Medisch specialisten profiteren van kunstmatige schaarste aan artsen

Medisch specialist achter een pc scherm met röntgen foto’s
Afbeelding ‘Man at work--physician assistant’ van yooperann (CC BY-NC-ND 2.0)
De hoge inkomens van medisch specialisten zijn voor een belangrijk deel het resultaat van de kunstmatige schaarste aan artsen in Nederland. Die is ontstaan door het van overheidswege limiteren van het aantal studenten dat geneeskunde kan studeren (numerus fixus). Dit stellen Nadine Ketel, Bas van der Klaauw, Edwin Leuven en Hessel Oosterbeek op basis van een onderzoek naar de beloning van medisch specialisten en huisartsen. Medisch specialisten moeten weliswaar relatief lang studeren, maar het extra inkomen dat zij later verdienen is veel hoger dan de misgelopen inkomsten tijdens de lange studie. De overheid kan dit profiteren van kunstmatige schaarste corrigeren door bijvoorbeeld het collegegeld voor geneeskundestudenten fors te verhogen of de studenten zelf te laten betalen voor hun specialisatie.

Weinig artsen, hoge verdiensten

Sinds enige tijd is er in de media veel aandacht voor de hoogte van de salarissen van medisch specialisten. De onderstaande figuur, afkomstig van de OESO laat zien dat Nederland relatief het kleinste aantal specialisten kent en dat zij de hoogste vergoeding ontvangen. Volgens de OESO (2010) is in Nederland het inkomen van medisch specialisten 5,5 keer zo hoog als het gemiddelde inkomen, terwijl dit in de meeste andere onderzochte landen onder de 4 blijft. Dit is niet het geval voor huisartsen (GPs).

Figuur 1. Beloning van medisch specialisten (‘specialists’) en huisartsen (‘GPs’) uitgezet tegen het aantal artsen per hoofd van de bevolking, 2004

 Figuur 1. Beloning van medisch specialisten (‘specialists’) en huisartsen (‘GPs’) uitgezet tegen het aantal artsen per hoofd van de bevolking, 2004
Bron: OECD Health Data 2007 en US Community Tracking Study Physician Survey, 2004-05.

Zoals in veel landen wordt ook in Nederland de toelating tot de medische professie centraal gelimiteerd (zie bijvoorbeeld Simoens en Hurst, 2006). Een beperkt aanbod van medici zorgt mogelijk voor extra inkomsten als gevolg van schaarste, zogenaamde monopolie rents, voor mensen die wel toegang hebben. Er zijn echter ook andere redenen die kunnen verklaren waarom medici een relatief hoog inkomen hebben. Vaak wordt gewezen op de lange opleiding die nodig is om medisch specialist te worden en het grote aantal uren dat artsen zouden werken.

Numerus fixus

Sinds 1976 is er een numerus fixus voor de studie geneeskunde. De numerus fixus was oorspronkelijk bedoeld om het niveau van de studie te handhaven in een tijd van stijgende studentenaantallen. Tegenwoordig worden ook nog twee andere redenen genoemd om het aantal studenten dat geneeskunde studeert te beperken (RVZ, 2010). Een geneeskundestudie is duurder dan andere studies en het zou daarom zonde zijn om medici op te leiden waarvoor geen werk is. Verder zou het vergroten van het aantal specialisten kunnen leiden tot meer medische behandelingen en daarmee stijgende zorgkosten. Van degene die een geneeskundestudie afronden wordt bijna 50 procent medisch specialist en zo’n 30 procent huisarts.

Nederland heeft een uniek systeem om toegang tot de medische professie te sturen. Onder alle inschrijvers voor een geneeskundestudie wordt geloot wie wordt toegelaten. De loting is gewogen zodanig dat degene met hogere middelbare schoolcijfers een grotere kans hebben om te worden toegelaten. In Ketel, Leuven, Oosterbeek en Van der Klaauw (2012) gebruiken wij de toelatingslotingen om de opbrengsten van een medische opleiding te schatten. We combineren daarvoor gegevens over deelname aan de loting voor de studie geneeskunde sinds 1988 met belastinggegevens tot en met 2009. We hebben daardoor informatie over opbrengsten tot 21 jaar na de loting. Binnen lotingsgroepen kan de randomisatie van de loterij gebruikt worden om de opbrengsten van een geneeskundestudie te schatten. Deze procedure is vergelijkbaar met de manier waarop de effectiviteit van medicijnen en medische behandelingen wordt bepaald. Het aantrekkelijke hiervan is dat we de arbeidsmarktuitkomsten van medici kunnen vergelijken met de arbeidsmarktuitkomsten van mensen die op het moment van loting gemiddeld genomen hetzelfde waren. Het enige verschil is dat sommigen door de loting werden toegelaten en anderen niet. Een betere vergelijkingsgroep is niet denkbaar. Een praktische complicatie is dat sommige ingelote studenten de geneeskundestudie niet afmaken, terwijl sommige uitgelote studenten het jaar erop weer meedoen aan de loting en dan wel toegelaten worden. In de statistische literatuur wordt dit “partial compliance” genoemd. We corrigeren hiervoor door het gebruik van een instrumentele variabele model. Ingeloot worden bij de eerste deelname aan een toelatingsloting vergroot de kans op het afronden van een geneeskundestudie met ongeveer 40 procentpunt.

