken om in de toekomst meer belastinggeld binnen te halen. Tariefconcurrentie tussen verschillende EU lidstaten zorgt ervoor dat het voor individuele lidstaten moeilijk is om extra belastinginkomsten te verkrijgen, omdat ze bang zijn dat een verhoging van de vennootschapsbelasting leidt tot een uitvlucht van kapitaal en papieren winst. Niet voor niets heeft belastingconcurrentie in Europa de tarieven enorm verlaagd, terwijl het federale tarief in de Verenigde Staten al sinds jaar en dag 35% bedraagt. Hier kan Europa soelaas bieden, bijvoorbeeld door de introductie van een minimumtarief. Voor zowel lage belastinglanden als Ierland en de Baltische Staten als hoge belastinglanden in het Westen van Europa zou dat een belangrijke stap zijn om de geloofwaardigheid van het beleid te vergroten.

Belastingharmonisatie gewenst

De Europese commissie onderzoekt al geruime tijd de mogelijkheid om de grondslag van de vennootschapsbelasting te harmoniseren door middel van de zogeheten Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB). Dit voorstel impliceert dat de winst van multinationals binnen de Interne markt wordt geconsolideerd. Verliezen in een EU-lidstaat worden dan automatisch verrekend met winsten in een andere EU-lidstaat. Dit zorgt voor betere automatische stabilisatie. Jammer is echter dat het voorstel geen tariefharmonisatie omvat. Daardoor bestaat het risico dat tariefconcurrentie net zo hevig blijft of misschien zelfs wel intensiever wordt. Aanvulling van het CCCTB voorstel met een minimumtarief is daarom goed verdedigbaar.

Belastingharmonisatie is echter van de politieke agenda geschrapt na het Ierse Nee in het najaar van 2008. De Europese Raad heeft op aandringen van Ierland belastingharmonisatie bovendien taboe verklaard voor een toekomstig EU verdrag. Europa klopt zichzelf op de borst waar het gaat over de uniforme kwaliteit van het zwemwater, iets wat toch vooral een nationale kwestie zou moeten zijn. Maar op het terrein van de vennootschapsbelasting waar Europese coördinatie node wordt gemist, is ze afwezig. Hier ligt een belangrijke taak voor de nieuwe Europese Commissie die straks aan de slag gaat. Belastingharmonisatie in de EU is op grond van het subsidiariteitsbeginsel goed te verdedigen. Tijdens de crisis werd dit gemist, maar na de crisis is het evenzeer gewenst. De nieuwe Commissaris zal de CCCTB samen met een minimumtarief op de beleidsagenda moeten krijgen. En als Ierland niet mee wil doen, dan is er nog altijd de weg van versterkte samenwerking, waarbij een kopgroep van landen wel gezamenlijk optrekt.

Te citeren als

Hendrik Vrijburg, “Europese belastingharmonisatie nodig, nu en na de crisis”, Me Judice, 21 juli 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.