Laat de economie zoveel mogelijk met rust!

Laat de economie zoveel mogelijk met rust! image
Afbeelding ‘Tranquility Base’ van Luis Argerich
17 feb 2009 |
De Nederlandse overheid krijgt te maken met slecht economisch nieuws en tegenvallers stapelen zich op. Die onzekerheid is niet ongebruikelijk, volgens de Amsterdamse econoom Beetsma en het belangrijkste voor de overheid is om het hoofd koel te houden. Het kabinet Balkenende moet terughoudend zijn in zowel actieve stimulering van de economie als fors bezuinigen.

De Nederlandse economie gaat sneller en eerder achteruit dan oorspronkelijk verwacht was. Met Prinsjesdag afgelopen jaar was de verwachting dat de Nederlandse economie nog stevig zou groeien in 2009, terwijl de overheidsschuld tot onder de 40% van het BBP zou dalen. Naar nu blijkt was de economie al sinds het tweede kwartaal afgelopen jaar aan het krimpen. Dit soort correcties in de macro-economische cijfers is niet ongebruikelijk. Voorlopige macro-economische cijfers wijken vaak substantieel af van cijfers die later beschikbaar komen, terwijl de uiteindelijke cijfers meestal pas na enkele jaren vastliggen. De onzekerheid rond recente cijfers moet beleidsmakers altijd terughoudend maken in het doen van actieve ingrepen in de economie. Dat is ook op dit moment weer het geval. Het kabinet moet dus voorzichtig zijn in zowel actieve stimulering (belastingverlaging en extra uitgaven) als in het forceren van ombuigingen.

Ombuigingen versterken de achteruitgang van de economie doordat de vraag naar goederen en diensten verkleind wordt. De resulterende uitverdieneffecten maken bovendien verdere ombuigingen noodzakelijk. De door het kabinet zelf opgelegde grens van een tekort van 2 procent maakt een ombuiging van 20 miljard euro noodzakelijk. Dit is circa 2,5% van het totale BBP. Zo’n grote ombuiging is redelijkerwijs onmogelijk in het huidige economische klimaat. Het overschrijden van de 2%-grens zal hoogstwaarschijnlijk gevolgd worden door een overschrijding van de 3%-tekortgrens die door Verdrag van de EU en het Stabiliteits- en Groeipact zijn opgelegd. Dit is spijtig gegeven de nadruk die Nederland altijd op de handhaving van deze regel in Europees verband heeft gelegd. Echter het overschrijden van deze 3%-grens zal hoogstwaarschijnlijk niet tot consequenties leiden omdat dit is toegestaan als de economie voldoende hard achteruitholt en de overschrijding tijdelijk is en niet te groot.

Hoe zit het met intensiveringen? Ook hier is mijn pleidooi er een voor terughoudendheid. Er valt iets voor te zeggen om de uitvoering van infrastructurele projecten naar voren te halen, omdat deze projecten toch moeten gebeuren en omdat ze nu waarschijnlijk goedkoper kunnen gebeuren doordat de bouwsector in het slop zit en de aannemers daarom lagere prijzen zullen berekenen (als Verkeer- en Waterstaat de moeite doet om stevig te onderhandelen). We moeten echter oppassen met het stimuleren van specifieke sectoren, omdat dit de economie verstoort en een precedentwerking schept voor andere sectoren die ook hulp willen. Voorts is er het gevaar van het doen van onnodige uitgaven voor onzinprojecten zoals het overal bouwen van oplaadpunten voor elektrische voertuigen. Dit is onnodige verkwisting zolang er te weinig elektrische voertuigen zijn die daar gebruik van kunnen maken. Ook zal de effectiviteit van extra infrastructurele investeringen beperkt zijn door de grote weglekeffecten die een kleine open economie als Nederland kenmerken. Het zelfde geldt voor (tijdelijke) belastingverlagingen. Eigen schattingen met mijn collega’s Giuliodori en Klaassen laten zien dat het uitgeven van een extra euro door de overheid van een kleine open economie zoals Nederland tot minder dan een extra euro aan BBP leidt.(1) Weliswaar slaan de uitgaven van de overheid vooral neer bij de nationale producenten en dienstverleners, de extra inkomsten voor de werknemers van deze bedrijven en de dividenden voor de aandeelhouders ervan worden weer voor een groot deel aan importen besteed. Er moet dus veel extra uitgegeven worden om een substantieel effect op de economie te krijgen. Tenslotte leiden extra intensiveringen tot een verder oplopen van de staatsschuld, die sowieso al sterk is toegenomen door de steun aan de financiële sector (die grotendeels buiten de berekening van het tekort is gebleven.

Referentie:

Beetsma, R., Giuliodori, M. and F. Klaassen (2008). The Effects of Public Spending Shocks on Trade Balances and Budget Deficits in the European Union. Journal of the European Economic Association, Vol.6, No.2-3, pp.414-423.

Te citeren als

Roel Beetsma, “Laat de economie zoveel mogelijk met rust!”, Me Judice, 17 februari 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.