Onderzoeksresultaten

Figuur 2a laat de gemiddelde verandering in belastbaar inkomen zien ten gevolge van een voltooide geneeskundestudie, dit voor elk jaar sinds iemand voor het eerste aan de loting deelnam. De eerste vier jaar is er nauwelijks verschil, in de twee jaar daarna verdienen geneeskundestudenten minder simpelweg omdat hun studie langer is, terwijl de uitgelote studenten die een andere studie deden beginnen met werken. Vanaf het zevende jaar verdienen geneeskundestudenten significant meer. Dit verschil in inkomsten loopt op tot meer dan 40.000 euro per jaar 20 jaar na het begin van de studie.

Een geneeskundestudie geeft verder bijna onmiddellijk baanzekerheid (Figuur 2b). Waar uitgelote studenten na afronding van hun studie periodes hebben waarin ze afhankelijk zijn van een uitkering, verloopt de overgang van studie naar werk veel soepeler voor geneeskundestudenten. Medici werken meer uren voornamelijk in de jaren vlak na afronding van de studie (zie Figuur 2c). Dit komt ten dele door een hogere arbeidsmarktparticipatie van geneeskundestudenten. Tenslotte laat Figuur 2d zien dat medici een significant hoger uurloon hebben. Tussen zeven en 15 jaar na het begin van de studie is het uurloon van medici ongeveer 15 tot 25 procent hoger, daarna loopt het op tot bijna 60 procent 20 jaar na afstuderen.

Figuur 2a en 2b. Extra verdiensten in euro per jaar (links); Effect op verdiensten boven bijstandsniveau (rechts)

 Figuur 2a en 2b. Extra verdiensten in euro per jaar (links); Effect op verdiensten boven bijstandsniveau (rechts)

Figuur 2c en 2d. Extra jaarlijks gewerkt aantal uren (links); Effect in termen van (logaritme van) uurloon (rechts)

Figuur 2c en 2d. Extra jaarlijks gewerkt aantal uren (links); Effect in termen van (logaritme van) uurloon (rechts)
 

In Figuur 3 staan de life-cycle inkomensprofielen voor medici en voor degenen die uitgeloot zijn. Als we het inkomensverschil tegen een rentevoet van 5 procent verdisconteren, dan is de gemiddelde netto contante waarde van een geneeskundestudie 455.757 euro ten opzichte van een alternatieve studiekeuze. Als we dit uitsplitsen naar mannen en vrouwen, blijkt het 501.007 euro voor mannen te zijn en 330.856 euro voor vrouwen.

Deze resultaten laten zien dat het doen van een geneeskundestudie een sterk positief effect heeft op arbeidsmarktuitkomsten. Men kan zich afvragen of deze positieve arbeidsmarktuitkomsten het gevolg zijn van een sterkere focus op de arbeidsmarkt die ten koste gaat van andere sociaaleconomische uitkomsten. Hiervoor vinden wij geen bewijs. Medici hebben een significant hogere kans om te trouwen en om kinderen te hebben. Deze effecten zijn iets groter voor mannen dan voor vrouwen.

Figuur 3. Inkomensprofiel over de levenscyclus voor medici en uitgelote personen

Figuur 3. Inkomensprofiel over de levenscyclus voor medici en uitgelote personen 

Conclusie

Het doen van een geneeskundestudie heeft erg grote positieve effecten op arbeidsmarktuitkomsten. Medici hebben een hoger inkomen, wat voornamelijk komt door een veel hoger uurloon dat medici ontvangen dan mensen die uitgeloot zijn voor de geneeskundestudie. Het extra inkomen van medici is veel hoger dan de verloren inkomsten die medici hebben door een langere studie.

Onze bevindingen suggereren  dat medici hoge monopolie rents hebben als gevolg van de beperkte toegang van individuen tot de medische professie. Een logische oplossing zou zijn om de numerus fixus voor de geneeskundestudie aan te passen zodat er meer geneeskundestudenten komen en daarmee meer concurrentie op de arbeidsmarkt voor medici. Deze oplossing zou kostbaar kunnen zijn omdat een geneeskundestudie duur is en omdat een toename van het aantal medisch specialisten kan leiden tot meer medische behandelingen. Het alternatief is om de monopolie rents af te romen. De overheid kan ervoor kiezen het salaris van medici te maximeren, of om medici meer te laten betalen voor hun opleiding. Dat laatste kan door het collegegeld van een geneeskundestudie substantieel te verhogen of om medici zelf te laten betalen voor hun specialisatie.

Referenties

Ketel, N, E. Leuven, H. Oosterbeek en B. van der Klaauw (2012), The returns to medical school in a regulated labor market: evidence from admission lotteries, werkdocument, Universiteit van Amsterdam/Vrije Universiteit Amsterdam.

OESO (2010), Health at a glance 2010, Parijs. 

RVZ (2010), Numerus fixus geneeskunde: loslaten of vasthouden, Rapport. 

Simoens, S. en J. Hurst (2006), The supply of physicians in OECD countries, OECD Health Working Paper 21, Parijs.

Te citeren als

Nadine Ketel, Bas van der Klaauw, Edwin Leuven, Hessel Oosterbeek, “Medisch specialisten profiteren van kunstmatige schaarste aan artsen”, Me Judice, 1 oktober 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.